Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 274
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

8 oktober 1942. Van: Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), 's-Gravenhage. Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 8 oktober 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

AFD. Mo.
BETREFFENDE leveren van mosselen.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 24924/M/He.
BIJLAGEN 2 STUKS, T.W.:
schrijven van L.P. Rustenburg, Wagenaarstraat 116 I, Amsterdam en voorl. org.bewijs N.V.C.

Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM.

'S-GRAVENHAGE, 8 October 1942.
2e ADELHEIDSTRAAT 300

[Stempel in paars: Nº 46 a / 744 / 1 M. 1942 2/10]
[Handgeschreven aantekening in blauw/rood potlood: uit Dir Insp]

Bijgaand doen wij U toekomen een schrijven van L.P. Rustenburg, Wagenaarstraat 116 I, Amsterdam, betreffende toewijzing van mosselen, alsmede een voorloopig organisatiebewijs van de Nederlandsche Visscherijcentrale.

Volgens mededeeling van een controleur van de Nederlandsche Visscherijcentrale heeft Rustenburg, voornoemd, sinds plm. 15 jaar in de Indische buurt met zeevisch en mosselen gevent. Hij was van Augustus 1939 tot Juli 1940 in militairen dienst en daarna tot Maart 1941 in de werkverschaffing. Hij is toen weer gaan venten, doch werd in Juni 1941 uitgeschakeld. Daarna is hij met fruit gaan venten, waarvoor hij ook een erkenningskaart heeft.

Rustenburg beweert, dat hij in 1941 een mosselentoewijzing heeft gehad en tot Mei 1942 met mosselen heeft gevent. Thans zou hem zijn medegedeeld, dat hij geen toewijzing kon krijgen ondanks het feit, dat hem een dergelijke toewijzing was toegezegd.

Wij verzoeken U daarom aan het bovenstaande Uw aandacht te willen schenken en ons bij de terugzending van de bijlagen dezes te willen mededeelen, welke beslissing U in dezen heeft genomen.

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,

[Handtekening: G. Lueber (?)]

Mu.
2e ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE, POSTGIROREKENING 245271, TELEGRAMADRES: NEDVISCEN, TELEFOON 720080, INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE TELEFOON 722641

[Logo links onder: A 23440 - '42 - K 983] In dit document bemiddelt de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) namens een Amsterdamse visverkoper, de heer L.P. Rustenburg, bij de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. Rustenburg probeert een toewijzing (vergunning/rantsoen) te krijgen voor de verkoop van mosselen.

De brief schetst de loopbaan van Rustenburg: hij heeft 15 jaar ervaring als venter in de Indische buurt, maar zijn werkzaamheden werden onderbroken door militaire dienst (tijdens de mobilisatie en de Duitse inval) en een periode in de werkverschaffing. Hoewel hij eerder toestemming had, lijkt hij in 1942 buiten de boot te vallen bij de nieuwe toewijzingen. De NVC vraagt de directeur om de zaak te herzien. De toon is formeel-ambtelijk, typerend voor de bureaucratische afhandeling van schaarste tijdens de bezettingsjaren. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat toezicht hield op de handel en distributie van visproducten.

De vermelding van de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is significant: dit is het adres van de Centrale Markthallen, destijds het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De brief illustreert de overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen (venters) die afhankelijk waren van ambtelijke toewijzingen om hun beroep te mogen uitoefenen. De term "uitgeschakeld" in juni 1941 kan wijzen op de verscherping van de maatregelen rondom straathandel of de herstructurering van de distributie door de bezetter.

Samenvatting

In dit document bemiddelt de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) namens een Amsterdamse visverkoper, de heer L.P. Rustenburg, bij de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. Rustenburg probeert een toewijzing (vergunning/rantsoen) te krijgen voor de verkoop van mosselen.

De brief schetst de loopbaan van Rustenburg: hij heeft 15 jaar ervaring als venter in de Indische buurt, maar zijn werkzaamheden werden onderbroken door militaire dienst (tijdens de mobilisatie en de Duitse inval) en een periode in de werkverschaffing. Hoewel hij eerder toestemming had, lijkt hij in 1942 buiten de boot te vallen bij de nieuwe toewijzingen. De NVC vraagt de directeur om de zaak te herzien. De toon is formeel-ambtelijk, typerend voor de bureaucratische afhandeling van schaarste tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat toezicht hield op de handel en distributie van visproducten.

De vermelding van de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is significant: dit is het adres van de Centrale Markthallen, destijds het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De brief illustreert de overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen (venters) die afhankelijk waren van ambtelijke toewijzingen om hun beroep te mogen uitoefenen. De term "uitgeschakeld" in juni 1941 kan wijzen op de verscherping van de maatregelen rondom straathandel of de herstructurering van de distributie door de bezetter.

Gerelateerde Documenten 2