Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 199
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Pagina uit een officiële circulaire (nr. 501/'42).

30 oktober 1942. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

Origineel

Pagina uit een officiële circulaire (nr. 501/'42). 30 oktober 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. -5- Circ. No. 501/'42 d.d. 30 Oct. 1942.

BLOEMKOOL.
Gepelde bloemkool mag niet worden aangevoerd. De stekbloemkool mag aan de veilingen, die over verpakkingsmateriaal beschikken gedopt worden aangevoerd, terwijl aan de veilingen die los afleveren, deze bloemkool in blad maar gekapt dient te worden aangevoerd. Deze bloemkool moet voor versche binnenlandsche consumptie worden geveild tegen een prijs van ten hoogste f. 2.50 per 100 stuks.

PEEN ZONDER LOF.
Alle peen, anders dan jonge bospeen, dient als gebroken peen te worden aangevoerd. Gebroken peen moet volgroeid zijn, terwijl er geen gebarsten, vertakte of houterige exemplaren in mogen voorkomen.
Voor sorteering I komt alleen in aanmerking "Amsterdansche bak" en "Nantes", welke steeds schoongewasschen ter veiling moeten worden aangevoerd.
Kleine peen van andere soorten, mits gezond, niet gebarsten of vertakt, moet ongewasschen maar ontdaan van zand en grond als stekpeen worden geveild tegen een prijs van f. 2.50 per 100 kg.
Afgekeurde peen, mits vrij van grond en vuil, moet worden geveild tegen een prijs van maximaal f. 1.50 per 100 kg.

GELE PEEN ZONDER LOF:
zie circulaire No. 472/'42 d.d. 16 October 1942.

KNOLSELDERIJ.
De knolselderij boven 6 cm. ø mag niet meer met lof, maar dient zonder lof per kg. te worden geveild. Het lof, dat gezond, voldoende groen, droog en zuiver moet zijn, moet afzonderlijk per kg. worden geveild.

UIEN.
Alle uien moeten worden geveild, zoowel die uien, waarvan in 1942 zaad is geoogst, als alle zaai-uien, van welke kwaliteit deze ook mogen zijn en wel met inachtneming van de volgende voorwaarden.
Uien waarvan in 1942 zaad is geoogst, moeten droog, ontdaan van stengel, wortel, vuil en grond worden geveild tegen een prijs van f. 3.60 per 100 kg.
Zaai-uien z.g. "Bouten" of "Stijfnekken" moeten droog, ontdaan van stengel, wortel, vuil en grond worden geveild eveneens tegen f. 3.60 per 100 kg.
Overige uien als afgekeurde, stek enz. moeten worden geveild met het groene blad mits droog en ontdaan van wortels, vuil en grond tegen een prijs van f. 2.50 per 100 kg.

WITLOF.
Hiervoor geldt tot nader order geen sorteering naar het gewicht.

VERPAKKING ANDIJVIE.
De exporteurs dienen de andijvie te verpakken; verpakking door de telers op het veld is derhalve verboden.
Wanneer echter door moeilijkheden met den aanvoer van verpakkingsmateriaal, verpakking op den tuin noodzakelijk is, kan bij wijze van uitzondering van bovenstaande bepaling worden afgeweken, mits de controleur van het Uitvoer-Contrôle-Bureau hiermede accoord gaat.
In dit laatste geval dient de teler f. 0.05 per kist als vergoeding voor zijn werkzaamheden te ontvangen.


Iedere veiling is aansprakelijk voor de goede uitvoering van de in deze circulaire gegeven voorschriften, meer speciaal in verband met de handhaving der exportpercentages.

NEDERLANDSCHE GR. ENTEN-EN FRUITCENTRALE.
[handtekening/paraaf] Het document is een typerend voorbeeld van de strakke overheidsregulering van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Duitse bezetting. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een van de door de bezetter ingestelde controle-organen (onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) om de productie, distributie en prijzen van landbouwproducten te beheersen.

De tekst bevat strikte instructies over:
1. Presentatie: Producten moeten op een specifieke manier worden aangeleverd (bijv. bloemkool 'gekapt', knolselderij zonder lof).
2. Kwaliteit en Sortering: Er wordt onderscheid gemaakt tussen kwaliteitsklassen (zoals "Amsterdamse bak" voor peen) en afgekeurde partijen.
3. Prijsbeheersing: Voor bijna elk product wordt een maximumprijs vastgesteld (bijv. f. 2.50 voor bloemkool of stekpeen). Dit was bedoeld om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, al werkten de lage maximumprijzen de zwarte markt vaak juist in de hand.
4. Logistiek: De verantwoordelijkheid voor verpakking wordt expliciet verschoven naar exporteurs, tenzij er schaarste is aan materiaal. In 1942 was de oorlogseconomie in Nederland volledig ingericht op de behoeften van nazi-Duitsland. De "exportpercentages" waarover in de slotzin gesproken wordt, verwijzen naar de verplichte leveringen van Nederlands voedsel aan Duitsland. Om deze export veilig te stellen, moest de volledige binnenlandse markt via het veilingwezen gecontroleerd worden.

Het document weerspiegelt ook de groeiende schaarste: er wordt gesproken over "moeilijkheden met den aanvoer van verpakkingsmateriaal" en er worden zelfs prijzen vastgesteld voor "afgekeurde" producten en "stekpeen", wat aangeeft dat alles wat eetbaar was, strikt werd geregistreerd en benut. De vermelding van het "Uitvoer-Contrôle-Bureau" benadrukt de bureaucratische controle die over de gehele keten, van teler tot exporteur, was uitgerold.

Samenvatting

Het document is een typerend voorbeeld van de strakke overheidsregulering van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Duitse bezetting. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een van de door de bezetter ingestelde controle-organen (onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) om de productie, distributie en prijzen van landbouwproducten te beheersen.

De tekst bevat strikte instructies over:
1. Presentatie: Producten moeten op een specifieke manier worden aangeleverd (bijv. bloemkool 'gekapt', knolselderij zonder lof).
2. Kwaliteit en Sortering: Er wordt onderscheid gemaakt tussen kwaliteitsklassen (zoals "Amsterdamse bak" voor peen) en afgekeurde partijen.
3. Prijsbeheersing: Voor bijna elk product wordt een maximumprijs vastgesteld (bijv. f. 2.50 voor bloemkool of stekpeen). Dit was bedoeld om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, al werkten de lage maximumprijzen de zwarte markt vaak juist in de hand.
4. Logistiek: De verantwoordelijkheid voor verpakking wordt expliciet verschoven naar exporteurs, tenzij er schaarste is aan materiaal.

Historische Context

In 1942 was de oorlogseconomie in Nederland volledig ingericht op de behoeften van nazi-Duitsland. De "exportpercentages" waarover in de slotzin gesproken wordt, verwijzen naar de verplichte leveringen van Nederlands voedsel aan Duitsland. Om deze export veilig te stellen, moest de volledige binnenlandse markt via het veilingwezen gecontroleerd worden.

Het document weerspiegelt ook de groeiende schaarste: er wordt gesproken over "moeilijkheden met den aanvoer van verpakkingsmateriaal" en er worden zelfs prijzen vastgesteld voor "afgekeurde" producten en "stekpeen", wat aangeeft dat alles wat eetbaar was, strikt werd geregistreerd en benut. De vermelding van het "Uitvoer-Contrôle-Bureau" benadrukt de bureaucratische controle die over de gehele keten, van teler tot exporteur, was uitgerold.