Uittreksel uit het Besluitenboek van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Besluitenboek van de Burgemeester van Amsterdam. No. 1190^as Arb. 1941
178 Lm. 1942
Tot vaststelling van de inhouding op het
salaris van echtparen voor kost en inwoning
enz.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 23 Januari 1942
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien zijn besluit, dd. 19 December 1941, No. 1190^x Arb. tot het geven van uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot de loon- en salarisherziening van het gemeentepersoneel;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad afd. 4, volgnr. 517) en van de Eerste Beschikking ter uitvoering van deze verordening (Ned. Staatscourant van 19 Augustus 1941, No. 160; Gemeenteblad afd. 4, volgnr. 523);
B e s l u i t :
1o onder intrekking van het bepaalde onder A VII van zijn besluit van 19 December 1941, No. 1190^x Arb. te bepalen, dat de inhouding op het salaris voor inwoning met vollen kost, bewassching en vrije geneeskundige hulp voor in dienst der Gemeente zijnde echtparen zal bedragen:
indien het salaris F. 1400,- of meer, doch minder dan F. 1700,- per jaar bedraagt, F. 900,- per jaar en F. 150,- per jaar voor elk inwonend kind;
indien het salaris F. 1700,- of meer, doch minder dan F. 2000,- per jaar bedraagt, F. 950,- per jaar en F. 150,- per jaar voor elk inwonend kind;
[Stempel linksonder: Nº 0A 5/5 K. 1942 5/2] Z.O.Z. * Administratieve context: Dit document is een officieel besluit van de bezettingsburgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). Het regelt de financiële consequenties voor echtparen die beiden voor de gemeente werken en gebruikmaken van diensten zoals inwoning, maaltijden ("vollen kost"), de was ("bewassching") en medische zorg.
* Juridische grondslag: Het besluit steunt direct op verordeningen van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche Gebied (Arthur Seyss-Inquart). Dit illustreert hoe de Nederlandse gemeentelijke bureaucratie tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet om de bezettingswetgeving uit te voeren.
* Inhoud: Er wordt een staffel gehanteerd waarbij de hoogte van de inhouding afhankelijk is van het jaarinkomen. Opvallend is de extra inhouding per "inwonend kind", wat aangeeft dat deze regeling betrekking had op personeel dat intern woonde, vermoedelijk in gemeentelijke instellingen zoals ziekenhuizen of verzorgingstehuizen.
* Marginalia: De handgeschreven nummers bovenin en de stempel onderin zijn typische archief- en registratiekenmerken voor de verwerking binnen de gemeentelijke secretarie. De afkorting "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) duidt aan dat het besluit op de achterkant van het blad doorloopt. Ten tijde van dit besluit (januari 1942) stond de Nederlandse economie onder zware druk en was er sprake van een strikte loon- en prijsbeheersing door de Duitse bezetter. Administratieve processen gingen door, maar werden steeds meer aangepast aan de nieuwe politieke realiteit. De burgemeester, aangesteld na het ontslag van de democratische overheid, voerde het beleid uit in nauwe samenwerking met de bezettingsautoriteiten. De termen "Rijkscommissaris" en de verwijzing naar het "Verordeningenblad" zijn typerend voor documenten uit deze periode. Dit specifieke uittreksel toont de micro-economische impact van de oorlog op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren.