Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 236
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift (doorslag) van een brief.

3 september 1942. Van: J.F. Fafianie Jr., Egelantiersstraat 85 I, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Afschrift (doorslag) van een brief. 3 september 1942. J.F. Fafianie Jr., Egelantiersstraat 85 I, Amsterdam-Centrum. A f s c h r i f t.

No.46A/582/1 M.1942 11/9.

3 September 1942.

    Aan Nederlandsche Visscherijcentrale den Haag.

Het is nu al den tweeden maal dat ik geen O rdzeevisch toegewezen heb
gekregen. Noordzeevisch heb ik altijd te koop gehad., zoodat ik
toch in aanmerking miet komen; net zoo goed alsdat ik ook een toe-
wijzing heb voor zoetwatervisch. Ik loop al zeven jaar mede en mijn
kooplui waren:
Gorter, Ymuiden.
Korving, Ymuiden.
Goedhart, id.
en Tervoort
Ik hoop, dat U het zult onderzoeken en dat het nog in orde zal komen
daat het voor mij een reuze strop is en ik al zoo'n kleinen toewij-
zing krijg. want versche of gerookte aal krijg ik niet. Ik ben inge-
deeld groep kleinhandelaren No. 9086.

                            Hoogachtend verblijf ik,

                            J.F.Fafianie Jr.,
                                Egelantiersatraat 85 I,
                                Amsterdam-Centrum. In deze brief beklaagt de Amsterdamse viskleinhandelaar J.F. Fafianie Jr. zich bij de Nederlandsche Visscherijcentrale over het feit dat hem voor de tweede keer geen Noordzeevis is toegewezen. Hij voert aan dat hij al zeven jaar in de branche werkzaam is en noemt zijn vaste leveranciers in IJmuiden als bewijs van zijn status als gevestigde handelaar. Hij benadrukt dat hij wel een toewijzing heeft voor zoetwatervis, maar dat het ontbreken van Noordzeevis een "reuze strop" (grote financiële tegenvaller) voor hem betekent, temeer omdat hij ook geen paling (aal) krijgt toegewezen. Hij identificeert zich met zijn registratienummer (No. 9086) binnen de groep kleinhandelaren.

De tekst bevat enkele typfouten (zoals "O rdzeevisch", "miet" in plaats van "moet", "alsdat", "daat" en "Egelantiersatraat") die typerend zijn voor snel getypte kopieën of correspondentie van kleine ondernemers uit die tijd. Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd door centrale overheidsinstanties om schaarste te beheersen. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezag op de vangst, prijsvorming en distributie van vis.

Voor kleine handelaren zoals Fafianie, gevestigd in de Jordaan (Egelantiersstraat), was de toewijzing van handel van levensbelang voor hun voortbestaan. De schaarste leidde vaak tot bureaucratische strijd om contingenten. De vermelding van IJmuiden onderstreept het belang van deze haven als aanvoerpunt, ondanks de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen onder het regime van distributie en schaarste.

Samenvatting

In deze brief beklaagt de Amsterdamse viskleinhandelaar J.F. Fafianie Jr. zich bij de Nederlandsche Visscherijcentrale over het feit dat hem voor de tweede keer geen Noordzeevis is toegewezen. Hij voert aan dat hij al zeven jaar in de branche werkzaam is en noemt zijn vaste leveranciers in IJmuiden als bewijs van zijn status als gevestigde handelaar. Hij benadrukt dat hij wel een toewijzing heeft voor zoetwatervis, maar dat het ontbreken van Noordzeevis een "reuze strop" (grote financiële tegenvaller) voor hem betekent, temeer omdat hij ook geen paling (aal) krijgt toegewezen. Hij identificeert zich met zijn registratienummer (No. 9086) binnen de groep kleinhandelaren.

De tekst bevat enkele typfouten (zoals "O rdzeevisch", "miet" in plaats van "moet", "alsdat", "daat" en "Egelantiersatraat") die typerend zijn voor snel getypte kopieën of correspondentie van kleine ondernemers uit die tijd.

Historische Context

Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd door centrale overheidsinstanties om schaarste te beheersen. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezag op de vangst, prijsvorming en distributie van vis.

Voor kleine handelaren zoals Fafianie, gevestigd in de Jordaan (Egelantiersstraat), was de toewijzing van handel van levensbelang voor hun voortbestaan. De schaarste leidde vaak tot bureaucratische strijd om contingenten. De vermelding van IJmuiden onderstreept het belang van deze haven als aanvoerpunt, ondanks de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen onder het regime van distributie en schaarste.