Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 103
Dossier 108
Jaar 1942
Stadsarchief

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

1 mei 1942.

Origineel

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 1 mei 1942. No. 71/26$^a$ P.W. 1942.

449 Lm. 1942

No. I / 36 / 1 M. 1942 12/5

Om goed te keuren de aan de N.V. Schilder- en glasbedrijf v/h M.E. Hartman verstrekte opdracht tot het uitvoeren van verfwerken aan een gemeentegebouw en om H. Slappendel te Voorburg uit te sluiten van opdrachten van en leveringen aan de Gemeente.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 1 Mei 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken wordt het volgende besluit genomen:

De Burgemeester van Amsterdam;

Gelet op zijn besluit dd. 17 April 1942, No. 71/26 P.W. 1942, om het uitvoeren van verfwerken aan diverse gemeentegebouwen o.m. op te dragen aan H. Slappendel te Voorburg;

Gezien het rapport van den Directeur der Publieke Werken, dd. 29 April 1942, No. 3276/Doss. 89 U, waarbij wordt medegedeeld:

dat de aanbesteding van voormeld w e r k heeft plaats gehad op 16 Maart 1942 en dat, waar de gunning van het werk, in verband met in te winnen informaties omtrent de financieele draagkracht en technische capaciteiten van den inschrijver, niet binnen den gestelden tijd kon geschieden, aan voorgenoemden aannemer telefonisch is verzocht den in het inschrijvingsbiljet genoemden termijn van 30 dagen, binnen welken termijn de inschrijver zijn aanbieding gestand had te doen, met 14 dagen te verlengen;

dat Slappendel verklaarde hiertegen geen bezwaar te hebben en de toezegging deed deze mondelinge verklaring schriftelijk te zullen bevestigen;

dat echter van Slappendel op 8 April j.l. een schrijven werd ontvangen, waarin deze mededeeling deed van de moeilijkheden bij het verkrijgen der benoodigde verfstoffen, doch met geen woord repte over het hem telefonisch gedane verzoek, omtrent de verlenging met 14 dagen van den geldigheidsduur zijner inschrijving;

dat nadien aan Slappendel per omgaande schriftelijk verzocht werd bedoelde verklaring alsnog met spoed in te zenden;

dat op de daarna op 20 April j.l. aan Slappendel telefonisch gedane mededeeling, dat hem het 1e perceel van het bovenvermelde werk was gegund, nader schriftelijke mededeeling zou volgen;

dat Slappendel bij dit telefonisch gevoerde gesprek te kennen gaf, dat hij nog steeds doende was met pogingen, om de benoodigde verfstoffen te verkrijgen, hetgeen hem nog niet was gelukt en verder verklaarde dat hij zich door de overschrijding van den termijn van 30 dagen niet langer gebonden achtte;

Overwegende, dat uit het vorenstaande is gebleken, dat Slappendel zich mondeling heeft verplicht, zijn prijsaanbieding met 14 dagen te verlengen, dat hij door een brief te schrijven, welke dit punt niet raakte, op een ongeoorloofde manier gebruik maakte van het feit, dat inmiddels de gestelde termijn was overschreden, zoodat de door hem aangenomen houding, waaruit niet anders kan worden opgemaakt, dan dat hij zich aan zijn inschrijving tracht te onttrekken, het gewenscht maakt hem voor den tijd van twee jaren uit te sluiten van alle bestedingen der Gemeente;

Gelet op het bepaalde in art. 1, sub 14, van de Algemene Bepalingen toepasselijk op de werken en leveringen aan den Dienst der Publieke Werken;

B e s l u i t :

I in te trekken zijn besluit van 17 April 1942 No. 71/26 P.W. 1942 voor zooveel betreft de aan den Directeur der Publieke Werken gegeven machtiging, om perceel 1 van de in bestek no. 8 van 1942 omschreven verfwerken aan diverse gemeentegebouwen op te dragen aan H. Slappendel te Voorburg, voor f. 4544.-;

II den onder I genoemden inschrijver, met ingang van den datum van dit besluit, voor den tijd van twee jaren uit te sluiten van opdrachten van en leveringen aan de Gemeente;

III goed te keuren, dat het onder I bedoelde perceel inmiddels door den Directeur der Publieke Werken is opgedragen aan de N.V. Schilder- en Glasbedrijf v/h M.E. Hartman voor f. 5174.-.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (5 stuks), Financiën (2 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.

C.S. Stadhuis, Voor eensluidend extract,
A'dam 5-'42 de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document beschrijft een juridisch-administratief conflict tussen de gemeente Amsterdam en een private aannemer in het voorjaar van 1942. De kern van het geschil draait om een aanbesteding voor schilderwerk aan gemeentegebouwen.

Aannemer H. Slappendel had de laagste inschrijving (f 4544,-), maar kon de benodigde verfstoffen niet bemachtigen vanwege de oorlogsschaarste. Hoewel hij mondeling akkoord was gegaan met een verlenging van de besluitvormingstermijn, gebruikte hij het verstrijken van de formele termijn van 30 dagen als juridisch argument om zich van de opdracht te ontdoen zonder een boete te betalen.

De Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) pikte deze ontwijking niet. Hij kwalificeerde de houding van Slappendel als "ongeoorloofd" en strafte hem met een zware sanctie: een uitsluiting van twee jaar voor alle gemeentelijke projecten. Het werk werd vervolgens gegund aan de firma Hartman voor een aanzienlijk hoger bedrag (f 5174,-), een prijsstijging van bijna 14%, wat de gemeente noodgedwongen accepteerde. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de inhoud:

  1. Grondstoffenschaarste: De brief vermeldt expliciet "moeilijkheden bij het verkrijgen der benoodigde verfstoffen". Tijdens de oorlog waren pigmenten en oliën voor verf zeer schaars en vaak alleen op de zwarte markt of via distributiebonnen verkrijgbaar. Dit verklaart waarom Slappendel onder het contract uit wilde; hij kon zijn prijs waarschijnlijk niet meer waarmaken.
  2. Bestuurlijke verhoudingen: Sinds 1941 was het 'leidersbeginsel' ingevoerd in Nederlandse gemeenten. De gemeenteraad was buitenspel gezet; de Burgemeester nam besluiten "op voorstel van de wethouder". De toon van het document is autoritair en de straf voor de aannemer is exemplarisch hard.
  3. Economische controle: De overheid probeerde grip te houden op de markt door strikte regels voor aanbestedingen te handhaven, ondanks de chaotische economische realiteit van de bezettingsjaren.
  4. Annotaties: De rode handgeschreven notitie "Markten" suggereert dat dit extract werd doorgestuurd naar de afdeling Markten voor hun administratie of om de uitsluiting van Slappendel daar te implementeren.

Samenvatting

Dit document beschrijft een juridisch-administratief conflict tussen de gemeente Amsterdam en een private aannemer in het voorjaar van 1942. De kern van het geschil draait om een aanbesteding voor schilderwerk aan gemeentegebouwen.

Aannemer H. Slappendel had de laagste inschrijving (f 4544,-), maar kon de benodigde verfstoffen niet bemachtigen vanwege de oorlogsschaarste. Hoewel hij mondeling akkoord was gegaan met een verlenging van de besluitvormingstermijn, gebruikte hij het verstrijken van de formele termijn van 30 dagen als juridisch argument om zich van de opdracht te ontdoen zonder een boete te betalen.

De Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) pikte deze ontwijking niet. Hij kwalificeerde de houding van Slappendel als "ongeoorloofd" en strafte hem met een zware sanctie: een uitsluiting van twee jaar voor alle gemeentelijke projecten. Het werk werd vervolgens gegund aan de firma Hartman voor een aanzienlijk hoger bedrag (f 5174,-), een prijsstijging van bijna 14%, wat de gemeente noodgedwongen accepteerde.

Historische Context

Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de inhoud:

  1. Grondstoffenschaarste: De brief vermeldt expliciet "moeilijkheden bij het verkrijgen der benoodigde verfstoffen". Tijdens de oorlog waren pigmenten en oliën voor verf zeer schaars en vaak alleen op de zwarte markt of via distributiebonnen verkrijgbaar. Dit verklaart waarom Slappendel onder het contract uit wilde; hij kon zijn prijs waarschijnlijk niet meer waarmaken.
  2. Bestuurlijke verhoudingen: Sinds 1941 was het 'leidersbeginsel' ingevoerd in Nederlandse gemeenten. De gemeenteraad was buitenspel gezet; de Burgemeester nam besluiten "op voorstel van de wethouder". De toon van het document is autoritair en de straf voor de aannemer is exemplarisch hard.
  3. Economische controle: De overheid probeerde grip te houden op de markt door strikte regels voor aanbestedingen te handhaven, ondanks de chaotische economische realiteit van de bezettingsjaren.
  4. Annotaties: De rode handgeschreven notitie "Markten" suggereert dat dit extract werd doorgestuurd naar de afdeling Markten voor hun administratie of om de uitsluiting van Slappendel daar te implementeren.