Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 17 december 1942 C. E. Hilligers - Scholte (Weduwe) [Linksboven, stempel en pen:]
Nº 20/34/1 M. 1942 19/12
[Rechtsboven:]
A’dam 17 Dec: 1942
[Marge rechtsboven, potloodnotitie van ambtenaar:]
ni. bedrag enkel
ter inw. [?] of
een markt
vrt. week [?]
[Hoofdtekst:]
Aan den Weled: Heer Directeur der Centrale Markt.
Weled: Heer
Ondergetekende C. E. Hilligers - Scholte, verzoekt Wed: beleefd nota te willen nemen van onderstaand verzoek.
Door de nieuwe regeling die j.l. Maandag inging waarbij ondergetekende ook behoort, namelijk inplaats van venten; op de Markt Lindegracht de groente verkopen, is zij zwaar beperkt in het verdienen van haar brood.
Wed: moet zich indenken op een leeftijd van 64 jaar waarvan er 52 jaar zijn doorgebracht met de handel aan de klanten uit te brengen het nu zwaar valt, te meer daar ondergetekende het Hofje op de Prinsengracht van 42 Oude van Dagen bediend die dus door deze regeling ook zijn getroffen zoodat deze Oude menschen ook zijn verstoken van hun dagelijks rantsoen.
Nu is aan Wed: het verzoek of U in dit geval voor ondergetekende geen uitzondering kan maken om voor haar deze regeling ongedaan te maken. Laat haar de laatste levensjaren haar bedrijfje op de ouden voet door zetten. Rekenende dat Wed: haar ter wille zult zijn en een gunstig antwoord van U mag ontvangen.
Met de meeste Hoogachting
C. E. Hilligers - Scholte
Werkerstraat 103 III. * Kern van het verzoek: Mevrouw Hilligers-Scholte, een 64-jarige weduwe, verzoekt om een vrijstelling van een nieuwe verordening. Deze regeling verplicht haar om haar groenten op de vaste markt aan de Lindegracht te verkopen in plaats van te "venten" (huis-aan-huis verkoop).
* Argumentatie:
1. Ze doet dit werk al 52 jaar en is op haar leeftijd fysiek en financieel zwaar getroffen door de verandering.
2. Ze bedient een specifieke groep kwetsbare Amsterdammers: 42 bewoners van een "Hofje voor Oude van Dagen" aan de Prinsengracht. Door het verbod op venten kunnen deze ouderen niet meer van hun dagelijkse rantsoen worden voorzien.
* Toon: De brief is uiterst beleefd en eerbiedig ("Weledelgeboren Heer"), maar bevat een dringende emotionele en morele oproep om haar "de laatste levensjaren" haar bedrijfje op de oude voet te laten voortzetten. Dit document stamt uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de distributie van voedsel steeds strenger gereguleerd door de bezetter en de plaatselijke overheden om de zwarte handel in te dammen en de voedselvoorziening te centraliseren.
De "Centrale Markt" speelde hierin een spilfunctie. Het verbod op venten was een ingrijpende maatregel voor kleine zelfstandigen in de Jordaan en omstreken. De Lindegrachtmarkt, waar de schrijfster naar verwezen wordt, was van oudsher een belangrijke marktplaats, maar voor een 64-jarige die afhankelijk was van de loop naar vaste klanten (zoals het genoemde hofje aan de Prinsengracht), betekende deze centralisatie vaak een drastische inkomensderving en een logistiek probleem voor minder mobiele afnemers. De vermelding van het "dagelijks rantsoen" onderstreept de ernst van de voedselschaarste in deze oorlogsjaren. E. Hilligers Hilligers (Mevrouw)