Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 203
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt rapport (pagina 4 van een omvangrijker stuk).

Origineel

Getypt rapport (pagina 4 van een omvangrijker stuk). —4—

deel voor de binnenvaart, omdat dan immers de stedelyke keeringen moeten worden gesloten. In dat geval wordt de stad tot een polder, die by Zeeburg op het Ymeer moet uitslaan, waarvan het gevolg is, dat de waterbeweging door de stadsgrachten omgekeerd wordt aan de heerschende by de verversching dier grachten, met alle bezwaren van dien.

De Commissie vreest bovenal, dat by uitvoering van het plan de thans voor de scheepvaart reeds hinderlyke spuistroomen op het Noordzeekanaal èn in snelheid èn in frequentie nog zullen toenemen. Het is gebleken, dat stroomsnelheden van 0.30 en 0.40 m per seconde voor de scheepvaart reeds zeer bezwaarlyk zyn. By het wachten voor de sluizen en voor de Hembrug — ook voor de Velserbrug, waaraan onze Commissie echter geen aandacht behoeft te wyden, aangezien deze brug lang voor het tot stand komen der Zuidelyke Ysselmeerpolders zal zyn opgeruimd — is het zeer moeilyk en dikwyls geheel ondoenlyk, met achterlyken stroom het schip slaags te houden. De mogelykheid om het voorschip voorzichtig aan den grond te zetten en zoo het openen van de Hembrug af te wachten bestaat by achterlyken stroom niet, daar het schip met den stroom rondzwaait en slechts met zeer veel moeite weer in de goede positie gebracht kan worden.

Wat de sluizen betreft, wordt zoowel aan de zee- als aan de kanaalzyde last van de spuiing ondervonden. In het byzonder vestigt de Commissie de aandacht op de vaart naar de Noordersluis tusschen de Velserbrug en de sluis, alwaar het schip, dat niet veel vaart kan loopen wegens den kleinen afstand tot de sluis en bovendien een bocht moet varen, alle kans heeft uit zyn roer te loopen. De spuistroomen hebben dan ook nu reeds herhaaldelyk tot ongevallen en stoornissen in de zeescheepvaart geleid gedurende het wachten voor bruggen en sluizen, alsook bij het invaren van havens.

Het vergrooten van de stroomsnelheid en den duur der spuistroomen op het Noordzeekanaal zou tot gevolg hebben, dat het aantal moeilykheden en ongevallen by de Hembrug, by de sluizen en by haventoegangen zou toenemen. Bovendien zou by het elkaar passeeren van groote schepen meer afstand moeten worden gehouden dan tot dusverre, zoodat het schip meer aan den ondiepen kant van het kanaal zou komen, met gevaar van zuiging en uit-het-roer-loopen van het schip. De door de Commissie gevreesde wyziging in de verhoudingen zou dan ook ernstig afbreuk doen aan de bevaarbaarheid van het Noordzeekanaal en de haven van Amsterdam zou by zeevarenden en reeders in een kwaden reuk komen te staan, aan welk feit het gebruik van sleepbooten, tot welk redmiddel de gezagvoerder van het schip in verschillende gevallen zyn toevlucht zou nemen, niets zou veranderen. Aldus zou de ten koste van vele millioenen bereikte en nog te bereiken verbetering van den toegangsweg naar Amsterdam grootendeels worden teniet gedaan en wat nog ernstiger is, de positie van Amsterdam als havenstad, waarvoor in de laatste jaren juist betere perspectieven waren geopend door den aanleg van de nieuwe Rynverbinding en de verbetering van het Noordzeekanaal, ten zeerste worden bedreigd. De Commissie acht dan ook elke toeneming van de snelheid en de frequentie der spuistroomen op het Noordzeekanaal ontoelaatbaar. Integendeel dient naar haar meening naar vermindering van dit euvel ernstig gestreefd te worden.

MH.

Dienst P.W.
Amsterdam. Dit document is een technisch-ambtelijk advies van een commissie binnen de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam. De kern van het betoog is een waarschuwing tegen de negatieve gevolgen van de geplande inpoldering in het IJsselmeer voor de scheepvaart en waterhuishouding van de stad.

De belangrijkste punten van zorg zijn:
1. Waterhuishouding: Bij het sluiten van de stedelijke keringen wordt Amsterdam feitelijk een polder die moet lozen bij Zeeburg, wat de natuurlijke verversing van de grachten verstoort.
2. Nautische veiligheid: De toename van "spuistromen" (stroming veroorzaakt door het lozen van water) in het Noordzeekanaal maakt het manoeuvreren van grote zeeschepen bij bottlenecks zoals de Hembrug en de sluizen (IJmuiden) gevaarlijk. Men vreest dat schepen "uit hun roer lopen".
3. Economische reputatie: De commissie vreest dat de haven van Amsterdam een slechte naam ("kwaden reuk") zal krijgen bij reders als de bereikbaarheid verslechtert, wat de gedane investeringen in het kanaal en de Rijnverbinding teniet zou doen. Het document dateert vermoedelijk uit de late jaren '40 of vroege jaren '50 van de 20e eeuw. Dit valt op te maken uit de referentie naar de "nieuwe Rijnverbinding" (het Amsterdam-Rijnkanaal, geopend in 1952) en de plannen voor de "Zuidelijke IJsselmeerpolders" (Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard).

De genoemde Hembrug was een beruchte draaibrug voor het treinverkeer over het Noordzeekanaal die een grote hindernis vormde voor de steeds groter wordende zeescheepvaart. In de tekst wordt al geanticipeerd op het verdwijnen van de Velserbrug (de tunnel bij Velsen werd in 1957 geopend). De tekst illustreert de spanning tussen de grote nationale infrastructurele projecten (de Zuiderzeewerken) en de lokale belangen van de haven en stad Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een technisch-ambtelijk advies van een commissie binnen de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam. De kern van het betoog is een waarschuwing tegen de negatieve gevolgen van de geplande inpoldering in het IJsselmeer voor de scheepvaart en waterhuishouding van de stad.

De belangrijkste punten van zorg zijn:
1. Waterhuishouding: Bij het sluiten van de stedelijke keringen wordt Amsterdam feitelijk een polder die moet lozen bij Zeeburg, wat de natuurlijke verversing van de grachten verstoort.
2. Nautische veiligheid: De toename van "spuistromen" (stroming veroorzaakt door het lozen van water) in het Noordzeekanaal maakt het manoeuvreren van grote zeeschepen bij bottlenecks zoals de Hembrug en de sluizen (IJmuiden) gevaarlijk. Men vreest dat schepen "uit hun roer lopen".
3. Economische reputatie: De commissie vreest dat de haven van Amsterdam een slechte naam ("kwaden reuk") zal krijgen bij reders als de bereikbaarheid verslechtert, wat de gedane investeringen in het kanaal en de Rijnverbinding teniet zou doen.

Historische Context

Het document dateert vermoedelijk uit de late jaren '40 of vroege jaren '50 van de 20e eeuw. Dit valt op te maken uit de referentie naar de "nieuwe Rijnverbinding" (het Amsterdam-Rijnkanaal, geopend in 1952) en de plannen voor de "Zuidelijke IJsselmeerpolders" (Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard).

De genoemde Hembrug was een beruchte draaibrug voor het treinverkeer over het Noordzeekanaal die een grote hindernis vormde voor de steeds groter wordende zeescheepvaart. In de tekst wordt al geanticipeerd op het verdwijnen van de Velserbrug (de tunnel bij Velsen werd in 1957 geopend). De tekst illustreert de spanning tussen de grote nationale infrastructurele projecten (de Zuiderzeewerken) en de lokale belangen van de haven en stad Amsterdam.