Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 248
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

5 augustus 1942. Van: De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). Kenmerk: VD/HB.

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 5 augustus 1942. De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). Kenmerk: VD/HB. [Linksboven handgeschreven:] extra

[Rechtsboven:] VD/HB.

[Geadresseerde:]
den Heer A. Gombault,
Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte
voor de Stad Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.

[Regel met kenmerken en datum:]
20/2/11 M. diverse. 5 Augustus 1942.

[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U, in aansluiting op mijn brief van 23 Juni j.l. No. 20/2/3 M., een aanvullende opgave te doen toekomen van de uitgegeven vaste plaatsen op de Joodsche dagmarkten. Bij het contrôleeren van de eerste opgave is namelijk gebleken, dat daarin, als gevolg van de haastige voorbereiding, een aantal fouten zijn geslopen, welke hiermede zijn gecorrigeerd.

Een en ander heeft echter niet tot gevolg, dat de door U toegestane maximum-bezetting dezer markten ( 20 % boven de werkelijke capaciteit) wordt overschreden.

In de bezetting van deze markten wordt thans geen wijziging meer gebracht. Slechts is het mogelijk, dat door overlijden, vertrek naar werkkamp en dergelijke het aantal vaste plaatsen vermindert.

[Ondertekening:]
De Directeur,
wnd. Deze brief is een voorbeeld van de kille, bureaucratische efficiëntie waarmee de segregatie en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam werd geadministreerd. De brief gaat over de "Joodsche dagmarkten" – markten die door de bezetter waren ingesteld om Joden fysiek en economisch te isoleren van de rest van de bevolking.

Opvallend is de verontschuldiging voor "fouten" in een eerdere opgave door "haastige voorbereiding". De administratie moest schijnbaar nauwkeurig zijn om aan de eisen van de Duitse Beauftragte (de gemachtigde van de Rijkscommissaris voor Amsterdam) te voldoen. Er wordt benadrukt dat een overbezetting van 20% boven de normale capaciteit niet wordt overschreden, wat duidt op strikte regulering van de handel door Joden.

De meest schokkende passage bevindt zich aan het einde: "Slechts is het mogelijk, dat door overlijden, vertrek naar werkkamp en dergelijke het aantal vaste plaatsen vermindert." Hier wordt de fysieke eliminatie van de markthandelaren (door deportatie en sterfte) gereduceerd tot een administratieve mutatie in het aantal standplaatsen. * Historisch moment: Augustus 1942 markeert een dieptepunt in de bezettingsgeschiedenis. De grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. De "werkkampen" waarnaar in de brief wordt verwezen, waren het eufemisme dat de nazi's gebruikten om de deportaties naar Auschwitz en Sobibor te maskeren als 'tewerkstelling in het Oosten'.
* De Joodse markten: Vanaf najaar 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog terecht op specifieke markten, zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat. Niet-Joden mochten deze markten niet bezoeken.
* A. Gombault: Hij was een functionaris onder Hans Böhmcker, de Duitse Beauftragte voor Amsterdam. Gombault hield zich specifiek bezig met economische zaken (Wirtschaftsreferent), waaronder het toezicht op Joodse bedrijven en markten.
* De afzender: Hoewel de brief niet is ondertekend met een naam, wijst de terminologie op de waarnemend directeur van de Dienst van het Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Het laat zien hoe het Nederlandse overheidsapparaat, vaak onder druk maar soms ook met ambtelijke precisie, meewerkte aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen.

Samenvatting

Deze brief is een voorbeeld van de kille, bureaucratische efficiëntie waarmee de segregatie en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam werd geadministreerd. De brief gaat over de "Joodsche dagmarkten" – markten die door de bezetter waren ingesteld om Joden fysiek en economisch te isoleren van de rest van de bevolking.

Opvallend is de verontschuldiging voor "fouten" in een eerdere opgave door "haastige voorbereiding". De administratie moest schijnbaar nauwkeurig zijn om aan de eisen van de Duitse Beauftragte (de gemachtigde van de Rijkscommissaris voor Amsterdam) te voldoen. Er wordt benadrukt dat een overbezetting van 20% boven de normale capaciteit niet wordt overschreden, wat duidt op strikte regulering van de handel door Joden.

De meest schokkende passage bevindt zich aan het einde: "Slechts is het mogelijk, dat door overlijden, vertrek naar werkkamp en dergelijke het aantal vaste plaatsen vermindert." Hier wordt de fysieke eliminatie van de markthandelaren (door deportatie en sterfte) gereduceerd tot een administratieve mutatie in het aantal standplaatsen.

Historische Context

  • Historisch moment: Augustus 1942 markeert een dieptepunt in de bezettingsgeschiedenis. De grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. De "werkkampen" waarnaar in de brief wordt verwezen, waren het eufemisme dat de nazi's gebruikten om de deportaties naar Auschwitz en Sobibor te maskeren als 'tewerkstelling in het Oosten'.
  • De Joodse markten: Vanaf najaar 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog terecht op specifieke markten, zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat. Niet-Joden mochten deze markten niet bezoeken.
  • A. Gombault: Hij was een functionaris onder Hans Böhmcker, de Duitse Beauftragte voor Amsterdam. Gombault hield zich specifiek bezig met economische zaken (Wirtschaftsreferent), waaronder het toezicht op Joodse bedrijven en markten.
  • De afzender: Hoewel de brief niet is ondertekend met een naam, wijst de terminologie op de waarnemend directeur van de Dienst van het Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Het laat zien hoe het Nederlandse overheidsapparaat, vaak onder druk maar soms ook met ambtelijke precisie, meewerkte aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen.