Ambtsbrief / Correspondentie
Origineel
Ambtsbrief / Correspondentie 3 Augustus 1942. De Directeur, waarnemend (wnd.) (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst of marktwezen, getuige de initialen VD/HB en het kenmerk). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Jul. van Stolbergplein 3-4, Den Haag. [Handgeschreven:] verzonden 3/8 [onleesbaar]
VD/HB.
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
Jul. van Stolbergplein 3-4,
Den Haag.
46A/458/2 M. 3 Augustus 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Juli j.l. No.15340
Afd.V/Vij, bericht ik U, dat de onderhavige aangelegenheid opnieuw
is behandeld in de door U ingestelde Verdeelingscommissie. Daarbij
is opnieuw gebleken, dat Van Duist op de Vischmarkt geheel onbekend
is in den aalhandel; hij zou wel eens hebben gevent met gerookte
aal, doch nimmer te Amsterdam; hij zou dit des zomers hebben gedaan
op het strand.
Overigens behoeft, naar de meening der Commissie, voor
Van Duist geen toewijzing te worden gereserveerd( hij heeft hierop
trouwens geen recht), omdat hij meer dan voldoende aal via den
zwarten handel betrekt!
De Directeur,
wnd. * Onderwerp: De weigering van een officiële toewijzing (quotum) van aal aan een zekere heer Van Duist.
* Kernpunten:
* De "Verdeelingscommissie" heeft onderzoek gedaan naar de achtergrond van Van Duist.
* Van Duist wordt niet erkend als een gevestigde handelaar op de Amsterdamse vismarkt.
* Zijn eerdere activiteiten worden omschreven als incidenteel "venten" op het strand, niet als professionele handel in Amsterdam.
* De belangrijkste reden voor de afwijzing is moreel-juridisch van aard: Van Duist zou zijn voorraad reeds via de zwarte markt verkrijgen, waardoor hij zijn recht op een officiële toewijzing heeft verspeeld.
* Toon: Formeel, beslist en veroordelend ten aanzien van de illegale handelspraktijken van de betrokkene. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (augustus 1942). In deze periode was er sprake van grote schaarste en waren nagenoeg alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan strikte distributieregels.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het centrale orgaan dat toezag op de visserij en de verdeling van de vangst. Om in aanmerking te komen voor een officiële toewijzing van goederen, moest een handelaar aan strenge eisen voldoen en een bewezen staat van dienst hebben.
De expliciete vermelding van de "zwarten handel" is tekenend voor de tijd. De bezetter en de Nederlandse overheidsorganen probeerden de zwarte handel in te dammen door overtreders uit te sluiten van het officiële distributiesysteem. Het document illustreert de sociale controle en de bureaucratische processen die werden ingezet om de schaarse middelen te beheren en 'onrechtmatige' handelaren uit te sluiten.