Archiefdocument
Origineel
Vermoedelijk eind 1941 of begin 1942 (gebaseerd op de genoemde seizoenen 1940/'41 en 1941/'42). INSTITUUT VOOR ONDERZOEK OP HET GEBIED
VAN VERWERKING VAN FRUIT EN GROENTEN.
Afd. K o e l o n d e r z o e k.
OVER HET VROEGTIJDIGE ONDERSCHEIDEN VAN AARDAPPELEN,
WELKE ZWAKKE KIEMEN ZULLEN VOORTBRENGEN.
I n l e i d i n g.
In het schema van het voor het seizoen 1941/'42 opgestelde programma voor het Koelonderzoek werd een proef aangezet met het doel na te gaan, welke de meest gunstige factoren zijn bij het vervoer van aardappelen van ons land naar Argentinië. De aardappelen zouden bij aankomst aldaar nog geschikt moeten zijn voor de consumptie. Voor dit onderzoek werden aardappelen van het ras Bintje door bemiddeling van den Heer Ir. J. Hogen Esch, Adjunct-Secretaris van den Nederlandschen Algemeenen Keuringsdienst (N.A.K.) betrokken van de Mij. "de Wilhelminapolder" bij Goes.
De betreffende aardappelen waren aanvankelijk bestemd geweest voor pootgoed, doch werden tenslotte daarvoor afgekeurd wegens het laat optreden van primair bladrol. Ze werden ons geleverd in de maat 28/40. Het rooien vond plaats half September. Terwille van de volledigheid deelen wij mede, dat de voorvrucht bestond uit Tarwe met groene klaver en dat voor 1940/'41 aan den grond werd toegediend: 200 kg kalizout 40%, 400 kg Ammonzaalpeter en 150 kg Kalkammonzaalpeter, terwijl geen phosphorzuurbemesting werd gegeven.
De analyse van de bouwvoor van het perceel, waarop de betreffende aardappelen groeiden, welke door het Bedrijfslaboratorium voor Grondonderzoek te Groningen werd uitgevoerd, gaf het onderstaande beeld te zien:
Tabel 1.
| Totaal | Zand grover deel | Zand fijner deel | Afslibbaar % | Humus % | Koolz. kalk % | pH | Phosphorzuur onderzoek P-getal | Phosphorzuur onderzoek P-in citr.zuur | Kali % |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| 47 | 13 | 34 | 40 | 2.0 | 11.3 | 7.7 | 1 | 43 | 0.025 | Dit document vormt de inleiding van een agrarisch-technisch onderzoeksrapport. De kern van het onderzoek draait om de exportkwaliteit van aardappelen (ras Bintje) tijdens langdurig transport per schip naar Argentinië.
Enkele opvallende technische details:
* Kwaliteitscontrole: Er wordt expliciet verwezen naar de N.A.K. en Ir. J. Hogen Esch, wat duidt op een nauwe samenwerking tussen onderzoeksinstituten en keuringsinstanties.
* Ziektebeeld: De partij aardappelen was oorspronkelijk bedoeld als pootgoed, maar werd gedegradeerd tot consumptieaardappel vanwege "primair bladrol" (een virusziekte). Dit bood een gelegenheid voor het koelonderzoek.
* Wetenschappelijke grondigheid: Het document legt grote nadruk op de voorgeschiedenis van het gewas, inclusief de voorvrucht (tarwe/klaver), de exacte bemestingshoeveelheden en een gedetailleerde bodemanalyse uit Groningen. Dit suggereert dat men zocht naar een correlatie tussen bodemgesteldheid/bemesting en de kiemkracht (vitaliteit) van de aardappel na koeling/transport. Het document is gesitueerd in de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog (seizoen 1941/42). Hoewel Nederland bezet was, bleven wetenschappelijke instituten zoals het "Instituut voor Onderzoek op het Gebied van Verwerking van Fruit en Groenten" (de voorloper van de latere Sprenger Instituut in Wageningen) operationeel.
De referentie naar export naar Argentinië is historisch interessant. Voor de oorlog was Argentinië een belangrijke afnemer van Nederlands pootgoed. Hoewel de feitelijke export tijdens de bezetting door de maritieme blokkades nagenoeg stil lag, bleef de theoretische en praktische kennisontwikkeling voor de naoorlogse handel cruciaal.
De locatie "de Wilhelminapolder" bij Goes is een van de grootste landbouwbedrijven van Nederland en stond destijds al bekend om zijn vooruitstrevende landbouwmethoden, wat verklaart waarom dit specifieke perceel voor het onderzoek werd geselecteerd. De gebruikte meststoffen (zoals Ammonzaalpeter) en de gedetailleerde mechanische analyse van de grond (zandfracties en afslibbaarheid) zijn typerend voor de bodemkunde uit die periode.