Getypte brief (afschrift), met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (afschrift), met handgeschreven kanttekeningen. Accountantskantoor G. Kalff, Amsterdam. De Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. [Linksboven, handgeschreven:]
46 9/10/2
[Briefhoofd:]
Accountantskantoor
G. Kalff, Haarlemmerdijk 99 boven
Telefoon 44515 A-dam C.
[Midden:]
AFSCHRIFT
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 7 Januari 1943.
[Adresregels:]
Aan de Nederlandsche Visscherijcentrale
2e. Adelheidstraat 300
D e n H a a g.
In zake : A. de Munk, 2e. Leliedwarsstraat 6 huis, Amsterdam-Centrum.
Mijne Heeren,
Wij zeggen U in de eerste plaats vriendelijk dank voor Uw welwillend schrijven d.d. 5 dezer, No. 34457/V/Pe.
De Munk betrok in 1939 steeds de aal van Cornelis Roozeman en Hartog Wijnschenk, bekende groothandelaren te Amsterdam. Ingevolge opgave van client ongeveer veertig pond per week, een kwantum dat ons zeer zeker aannemelijk voorkomt. Zoo ongeveer even nà Mei 1940 is de M. voor het betrekken van aal overgeheveld naar de Gemeente hal.
Gepelde garnalen betrok de M. van voornoemden Roozeman en wel een twintig pond per week, natuurlijk afhankelijk van den aanvoer.
Wij rekenen er dus gaarne op dat U de belangen van de M. mede zult helpen verdedigen door het o.m. daarheen te leiden dat zijn respectieve toewijzingen meer in overeenstemming raken met de reeds oude rechten. U zult het overigen toch ook wel met ons eens zijn dat ook "de kleine man" met een veertigjarige onbesproken handelsreputatie per slot van som zoo maar niet van ongeveer alles verstoken kan blijven.
Waar wij ten slotte uit andere zaken van Uw centrale hebben begrepen dat U naar billijkheid en recht handelt zien wij de nadere berichten met veel belangstelling tegemoet.
Inmiddels, teekenen,
hoogachtend,
Accountantskantoor
G. Kalff
(w.g.)
[Handgeschreven aantekeningen op de onderste helft:]
[Links:]
Pottener(?)
Is dit reeds beantwoord?
[Midden:]
y p ?
[Rechts, in groot handschrift:]
Afwijzen
[Helemaal onderaan, tussen haken:]
(te att. hr. Vijfhuizen)
--- Deze brief is een formeel verzoek van een accountant namens zijn cliënt, de visboer A. de Munk uit de Jordaan (2e Leliedwarsstraat). De kern van de zaak is de ontevredenheid over de officiële toewijzingen (rantsoenen) van vis tijdens de bezettingsjaren.
De accountant voert twee argumenten aan:
1. Historische rechten: Hij verwijst naar de omzetcijfers van voor de oorlog (1939) bij de groothandelaren Roozeman en Wijnschenk.
2. Moreel appel: Hij benadrukt dat De Munk een "kleine man" is met een lange, smetteloze staat van dienst (40 jaar), die nu dreigt alles kwijt te raken door de bureaucratische herverdeling van schaarse goederen.
De reactie van de Visscherijcentrale, zichtbaar in de handgeschreven kanttekeningen, is kort en zakelijk. Ondanks de beleefde toon van de accountant en de verwijzing naar "billijkheid en recht", wordt er rechtsonder door een ambtenaar simpelweg "Afwijzen" op de brief gekalkt.
--- Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) kwam de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de overheid te staan. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat de vangst, handel en distributie van vis reguleerde. Niets mocht buiten de Centrale om verhandeld worden.
Het noemen van de namen Roozeman en Wijnschenk is historisch interessant. Hartog Wijnschenk was een Joodse vishandelaar uit Amsterdam. In 1943 waren de meeste Joodse bedrijven al geliquideerd of overgenomen door 'Ariërs' onder toezicht van een Verwalter. Dit verklaart mogelijk mede waarom De Munk was "overgeheveld naar de Gemeente hal"; zijn oorspronkelijke leveranciers waren door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter waarschijnlijk uitgeschakeld.
De brief toont de wanhopige pogingen van kleine ondernemers om het hoofd boven water te houden in een tijd van extreme schaarste en verstikkende bureaucreatie.