Handgeschreven brief (recto).
Origineel
Handgeschreven brief (recto). 3 december 1943. Onbekend (brief is op deze zijde niet ondertekend). Amsterdam, 3 Dec 1943
Den Weledelgestrengen Heer
Inspecteur v/h Marktwezen
J. v. Galenstraat 14
Amsterdam-W.
No. 25/66/1 M. 1943 7/12 [stempel]
Weledelgestrenge Heer,
Hiermede neem ik beleefd de vrijheid Uwe aandacht te vragen voor het volgende, aangaande de Vischmarkt Alb. Cuypstr.
Voorheen was het de gewoonte, dat het publiek zelf eene rij vormde. Wie vroeg kwam stond dus vooraan. Daardoor ontstond langzamerhand een wedloop om vooral niet te laat te komen. Sommigen kwamen tenslotte reeds ’s morgens om 4 of 5 uur. Aan deze krankzinnigheid is een einde gemaakt toen enkele maanden geleden bepaald werd, dat de rij om half 10 gesplitst wordt in 3 à 4 groepen, waarna bij loting uitgemaakt wordt, welke groep no. 1 is.
Het had dus geen zin meer om steeds vroeger te komen. Men kan thans evengoed om 1/2 10 ter plaatse zijn, * Onderwerp: De brief betreft een verzoek of observatie met betrekking tot de wachtrij-regeling bij de vismarkt op de Albert Cuypstraat in Amsterdam.
* Inhoud: De schrijver beschrijft de overgang van een systeem van "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" naar een eerlijker lotingsysteem. Voorheen stonden mensen al vanaf 4 of 5 uur 's ochtends in de rij. Sinds enkele maanden wordt de groep om 9:30 uur verdeeld en wordt de volgorde via loting bepaald, wat de noodzaak om extreem vroeg aanwezig te zijn heeft weggenomen.
* Toon: Zeer formeel en beleefd, passend bij de toenmalige omgangsvormen met autoriteiten.
* Staat: De brief is goed leesbaar; het handschrift is regelmatig en duidelijk. De brief dateert uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste aan voedsel en goederen. Vis was een van de weinige producten die (soms) nog buiten de strenge rantsoenering om of met specifieke bonnen te verkrijgen was, wat leidde tot enorme rijen bij marktkramen. De beschreven "krankzinnigheid" van mensen die urenlang in de kou stonden, getuigt van de wanhoop en de noodzaak om aan voedsel te komen. De overheid (in dit geval de Inspecteur van het Marktwezen) probeerde door middel van lotingsystemen de openbare orde te handhaven en "wedlopen" te voorkomen. De Jan van Galenstraat, waar de inspecteur zetelde, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam.