Getypt afschrift van een ambtelijke brief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief. 24 januari 1942. Nederlandsche Inkoop Centrale van Akkerbouwproducten (N.I.C.), Afdeling Aardappelen. Gemeentebestuur van Amsterdam, t.a.v. de heer Van Meurs. No.2A/3/2 M.1942 AFSCHRIFT.
No.144 L.M.1942
NEDERLANDSCHE INKOOP CENTRALE VAN AKKERBOUWPRODUCTEN.
No.1909/P. 's-Gravenhage, 24 Januari 1942.
Bezuidenhout 15.
Aan het Gemeentebestuur
van Amsterdam.
T.a.v.den Heer van Meurs.
Betr.aardappelvoorziening.
Naar aanleiding van de besprekingen, welke de Heeren Van Meurs, Smeets en Sixma met ons hebben gevoerd over de aardappelvoorziening van Amsterdam, bij welke besprekingen de wensch werd geuit ook tegen het voorjaar nog een voorraad voor meerdere weken consumptie in Amsterdam op te slaan, merken wij het volgende op:
- Voorzoover het transport zulks mogelijk maakt is de V.B.N.A. verplicht in alle plaatsen geregeld een voorraad, voldoende voor twee weken consumptie aan te houden. In de practijk wordt deze voorraad in overleg met ons, vooral in de groote steden, meestal nog iets hooger gehouden.
- Het aanhouden van een voorraad, voldoende voor circa twee weken, is technisch mogelijk, ook van de minder goed houdbare zand- en veenaardappelen, waaruit de voorziening de eerstkomende maanden nog moet worden verzorgd. Voor het aanleggen van een grootere voorraad zouden beter houdbare kleiaardappelen noodig zijn, welke echter bezwaarlijk kunnen worden gemist voor de voorziening gedurende de maanden Mei en Juni.
- Ook, indien goed houdbare kleiaardappelen in groote hoeveelheden worden opgeslagen in pakhuizen, zal hiervan een grooter percentage bederven, dan indien deze aardappelen bij de telers blijven ingekuild.
- Aangezien de transportmogelijkheden voor het geheele complex van de voedselvoorziening onder de huidige omstandigheden beperkt zijn, zou een grootere aanvoer van aardappelen naar Amsterdam ten kosta gaan van, hetzij de aardappelreserves in andere groote steden, dan wel ten koste van de graanvoorziening der meelfabrieken of van een ander onderdeel der voedselvoorziening.
- Het reserveeren van een grootere hoeveelheid aardappelen in de stad Amsterdam zou extra onkosten medebrengen.
- Indien er zich inderdaad in het voorjaar ernstige transportmoeilijkheden mochten voordoen zou Amsterdam in een gunstiger positie verkeeren dan de andere groote steden, omdat er in de onmiddellijke nabijheid van Amsterdam nog een flinke voorraad kleiaardappelen aanwezig is, welke gemakkelijk naar de hoofdstad kan worden vervoerd. Deze voorraden bedragen momenteel nog 3.449.000 kg. in de IJpolder en 8.435.000 kg. in de Haarlemmermeerpolder, dit is dus gezamenlijk al bijna voldoende voor vier weken Amsterdamsche consumptie.
Gezien het bovenstaande meenen wij, na overleg met den Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening, te moeten besluiten voor de aardappelvoorziening van de Gemeente Amsterdam geen andere maatregelen te nemen dan die, welke ook voor de andere groote steden worden getroffen.
p.p.Nederlandsche Inkoopcentrale van
Akkerbouwproducten, Afd.
Aardappelen,
get.onleesbaar. Dit document is een formele afwijzing van een verzoek van het Amsterdamse gemeentebestuur om extra aardappelvoorraden in de stad zelf aan te leggen voor het voorjaar van 1942. De N.I.C. voert hiervoor verschillende technische en logistieke argumenten aan:
1. Opslagrisico: Aardappelen bederven sneller in pakhuizen dan wanneer ze bij de boer "ingekuild" (onder de grond bewaard) blijven.
2. Logistieke schaarste: Transportcapaciteit is schaars. Extra aanvoer voor Amsterdam zou ten koste gaan van andere steden of van het graantransport.
3. Strategische ligging: De N.I.C. stelt dat Amsterdam al veilig is vanwege de enorme voorraden (ruim 11,8 miljoen kilo) in de nabijgelegen IJpolder en Haarlemmermeer.
4. Gelijkheid: Men wil geen uitzonderingspositie creëren ten opzichte van andere grote steden. De brief dateert uit januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gecentraliseerd onder de "Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd". De genoemde V.B.N.A. staat voor het Verkoopkantoor voor de Beschikbaarstelling van Nederlandsche Aardappelen.
Het document illustreert de constante spanning tussen lokale besturen (die hun burgers wilden beschermen tegen hongersnood) en de centrale autoriteiten (die moesten schuiven met beperkte middelen). De winter van 1941-1942 was bovendien zeer streng, wat transport over water (per schuit) vaak onmogelijk maakte door bevriezing, wat de angst van het Amsterdamse bestuur voor lege schappen verklaart. De genoemde "Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening" was in die tijd Hans Louwes.