Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 491
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

18 april 1943. Van: H. Nees-Tervoort.

Origineel

18 april 1943. H. Nees-Tervoort. No. 466/128/1 M. 1943 28/7 [stempel] (801)

A'dam 18-4-43

Wel Ed. Heer

Ondergetekende H. Nees Geb
Tervoort vermeend recht te hebben op
een groteren toewijzing Garnalen
en op een toewijzing gerookte aal.
U zou haar ten zeersten ver-
plichten indien u op den eerstvolgende
Commissie vergadering dit eens ter
spraken bracht.
Het is haar inziens zeker enkele
Commissieleden bekend, dat zij Zaterdags
80 of 100 pond gerookte aal verkocht in
1938 en 1939.
Met Garnalen is het ook treurig
gesteld op haar beurt krijgt zij nu
één bak garnalen terwijl zij in 39
toch 10 of 12 bakken per week verkocht.
Zij kocht deze van haar Vader
H ten Voort welke in dien tijd gros-
sier was.

466/128/2 [in rood] z.o.z.
[paraaf] Dit document is een handgeschreven verzoekschrift uit de Tweede Wereldoorlog, opgesteld door of namens H. Nees (geboren Tervoort). De schrijfster beklaagt zich over de krappe toewijzing van handelsproducten (garnalen en gerookte aal) onder het toenmalige distributiestelsel.

De kern van het argument is historisch recht: zij voert aan dat haar omzet vóór de oorlog (1938-1939) vele malen hoger lag dan de huidige toewijzing. Ze noemt specifiek een daling van 10 à 12 bakken garnalen per week naar slechts één bak. Ook de verkoop van 80 tot 100 pond aal op zaterdagen wordt als referentiepunt gebruikt. Om haar bewering kracht bij te zetten, vermeldt ze dat haar vader, H. ten Voort, destijds de grossier was van wie zij betrok, wat suggereert dat haar handelsvolume eenvoudig te verifiëren is.

De toon is formeel en beleefd ("Wel Ed. Heer", "u zou haar ten zeersten verplichten"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties of commissies die over de schaarse middelen beslisten. De datum van het schrijven, 18 april 1943, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. Gedurende deze periode was bijna alles op de bon en werden voorraden voor winkeliers en handelaren streng gereguleerd via een toewijzingssysteem. De visserijsector had het zwaar door de beperkingen op zee en de vorderingen door de bezetter.

Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers in oorlogstijd. Het toont aan hoe de bezetting niet alleen leidde tot politieke onderdrukking, maar ook tot een bureaucratische strijd om het economisch voortbestaan, waarbij ondernemers moesten knokken voor elke "bak garnalen" om hun nering draaiende te houden. De verwijzing naar de situatie in 1938-1939 ("vóór de oorlog") was een standaardmethode om aan te tonen wat iemands 'normale' bedrijfsomvang was.

Samenvatting

Dit document is een handgeschreven verzoekschrift uit de Tweede Wereldoorlog, opgesteld door of namens H. Nees (geboren Tervoort). De schrijfster beklaagt zich over de krappe toewijzing van handelsproducten (garnalen en gerookte aal) onder het toenmalige distributiestelsel.

De kern van het argument is historisch recht: zij voert aan dat haar omzet vóór de oorlog (1938-1939) vele malen hoger lag dan de huidige toewijzing. Ze noemt specifiek een daling van 10 à 12 bakken garnalen per week naar slechts één bak. Ook de verkoop van 80 tot 100 pond aal op zaterdagen wordt als referentiepunt gebruikt. Om haar bewering kracht bij te zetten, vermeldt ze dat haar vader, H. ten Voort, destijds de grossier was van wie zij betrok, wat suggereert dat haar handelsvolume eenvoudig te verifiëren is.

De toon is formeel en beleefd ("Wel Ed. Heer", "u zou haar ten zeersten verplichten"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties of commissies die over de schaarse middelen beslisten.

Historische Context

De datum van het schrijven, 18 april 1943, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. Gedurende deze periode was bijna alles op de bon en werden voorraden voor winkeliers en handelaren streng gereguleerd via een toewijzingssysteem. De visserijsector had het zwaar door de beperkingen op zee en de vorderingen door de bezetter.

Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers in oorlogstijd. Het toont aan hoe de bezetting niet alleen leidde tot politieke onderdrukking, maar ook tot een bureaucratische strijd om het economisch voortbestaan, waarbij ondernemers moesten knokken voor elke "bak garnalen" om hun nering draaiende te houden. De verwijzing naar de situatie in 1938-1939 ("vóór de oorlog") was een standaardmethode om aan te tonen wat iemands 'normale' bedrijfsomvang was.

Locaties

Amsterdam ("A'dam").