Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 3 mei 1943. H. Licht v/d Poel, Willemstraat 20, Amsterdam. 3 - 5 - 43
M. H. afwijzen
No. 46 B/170/1 M. 1943 8/5
Ik had een vriendelijk verzoek aan Uw
Of ik ook in de verdeeling van gerookte
visch mag komen. Hier heeft uw de
bewijzen dat ik het in die jaren wel
verkocht heb. Ik heb ook nog visch van
Gerritse gehad maar die is niet meer op de
markt. Weest Uw zoo goed en krijgt
ik de papieren weer terug.
Want zoo Uw weet zit ik voor een
dubbele huur en ik heb geen mans verdien-
ste
Bij voorbaat mijne dank
46 B/170/2 H. Licht v/d Poel
II
Willemstraat 20
Winkel adres 1 ste Goudsbloemdw: str: 3 In deze brief verzoekt H. Licht v/d Poel om opgenomen te worden in de officiële distributie van gerookte vis. De schrijfster (gezien de term "mans verdienste" waarschijnlijk een vrouw) voert aan dat zij vroeger ook vis verkocht en heeft hiervoor bewijsstukken bijgevoegd. Haar eerdere leverancier, Gerritse, is blijkbaar niet meer actief op de markt.
De toon van de brief is beleefd doch dringend. De afzender wijst op haar penibele financiële situatie: ze betaalt een dubbele huur (waarschijnlijk voor zowel de woning als de winkel) en heeft geen volwaardig inkomen ("geen mans verdienste"). Ondanks dit verzoek is de brief bovenaan door een ambtenaar gemarkeerd met het woord "afwijzen", wat duidt op een negatieve beslissing. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor schaarse goederen, waaronder vis. Winkeliers moesten officiële toestemming en toewijzingen hebben om bepaalde producten te mogen verkopen.
De genoemde adressen (Willemstraat en 1e Goudsbloemdwarsstraat) bevinden zich in de Amsterdamse Jordaan, een wijk die destijds veel kleine neringdoenden kende die het economisch zwaar hadden door de oorlogsomstandigheden. De afwijzing van het verzoek illustreert de starheid van het bureaucratische apparaat en de toenemende schaarste in de latere oorlogsjaren. H. Licht