Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 8 november 1943 (datum brief), met aantekeningen tot 17 november 1943. Echtgenote van J. Hendriks. [Stempel linksboven:]
No. 46 6/290/1 M. 1943 11/11
[Aantekening rechtsboven:]
Opgeroepen 15-11-'43
dltnw [paraaf]
(492)
[Brieftekst:]
Amsterdam 8-11-1943
Mijnheer
Hiermede zou ondergeteekende U beleefd willen vragen of zij gedurende de afwezigheid van haar man zijn toewijzing mosselen in ontvangst zou mogen nemen en te mogen verkopen op de Lindengracht daar zij daar vlak bij woont.
Hoogachtend
Echtgenote v J Hendriks
Lijnbaansgracht 41 II
Hoek Lindengracht
Amsterdam
[Aantekening linksonder, in ander handschrift:]
Opgez. per 17/11 '43. AB.
Man moest naar Frankrijk om te werken.
Is ondergedoken en gepakt. Zit nu in Concentratiekamp Amersfoort. 17-11-43.
dltnw [paraaf]
[Aantekening rechtsonder:]
Hier daarna ter beoordeling op 46 6/290/2 [paraaf] De brief is een formeel verzoek van een vrouw aan een onbekende instantie (vermoedelijk de Dienst der Markten of een distributiedienst). Zij vraagt om de vergunning of "toewijzing" voor de verkoop van mosselen van haar man te mogen overnemen. De reden die zij in de hoofdtekst opgeeft voor zijn afwezigheid is vaag ("gedurende de afwezigheid van haar man"), wat gebruikelijk was in correspondentie die door de bezetter gecontroleerd kon worden.
De tragiek van het document zit in de ambtelijke kantlijnnotitie van 17 november 1943. Hierin wordt de werkelijke reden van de afwezigheid van de man genoteerd: hij was opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid) in Frankrijk, is ondergedoken, maar vervolgens gepakt. Op het moment van de notitie zat hij gevangen in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Dit document is een indringend voorbeeld van de overlevingstactieken van burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Arbeitseinsatz: Vanaf 1942 werden Nederlandse mannen verplicht om in de Duitse oorlogsindustrie of aan verdedigingswerken (zoals in Frankrijk) te werken. Velen doken onder om hieraan te ontsnappen.
- Economische schaarste: Mosselen waren tijdens de oorlog een van de weinige voedselbronnen die soms nog buiten het krappe distributiesysteem om (of met specifieke toewijzingen) beschikbaar waren. Voor de vrouw was de verkoop ervan waarschijnlijk een bittere noodzaak om in haar levensonderhoud te voorzien nu haar man gevangen zat.
- Kamp Amersfoort: Het feit dat de man in Amersfoort zat, duidt erop dat hij als 'strafgeval' werd behandeld vanwege zijn onderduikpoging. De administratieve kilheid waarmee de ambtenaar de status van de man ("Is ondergedoken en gepakt") noteert naast een verzoek om mosselen te verkopen, typeert de dagelijkse realiteit van 1943. J. Hendriks