Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 176
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering of commissie-overleg (mogelijk de Zuiderzeeraad of een aanverwante planningscommissie).

Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar op basis van de inhoud (planning Wieringermeer en Noordoostpolder) te dateren omstreeks eind jaren '30 of begin jaren '40 van de 20e eeuw.

Origineel

Getypt verslag van een vergadering of commissie-overleg (mogelijk de Zuiderzeeraad of een aanverwante planningscommissie). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar op basis van de inhoud (planning Wieringermeer en Noordoostpolder) te dateren omstreeks eind jaren '30 of begin jaren '40 van de 20e eeuw. -5-

De heer VAN STEEN beaamt dit, doch merkt daarby op, dat kleine bedryven meer aan tuinbouw doen, voor welks afzet men juist op groote steden, zooals Amsterdam, is aangewezen.

De heer HOOY meent, dat groote landbouwbedryven meer op een groote stad zyn aangewezen dan kleine bedryven. Spreker vraagt aan den heer Van Steen, waar de beurs voor de landbouwproducten zal worden gehouden.

De heer VAN STEEN antwoordt hierop, dat wanneer de landbouwbedryven kleiner zullen worden dan 30 ha, de beurs in de nabyheid van deze bedryven zou worden gehouden.

De SECRETARIS vraagt, of men het houden van een beurs in Amsterdam nog aanlokkelyk kan maken.

De heer VAN STEEN zegt, dat de plaats, waar de beurs gehouden zal worden, veelal een kwestie van vervoer is.

De heer SIXMA merkt op, dat de producten, welke in de omgeving van Heiloo verbouwd worden, te Beverwyk aan de markt komen. Aan de Amsterdamsche markt komen zelfs producten uit Noord-Wijkerhout, waaruit blykt dat de afstand geen groot bezwaar is. De boeren hebben meer belang by een groot koopersbestand. Het gebeurt thans veelal, dat de handelaren aan de commissionnairs opdracht geven, op plaatselyke veilingen te koopen. Zoo is het voorgekomen, dat zich op de veiling slechts drie commissionnairs bevonden, die te zamen den marktprys bepaalden.

De heer HOOY meent, dat de zware klei niet geschikt zal zyn voor tuinbouwproducten, met uitzondering van kool, enz.

De heer VAN STEEN zegt, dat men in de Zuidelyke polders een penetratie kan verwachten van tuinders uit de tuinbouwgebieden. Deze tuinders zullen hun groente veelal naar bestaande veilingen brengen waar zy hun vaste koopers hebben.

De heer LULOFS vraagt, hoeveel personeel op een boerdery van 30 ha te werk wordt gesteld.

De heer VAN STEEN antwoordt, dat gemiddeld 1 arbeider per 10 ha wordt aangenomen, zoodat op een boerdery van 30 ha 3 personen arbeid vinden. Het arbeidsloon per ha bedraagt gemiddeld f.120.- per ha per jaar, zoodat een arbeider een jaarloon maakt van gemiddeld f.1200.-. In het seizoen worden nog 7 à 8 arbeiders van buiten aangenomen. Een overzicht hiervan kan men ook vinden in het periodiek verschynende staatje over de Wieringermeer. Spreker is evenwel bereid om deze opgave alsnog schriftelyk aan de Commissie mede te deelen.

Op de vraag, gesteld onder punt B, t.w.
Grootte en verspreiding der bevolking. Ligging en grootte der nederzettingen.
kan spreker moeilyk antwoorden, daar er van de Wieringermeer geen staatje is bygehouden, hoeveel personen in de dorpen wonen en hoeveel op of by de boerderyen. Spreker verwacht, dat de bevolking van de Wieringermeer, welke op het oogenblik ruim 5000 zielen bedraagt, over 20 jaar de 10.000 zielen zal zyn genaderd, terwyl over wellicht 50 jaar de bevolking zal zyn aangegroeid tot 20.000 zielen. De ligging en de grootte der nederzettingen zou vergeleken kunnen worden met die, welke in de N.O.polder tot stand zullen komen.

De VOORZITTER vraagt, waar de grootste nederzettingen zullen komen.

De heer VAN STEEN acht het waarschynlyk, dat er een stad zal worden gebouwd by de knik in het Middenkanaal. In de Wieringermeer heeft zich het verschynsel voorgedaan, dat het dorp Middenmeer het dorp Wieringerwerf heeft overvleugeld, hoewel laatstbedoeld dorp bestemd is om de hoofdplaats van de Wieringermeer te worden, hetgeen een gevolg is van de omstandigheid, dat Wieringerwerf later is gebouwd dan het dorp Middenmeer. In verband daarmede zal by den opbouw van de Zuidelyke polders planmatig te werk moeten worden gegaan, ten einde te voorkomen, dat de grootste nederzetting op een andere plaats verryst, dan in het plan is gestipuleerd.

De heer SIXMA vestigt de aandacht op den ooftbouw. Er is een tekort aan inlandsch fruit, zoodat het van groot belang zou Op deze pagina van de notulen wordt gediscussieerd over de sociaaleconomische inrichting van de nieuwe polders (de Zuiderzeewerken). De belangrijkste punten zijn:

  1. Marktdynamiek en Logistiek: Er is debat over de ideale locatie voor landbouwbeurzen en veilingen. Men observeert dat voor tuinbouw de nabijheid van grote steden (Amsterdam) cruciaal is, maar dat transport over grotere afstanden (zoals vanuit Heiloo of Noord-Wijkerhout) technisch geen bezwaar vormt. Wel wordt gewaarschuwd voor kartelvorming bij kleine lokale veilingen.
  2. Arbeid en Exploitatie: De heer Van Steen geeft een gedetailleerd inzicht in de personeelsbezetting op polderboerderijen: één vaste kracht per 10 hectare, aangevuld met seizoensarbeid. Dit geeft een beeld van de beoogde arbeidsintensiteit.
  3. Demografie en Planning: Er worden prognoses gegeven voor de groei van de Wieringermeer (van 5.000 naar 20.000 inwoners in 50 jaar).
  4. Stedelijke Ontwikkeling: Er is een interessante observatie over organische versus geplande groei. In de Wieringermeer groeide Middenmeer sneller dan de beoogde hoofdplaats Wieringerwerf omdat het eerder gesticht was. Voor de toekomstige Zuidelijke polders (Flevoland) pleit men daarom voor een striktere planmatige aanpak om de hiërarchie van de nederzettingen te sturen. Dit document bevindt zich in de context van de Zuiderzeewerken, het grootschalige project onder leiding van Cornelis Lely voor de inpoldering van de Zuiderzee. De Wieringermeer (drooggevallen in 1930) diende als 'proefpolder' voor de latere polders zoals de Noordoostpolder (N.O. polder) en de Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland).

De discussie over de "knik in het Middenkanaal" als locatie voor een stad verwijst naar de vroege plannen voor wat later Lelystad of een centrale kern in de polder zou worden. De focus op de verhouding tussen boerderijgrootte, arbeidsplaatsen en dorpsgrootte is typerend voor de 'sociale engineering' die de Directie van de Wieringermeer (en later de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders) toepaste om een ideale samenleving in de nieuwe landschappen te creëren. De genoemde f. 1200,- jaarloon plaatst het document in het economische tijdsgewricht van vóór de grote inflatie van na de Tweede Wereldoorlog. Van Steen (De heer)

Samenvatting

Op deze pagina van de notulen wordt gediscussieerd over de sociaaleconomische inrichting van de nieuwe polders (de Zuiderzeewerken). De belangrijkste punten zijn:

  1. Marktdynamiek en Logistiek: Er is debat over de ideale locatie voor landbouwbeurzen en veilingen. Men observeert dat voor tuinbouw de nabijheid van grote steden (Amsterdam) cruciaal is, maar dat transport over grotere afstanden (zoals vanuit Heiloo of Noord-Wijkerhout) technisch geen bezwaar vormt. Wel wordt gewaarschuwd voor kartelvorming bij kleine lokale veilingen.
  2. Arbeid en Exploitatie: De heer Van Steen geeft een gedetailleerd inzicht in de personeelsbezetting op polderboerderijen: één vaste kracht per 10 hectare, aangevuld met seizoensarbeid. Dit geeft een beeld van de beoogde arbeidsintensiteit.
  3. Demografie en Planning: Er worden prognoses gegeven voor de groei van de Wieringermeer (van 5.000 naar 20.000 inwoners in 50 jaar).
  4. Stedelijke Ontwikkeling: Er is een interessante observatie over organische versus geplande groei. In de Wieringermeer groeide Middenmeer sneller dan de beoogde hoofdplaats Wieringerwerf omdat het eerder gesticht was. Voor de toekomstige Zuidelijke polders (Flevoland) pleit men daarom voor een striktere planmatige aanpak om de hiërarchie van de nederzettingen te sturen.

Historische Context

Dit document bevindt zich in de context van de Zuiderzeewerken, het grootschalige project onder leiding van Cornelis Lely voor de inpoldering van de Zuiderzee. De Wieringermeer (drooggevallen in 1930) diende als 'proefpolder' voor de latere polders zoals de Noordoostpolder (N.O. polder) en de Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland).

De discussie over de "knik in het Middenkanaal" als locatie voor een stad verwijst naar de vroege plannen voor wat later Lelystad of een centrale kern in de polder zou worden. De focus op de verhouding tussen boerderijgrootte, arbeidsplaatsen en dorpsgrootte is typerend voor de 'sociale engineering' die de Directie van de Wieringermeer (en later de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders) toepaste om een ideale samenleving in de nieuwe landschappen te creëren. De genoemde f. 1200,- jaarloon plaatst het document in het economische tijdsgewricht van vóór de grote inflatie van na de Tweede Wereldoorlog.

Genoemde Personen 1

Van Steen (De heer)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Kat Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →