Verslag/Rapportage van een incident.
Origineel
Verslag/Rapportage van een incident. 22 maart 1943. 27/5/1
Contrôleur Reijquard deelt mede dat adressant in de rij
stond en zijn beurt steeds voorbij liet gaan. Hij wilde
wachten op zoetwatervisch, die spoedig zou volgen. Hier-
door dreigden de getroffen regelingen en de goede orde te wor-
den verstoord. Adressant heeft zich, heftig verontwaardigd,
verwijderd en daarna getracht een aanmerking te vinden
op de toepassing van de regelingen. Eenigen tijd later kwam
hij terug, meenende daarin geslaagd te zijn. Hij heeft den
dienstdoenden Brigadier van Heusden, Hoofdbureau Politie
Afd: 41 en Reijquard een bemerking gemaakt dat hij gezien
had dat iemand visch naar keuze had mogen koopen, ter-
wijl hij niet mocht wachten op zoetwatervisch. De Brigadier
heeft hem medegedeeld dat zijn zienswijze op een misverstand
berustte. De zaak is als volgt: later is een aanvoerder ver-
schenen die op zijn kar zoetwater- en zeevisch had en toen
mocht de persoon uit de rij, die aan de beurt was, één
van beide vischsoorten koopen. Adressant beweerde ambte-
naar te zijn in dienst der Gem. Amsterdam: hij heeft toen
andermaal een aanmerking gemaakt en beweerd dat van
bedoelde kar eerst de zee- en daarna de zoetwatervisch ver-
kocht had moeten worden volgens de getroffen regeling. Nu
daarvan was afgeweken en hij de dupe was, zou hij den
Directeur hiermede in kennis stellen.
De toepassing van de opgedragen regeling is en wordt
correct uitgevoerd.
Amsterdam, 22 Maart ’43
[Handtekening/Paraaf] Het document beschrijft een klein maar typerend conflict tijdens een distributiemoment (waarschijnlijk een viskraam of markt). Een burger ('adressant') wilde niet de op dat moment beschikbare vis kopen, maar wilde wachten tot er zoetwatervis zou worden aangevoerd. De controleur liet dit niet toe omdat het ophouden van de rij de 'goede orde' verstoorde.
Later ontstond er een woordenwisseling omdat een andere klant wél mocht kiezen. De verklaring hiervoor was dat er op dat moment een kar met beide soorten vis aanwezig was. De adressant, die beweerde een ambtenaar van de Gemeente Amsterdam te zijn, pikte dit niet en dreigde de zaak bij de directeur aan te kaarten. De controleur en de brigadier concluderen aan het eind van het rapport dat de regels correct zijn nageleefd. Dit verslag is geschreven in maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. Vis was een belangrijk onderdeel van het dieet omdat ander vlees zeer schaars was.
Uit het document spreekt de bureaucratische strengheid van die tijd: zelfs de volgorde waarin vissoorten van een kar verkocht moesten worden (eerst zeevis, dan zoetwatervis), was vastgelegd in 'getroffen regelingen'. Het incident illustreert de sociale spanningen aan de distributiepunten, waarbij burgers nauwlettend in de gaten hielden of anderen niet werden voorgetrokken, en waarbij men probeerde status (zoals het zijn van een gemeenteambtenaar) te gebruiken om gedaan te krijgen waar men meende recht op te hebben. Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Politie