Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 581
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/beschikking.

12 februari 1943. Van: Vermoedelijk de directeur van een visafslag of een ambtenaar van de prijsbeheersing (ondertekening onderaan is afgesneden).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/beschikking. 12 februari 1943. Vermoedelijk de directeur van een visafslag of een ambtenaar van de prijsbeheersing (ondertekening onderaan is afgesneden). [Linksboven handgeschreven:]
Verzonden n [onleesbaar] 11/2

[Rechtsboven handgeschreven:]
H. Verschoor
Vischmarkt
ST

[Adresgegevens:]
den Heer K.A. Goldstein
1e Helmerstraat 81 III
Amsterdam-West

[Referentie en datum:]
46o/14/1 M. 12 Februari 1943.

[Midden-links handgeschreven aantekeningen:]
Goldstein 15/6 '03
W. Botter 16/6 '04

[Tekst:]
Mij is gerapporteerd, dat U verschillende malen visch boven den vastgestelden maximum prijs heeft verkocht.

In verband met deze overtredingen sluit ik U voorloopig van de verdeeling van visch aan den afslag alhier uit, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd, welke maatregelen te Uwen aanzien genomen dienen te worden.

[Onderaan afgesneden, restanten van een functieaanduiding zichtbaar] Het document is een officiële waarschuwing en sanctie gericht aan een visboer, Karl August Goldstein, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de mededeling dat de geadresseerde voorlopig wordt uitgesloten van de toewijzing van vis op de afslag omdat hij zich niet aan de vastgestelde maximumprijzen heeft gehouden. Tijdens de oorlogsjaren heerste er een strikt regime van prijsbeheersing om de zwarte markt tegen te gaan en de schaarse goederen te reguleren.

De handgeschreven aantekeningen in de marge zijn cruciaal voor de identificatie van de betrokkenen. "Goldstein 15/6 '03" verwijst naar de geboortedatum van Karl August Goldstein (15 juni 1903). "W. Botter 16/6 '04" verwijst naar zijn echtgenote, Wilhelmina Botter (geboren 16 juni 1904). Dergelijke aantekeningen werden vaak door administratieve diensten toegevoegd voor verificatie in bevolkingsregisters. Dit document moet worden gezien in de context van de economische controle en de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam enorm. Voor Joodse ondernemers was het vrijwel onmogelijk geworden om legaal hun beroep uit te oefenen door de vele beperkende maatregelen (Ariërisering van bedrijven).

Accusaties van economische delicten, zoals het verkopen boven de maximumprijs, werden door de bezetter en collaborerende instanties vaak aangegrepen als extra pressiemiddel. Voor Karl August Goldstein had deze uitsluiting niet alleen economische gevolgen, maar maakte het hem ook kwetsbaarder voor verdere vervolging door de autoriteiten. Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) is bekend dat Karl August Goldstein op 9 juli 1943, slechts vijf maanden na deze brief, is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve weg die voorafging aan zijn deportatie.

Samenvatting

Het document is een officiële waarschuwing en sanctie gericht aan een visboer, Karl August Goldstein, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de mededeling dat de geadresseerde voorlopig wordt uitgesloten van de toewijzing van vis op de afslag omdat hij zich niet aan de vastgestelde maximumprijzen heeft gehouden. Tijdens de oorlogsjaren heerste er een strikt regime van prijsbeheersing om de zwarte markt tegen te gaan en de schaarse goederen te reguleren.

De handgeschreven aantekeningen in de marge zijn cruciaal voor de identificatie van de betrokkenen. "Goldstein 15/6 '03" verwijst naar de geboortedatum van Karl August Goldstein (15 juni 1903). "W. Botter 16/6 '04" verwijst naar zijn echtgenote, Wilhelmina Botter (geboren 16 juni 1904). Dergelijke aantekeningen werden vaak door administratieve diensten toegevoegd voor verificatie in bevolkingsregisters.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in de context van de economische controle en de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam enorm. Voor Joodse ondernemers was het vrijwel onmogelijk geworden om legaal hun beroep uit te oefenen door de vele beperkende maatregelen (Ariërisering van bedrijven).

Accusaties van economische delicten, zoals het verkopen boven de maximumprijs, werden door de bezetter en collaborerende instanties vaak aangegrepen als extra pressiemiddel. Voor Karl August Goldstein had deze uitsluiting niet alleen economische gevolgen, maar maakte het hem ook kwetsbaarder voor verdere vervolging door de autoriteiten. Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) is bekend dat Karl August Goldstein op 9 juli 1943, slechts vijf maanden na deze brief, is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve weg die voorafging aan zijn deportatie.

Gerelateerde Documenten 1