Handgeschreven brief / correspondentiekaart.
Origineel
Handgeschreven brief / correspondentiekaart. 13 november 1941. G. Reiss. Onbekend, gericht aan "Geachte Heer" (vermoedelijk een ambtenaar van de Marktwezen-administratie). A’dam 13 Nov. 1941.
Geachte Heer!
Naar aanleiding uwer verzoek om de 14 Nov.
a.s. ten uwer kantore te verschijnen, bericht ik
U dat ik besloten heb, om de mij aangewezen
standplaats op het Waterlooplein in te nemen,
en verzoek ik u beleefd, om daar nota van te
nemen, en mijn verzoek om een vaste plaats
in de Gaaspstraat hiermede te laten vervallen.
Met beleefde dank, voor de gedane moeite,
teeken ik, met achting,
G. Reiss.
[In de rechterbovenhoek is in potlood de aantekening "zie Insp" (zie Inspecteur) toegevoegd.] De brief is een formeel antwoord op een uitnodiging voor een gesprek op kantoor. De schrijver, G. Reiss, deelt mede dat hij/zij akkoord gaat met de toewijzing van een standplaats op het Waterlooplein. Hiermee trekt de schrijver een eerder verzoek in om op de markt in de Gaaspstraat te staan. Het handschrift is een verzorgd cursiefschrift uit het midden van de 20e eeuw. De administratieve potloodaantekening "zie Insp" duidt op een interne doorverwijzing binnen de gemeentelijke diensten. Dit document is van grote historische betekenis vanwege de datum en de genoemde locaties. In november 1941 bevond Nederland zich in de tweede winter van de Duitse bezetting. Vanaf juli 1941 hadden de Duitse autoriteiten verordend dat Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen markten ("Joodse markten") mochten staan om hen te isoleren van de rest van de bevolking.
Zowel het Waterlooplein als de Gaaspstraat werden in 1941 aangewezen als locaties voor deze gedwongen Joodse markten in Amsterdam. De markt in de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) was relatief nieuw en bedoeld voor de vele Joodse inwoners in dat stadsdeel. De keuze van G. Reiss voor het Waterlooplein duidt op een keuze voor de traditionele, centrale markt in de oude Joodse buurt. Dit document illustreert de bureaucratische manier waarop de bezetter en het meewerkende stadsbestuur de Joodse bevolking steeds verder inperkten in hun dagelijkse broodwinning. G. Reiss Marktwezen