Verslag van een mondelinge klacht/getuigenverklaring.
Origineel
Verslag van een mondelinge klacht/getuigenverklaring. 12 mei 1943 (datum van bezoek); 22 mei 1943 (datum van doorgeleiding). [Handgeschreven, linksboven:] Klacht van
[Handgeschreven in kader:] in duplo
[Handgeschreven, rechtsboven:] 22/5 '43 aan Th Willems meegegeven D
1) Christ.Craaybeek-Vahrmeyer, geboren 5 Februari 1910, Van Hogendorpstraat 104 huis.
M.M.Craaybeek-Buchhorn, geboren 18 Februari 1910, De Wittenstraat 105 IV.
[Handgeschreven:] tijdens bezoek bij den Directeur op 12 Mei 1943.
Dames Craaybeek, Van Hogendorpstraat 104 huis, klacht over den markt-
meester De Wolff; [Handgeschreven invoeging:] wij hebben in de rij gestaan Vrijdag jl. den geheelen dag en toen
kregen wij kleine visch. Wij wisten, dat er groote visch was. Maakten
Wolff erop attent en deze zeide: " die vreten wij zelf op en de agenten".
[Marge links: W-T] Werden daarop de rij uitgegooid. [Handgeschreven invoeging:] (werden) Jl.Zaterdag 4 kisten aal aangevoerd.
4 menschen kregen 1 kg. en toen was het uitverkocht. Dat kan toch niet.
Gerucht gaat, dat Wolff zich laat stoppen. Kan ik niet bewijzen. Andere
schoonzuster [Handgeschreven invoeging:] van ons is 8 maanden in positie. Heeft ook voorrangskaart eens per 3
weken. Gaat buitendien nog elken dag in de rij staan omdat eenmaal per
3 weken niets is. Wolff laat [Handgeschreven invoeging:] de groote visch uitzoeken door koopman en deze
gaat onderin de kar. Agenten nemen de visch; [Handgeschreven invoeging:] was er geraal 14 dagen geleden. Ik
kreeg nog 1/2 pond, doch toen was er nog een hoop over in de kist. De
agent zei toen tegen Wolff: Stop de verkoop. Hij nam Wolff mee naar
achteren in de loods en toen ging de aal naar achteren. Het document is een getypt verslag van een klacht die persoonlijk is ingediend bij een directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktwezen of de Voedselvoorziening). De tekst bevat diverse handgeschreven correcties en toevoegingen die de verklaring verduidelijken.
De kern van de klacht is de vermeende corruptie van marktmeester De Wolff. De dames Craaybeek beschuldigen hem van:
1. Machtsmisbruik en intimidatie: De dames werden uit de rij gezet nadat zij een opmerking maakten over de kwaliteit van de vis.
2. Bevoordeling: De betere ("groote") vis zou worden achtergehouden voor eigen consumptie door het personeel en de politie ("agenten").
3. Onregelmatigheden bij de verkoop: Grote hoeveelheden vis (aal) zouden "onder de toonbank" verdwijnen, waardoor de reguliere wachtenden in de rij niets kregen.
4. Omkoopbaarheid: Er wordt gesuggereerd dat Wolff zich "laat stoppen" (steekpenningen aanneemt).
De vermelding van de schoonzuster die "8 maanden in positie" (zwanger) is en ondanks een voorrangskaart toch dagelijks in de rij moet staan, benadrukt de schrijnende situatie van de voedselvoorziening en de frustratie over het onrechtvaardige systeem. Dit document stamt uit mei 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog (sporadisch) beschikbaar waren, maar de distributie ervan was streng gereguleerd via bonnen en rijen.
Dergelijke klachten over corruptie bij distributiepunten waren schering en inslag. Ambtenaren en marktmeesters hadden een machtige positie omdat zij controleerden wie wat kreeg. De nauwe samenwerking tussen de marktmeester en de politie ("agenten") zoals beschreven in het document, wijst op een gesloten systeem van wederzijdse begunstiging ten koste van de burgerbevolking. Het feit dat de klacht officieel is opgenomen en doorgeleid naar "Th. Willems" (mogelijk de beruchte pro-Duitse politie-inspecteur of een functionaris bij de crisiscontrole) duidt erop dat dergelijke signalen serieus genomen werden, zij het vaak om de orde te handhaven in de explosieve sfeer rond de voedseldistributie.