Archiefdocument
Origineel
16 september 1943 J.N. Bergen De Verdeelcommissie van Amsterdam [Rechtsboven in blauw krijt/potlood:] Bergen
[Linksboven, paarse stempel:] No. 46b/253/1 M. 1943 [Handgeschreven:] 1/9
[Rechtsboven, handgeschreven:] Amsterdam 16-9-43
Aan de verdeelcommissie van
Amsterdam,
Ondergetekende J.N. Bergen,
verzoekt beleefd in aanmerking
te komen voor Noordzee fijn visch.
Daar er winkeliers en halkhouders
zijn, die minder omzet hadden als
ik, vermeen ik ook recht te
hebben op een toewijzing fijn visch.
Hopende dat u dit in de
vergadering naar voren wil brengen,
teeken ik
Hoogachtend,
J.N. Bergen
[Onderaan, in potlood geschreven en onderstreept:] afwijzen
[Daaronder:] 46b/253/2 Dit document is een formeel verzoekschrift van een ondernemer (vermoedelijk een vishandelaar) aan een overheidsinstantie. De schrijver, J.N. Bergen, vraagt om een toewijzing van "Noordzee fijn visch" (luxere vissoorten zoals tong of tarbot). Zijn argumentatie is gebaseerd op een vergelijking met collega-ondernemers: hij wijst erop dat anderen met een lagere omzet wel vis toegewezen krijgen, waardoor hij meent er eveneens recht op te hebben.
Het document toont de ambtelijke verwerking van het verzoek. De stempel en handgeschreven nummers duiden op registratie in een archiefsysteem. De belangrijkste toevoeging is het handgeschreven woord "afwijzen" onderaan de brief, wat aangeeft dat het verzoek door de commissie negatief is beoordeeld. Het getal "46b/253/2" verwijst waarschijnlijk naar het uitgaande dossiernummer van de officiële afwijzingsbrief. De brief is geschreven in september 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van distributie- en verdeelcommissies.
Visserij op de Noordzee was tijdens de oorlog nagenoeg onmogelijk of strikt gereguleerd door de bezetter vanwege de "Atlantikwall" en het gevaar van mijnen en luchtaanvallen. De vis die wel aan wal kwam, werd via een rantsoeneringssysteem verdeeld. "Halkhouders" (houders van een standplaats in een vishal) en winkeliers waren volledig afhankelijk van deze toewijzingen om hun bedrijf draaiende te houden. De brief illustreert de wanhopige pogingen van kleine ondernemers om in een tijd van extreme schaarste en bureaucratische controle hun recht op handel te bevechten.