Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 49
Dossier 11
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een commissievergadering.

Origineel

Getypte notulen/verslag van een commissievergadering. -6-

over te dragen. Dan bestaat echter, wanneer assistenten
van 16-jarigen leeftyd worden toegelaten, het formeele
bezwaar van artikel 4 lid 1 der Ventverordening, dat
eischt, dat men 21 jaar is. Reeds vroeger is in de Com-
missie behandeld de overdracht van ventvergunningen on-
der levenden of na den dood in verband met de toenmaals
aan de orde zynde wyziging van de Ventverordening. Spre-
ker leest de standpunten door de leden by deze behande-
ling ingenomen, voor. (Zie notulen 34ste vergadering
dd.d. 22 Juli 1935). De conclusie was toen, dat tegen
een beperkte mogelykheid van overdracht geen bezwaar be-
staat, doch dat elk geval in de Commissie zou moeten
worden behandeld. Er zyn momenteel twaalf vergunningen
voor bystand verleend, alle op een doktersverklaring.
Spreker vraagt zich daarom af, of het niet beter is, de
verleening der nieuwe ventvergunning thans niet by voor-
baat voor de door den Wethouder gestelde twee gevallen
te regelen, doch af te wachten tot het zoo ver is, dat
een verleening van een vergunning aan een persoon, die
als assistent is opgetreden, acuut wordt. Dan is het mo-
gelyk elk geval op zyn eigen mérites te beoordeelen.
De Secretaris zegt, dat het hem formeel niet mogelyk lykt, het voor-
stel van den Wethouder te aanvaarden, tenzy de Ventver-
ordening wordt gewyzigd. Krachtens artikel 5 lid 1 kun-
nen by het in werking treden dier verordening, ventver-
gunningen worden verleend aan personen, die ten genoegen
van Burgemeester en Wethouders aantoonen, van het venten
binnen de Gemeente Amsterdam hun beroep te maken. Krach-
tens het tweede lid van dat artikel zyn Burgemeester en
Wethouders bevoegd ventvergunningen, na het in werking
treden der Verordening, niet meer te verleenen tot een
door hen te bepalen tydstip. Aan de door den Wethouder
bedoelde assistenten kan dus slechts een ventvergunning
worden uitgereikt, wanneer het door Burgemeester en
Wethouders te bepalen tydstip zal zyn aangebroken, waar-
op nieuwe venters tot het venterscorps worden toegela-
ten, doch dan moeten allen, die op de sollicitantenlyst * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een ambtelijke, juridische stijl met de toen gangbare spelling (bijv. 'leeftyd', 'wyziging', 'zy', 'formeele').
* Juridische kern: De discussie draait om het spanningsveld tussen een gewenste beleidswijziging (assistenten van 16 jaar toestaan) en de geldende Ventverordening (die een minimumleeftijd van 21 jaar vereist voor een vergunning).
* Procedure: Er wordt verwezen naar eerdere besluitvorming (1935) over de overdraagbaarheid van vergunningen. De Secretaris wijst op de strikte juridische kaders: zolang de verordening niet officieel gewijzigd is, kan het voorstel van de Wethouder niet worden overgenomen.
* Bestuurlijke beperking: De 'stop' op het verlenen van nieuwe vergunningen (artikel 5 lid 2) betekent dat nieuwe instroom (het 'venterscorps') pas mogelijk is op een door het college van B&W nader te bepalen tijdstip. Dit document stamt uit het midden van de jaren dertig, een periode waarin de gemeente Amsterdam de straathandel (het 'venten') strikt reguleerde. De Ventverordening was een instrument om de omvang van de handel op straat te beheersen, de openbare orde te bewaren en te garanderen dat venters een zekere mate van vakbekwaamheid en volwassenheid bezaten. De vermelding van vergunningen op basis van een "doktersverklaring" duidt op sociale voorzieningen: personen die door ziekte of gebrek niet regulier konden werken, kregen soms bij voorrang een ventvergunning als vorm van inkomenssteun. De discussie over de leeftijd van assistenten weerspiegelt de economische noodzaak voor jongeren om mee te werken in het familiebedrijf.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in een ambtelijke, juridische stijl met de toen gangbare spelling (bijv. 'leeftyd', 'wyziging', 'zy', 'formeele').
  • Juridische kern: De discussie draait om het spanningsveld tussen een gewenste beleidswijziging (assistenten van 16 jaar toestaan) en de geldende Ventverordening (die een minimumleeftijd van 21 jaar vereist voor een vergunning).
  • Procedure: Er wordt verwezen naar eerdere besluitvorming (1935) over de overdraagbaarheid van vergunningen. De Secretaris wijst op de strikte juridische kaders: zolang de verordening niet officieel gewijzigd is, kan het voorstel van de Wethouder niet worden overgenomen.
  • Bestuurlijke beperking: De 'stop' op het verlenen van nieuwe vergunningen (artikel 5 lid 2) betekent dat nieuwe instroom (het 'venterscorps') pas mogelijk is op een door het college van B&W nader te bepalen tijdstip.

Historische Context

Dit document stamt uit het midden van de jaren dertig, een periode waarin de gemeente Amsterdam de straathandel (het 'venten') strikt reguleerde. De Ventverordening was een instrument om de omvang van de handel op straat te beheersen, de openbare orde te bewaren en te garanderen dat venters een zekere mate van vakbekwaamheid en volwassenheid bezaten. De vermelding van vergunningen op basis van een "doktersverklaring" duidt op sociale voorzieningen: personen die door ziekte of gebrek niet regulier konden werken, kregen soms bij voorrang een ventvergunning als vorm van inkomenssteun. De discussie over de leeftijd van assistenten weerspiegelt de economische noodzaak voor jongeren om mee te werken in het familiebedrijf.

Locaties

Gemeente Amsterdam.