Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 570
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

22 oktober 1942 (aantekening in marge: 28/10/42) Van: Onbekend (initialen onderaan lijken 'DS') Aan: De Heer Administrateur der A.T. (waarschijnlijk Algemeene Toezicht), Raadhuis, Amsterdam.

Origineel

22 oktober 1942 (aantekening in marge: 28/10/42) Onbekend (initialen onderaan lijken 'DS') De Heer Administrateur der A.T. (waarschijnlijk Algemeene Toezicht), Raadhuis, Amsterdam. 28/31/1
28/10/42
[Initialen]

A’dam, 22/10 1942
Heer Adm. der A. T.
Raadhuis

In aansluiting op ons
telef. gesprek van hedenmorgen
heb ik de eer U te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat
het pakhuis op de Prinsengracht
no. [open], makelaar den heer
J. H. Breek, Noorderstraat 90,
door den Bu. wordt gevorderd
voor den winteropslag van aardappelen.

~~De heer Breek schijnt voor een~~
~~normalen verhuur aan de Vebema~~
~~niet veel te voelen en beweert, dat~~
~~hij met vele gegadigden onderhan-~~
~~delingen voert over den verhuur.~~

Het pakhuis is bij uitstek
geschikt voor den opslag van winter-
aardappelen.

DS [Initialen] Het document is een formeel ambtelijk schrijven uit de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het verzoek om een pakhuis aan de Prinsengracht te vorderen (officieel in beslag te nemen voor tijdelijk gebruik door de overheid). De reden hiervoor is de noodzaak om wintervoorraden aardappelen op te slaan voor de voedselvoorziening van Amsterdam.

De doorgehaalde passage is historisch gezien het meest interessant. Hieruit blijkt dat de betreffende makelaar, J.H. Breek, weigerde het pand vrijwillig te verhuren aan de "Vebema" (vermoedelijk de Vereniging van Beheerders van Magazijnen, die betrokken was bij de distributie). Hij claimde andere gegadigden te hebben. Door deze informatie door te halen, koos de schrijver ervoor om de brief strikt zakelijk te houden: de noodzaak van de opslag wordt benadrukt, en de tegenwerking van de eigenaar wordt als impliciete reden voor de "vordering" (in plaats van huur) gebruikt. De afkorting "Bu." in de tekst verwijst naar de Burgemeester, die de bevoegdheid had tot dergelijke vorderingen. In oktober 1942 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. Voedselschaarste werd een steeds groter probleem, waardoor de overheid (onder toezicht van de bezetter) de distributie van basisproducten zoals aardappelen strak moest regisseren. Het aanleggen van wintervoorraden was essentieel om de stad de winter door te helpen.

De brief illustreert de spanning tussen particulier eigendom en het algemeen belang (of de dwingende macht van de overheid) in oorlogstijd. De vordering van panden was een veelgebruikt instrument wanneer eigenaren niet wilden meewerken aan de eisen van de distributieorganen. De Prinsengracht was vanwege de ligging aan het water een logische en strategische plek voor pakhuizen, omdat goederen per schuit konden worden aangevoerd.

Samenvatting

Het document is een formeel ambtelijk schrijven uit de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het verzoek om een pakhuis aan de Prinsengracht te vorderen (officieel in beslag te nemen voor tijdelijk gebruik door de overheid). De reden hiervoor is de noodzaak om wintervoorraden aardappelen op te slaan voor de voedselvoorziening van Amsterdam.

De doorgehaalde passage is historisch gezien het meest interessant. Hieruit blijkt dat de betreffende makelaar, J.H. Breek, weigerde het pand vrijwillig te verhuren aan de "Vebema" (vermoedelijk de Vereniging van Beheerders van Magazijnen, die betrokken was bij de distributie). Hij claimde andere gegadigden te hebben. Door deze informatie door te halen, koos de schrijver ervoor om de brief strikt zakelijk te houden: de noodzaak van de opslag wordt benadrukt, en de tegenwerking van de eigenaar wordt als impliciete reden voor de "vordering" (in plaats van huur) gebruikt. De afkorting "Bu." in de tekst verwijst naar de Burgemeester, die de bevoegdheid had tot dergelijke vorderingen.

Historische Context

In oktober 1942 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. Voedselschaarste werd een steeds groter probleem, waardoor de overheid (onder toezicht van de bezetter) de distributie van basisproducten zoals aardappelen strak moest regisseren. Het aanleggen van wintervoorraden was essentieel om de stad de winter door te helpen.

De brief illustreert de spanning tussen particulier eigendom en het algemeen belang (of de dwingende macht van de overheid) in oorlogstijd. De vordering van panden was een veelgebruikt instrument wanneer eigenaren niet wilden meewerken aan de eisen van de distributieorganen. De Prinsengracht was vanwege de ligging aan het water een logische en strategische plek voor pakhuizen, omdat goederen per schuit konden worden aangevoerd.