Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 21 september 1942. G. Stegmeijer, Nieuwendijk 84, Amsterdam. De Inspecteur voor Vischhandel, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. № 469/615/1 M. 1942 22/9 6 n.i. Du [onleesbaar] m. Insp [onleesbaar] 6
Amsterdam 21 Sept 1942.
Aan de Inspecteur voor Vischhandel
Jan van Galenstraat 14.
[opgelet] 1x ger. visch
Door de Deutsche Instantie en met goedkeuring
van de Wirtschaftsprüfstelle, moest ik mijn Zaak
in de Weesperstraat 8 gaan ruilen met de Joodsche
Zaak in Visch en Fruit van den Jood. G. de Winter
Nieuwendijk 84.
Daar de gerookte visch nu voortaan in de Markthallen
aan de Ruiterkade, en niet meer buiten worden
verkocht, waar ik anders direct van de Grossiers
kocht, vraag ik hiermede aan om op de lijst te
worden geplaatst voor de verdeeling en toewijzing
van gerookte visch.
Deze Zaak van den Jood G. de Winter bestaat al
jaren in Visch en Fruit, en daar ik ook op de
Centrale Markt voor Fruit mijn leveranziers heb
gekregen, door bemiddeling van den Bedrijfschef
verzoek ik U vriendelijk, mij nu ook op de lijst
voor Gerookte Visch te plaatsen en mij toewijzingen
te geven. Mijn Toegangskaart voor de Gemeente Vischmarkt
is in mijn bezit en sta daar ook ingeschreven.
Hopende dat U ten spoedigste aan mijn aanvrage wilt
voldoen verblijf ik Hoogachtend.
G. Stegmeijer. Nieuwendijk 84
Amsterdam. In deze brief verzoekt G. Stegmeijer de Inspecteur voor Vischhandel om opgenomen te worden op de distributielijst voor gerookte vis. De aanleiding is een gedwongen verhuizing/bedrijfsovername: Stegmeijer heeft zijn zaak aan de Weesperstraat 8 moeten "ruilen" voor de vis- en fruitzaak van de Joodse eigenaar G. de Winter aan de Nieuwendijk 84.
Omdat de handel in gerookte vis gecentraliseerd is in de Markthallen aan de Ruiterkade, kan de schrijver niet langer rechtstreeks bij grossiers inkopen. Hij voert aan dat hij voor zijn fruithandel al over de juiste connecties en vergunningen beschikt en vraagt nu om een vergelijkbare toewijzing voor visproducten. Dit document biedt een direct inkijkje in de "Arisering" van het Amsterdamse bedrijfsleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "ruilen" die de schrijver gebruikt, is een eufemisme voor de onteigening van Joodse ondernemingen door de Duitse bezetter. Instanties zoals de Wirtschaftsprüfstelle speelden een centrale rol bij het overdragen van deze zaken aan niet-Joodse "Ariërs".
Daarnaast illustreert de brief de strikte regulering van de voedselvoorziening tijdens de bezetting. Door de schaarste was de vrije handel nagenoeg verdwenen en liep de distributie via centrale punten (zoals de Markthallen) en officiële toewijzingen door overheidsinspecteurs. G. Stegmeijer G. de Winter