Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 105
Dossier 27
Jaar 1944
Stadsarchief

Officieel rapport / proces-verbaal van overtreding.

19 augustus 1916.

Origineel

Officieel rapport / proces-verbaal van overtreding. 19 augustus 1916. Rapport.

In verband met eene gepleegde overtreding betreffende den verkoop van regeerings-haring, door C. Koot Sr wonende Prinsengracht 228 alhier, heeft ondergetekende een nader onderzoek ingesteld en gehoord:
I^e Hendrik Heijnens, 17 jaar, woont Houtmankade 105^II alhier,
en II^e Franciscus Jacobus Weiss, 16 jaar, woont de Wittenstraat N^o 51^III alhier, die mij verklaarden:
I^e dat hij op Donderdagavond 17 Aug: j.l. omstreeks 6u. 30 min: bij C. Koot voornoemd drie schoongemaakte haringen zonder koppen kocht, die hem in een vloeitje verpakt, werden overhandigd en waarvoor hij met een kwartje betaalde, waarvan hij echter 1 dubbeltje terug ontving. Zonder verder iets te zeggen heeft Heijnens zich daarop met de haringen verwijderd.
II^e dat hij op Woensdagavond j.l. en Donderdagavond j.l. bij C. Koot voornoemd, telkens twee regeeringsharingen kocht, die hem in vloeitje verpakt werden afgegeven en waarvoor hij vijf cent per stuk moest betalen. Toen hij de opmerking maakte dat de regeeringsharing "schoongemaakt" 4 1/2 cent kostte, kreeg hij ten antwoord: "Er zit perkament om en dat kost een halve cent."

Amsterdam 19 Augustus 1916
De Hoofd Controleur
[w.g. Joethout]


Omtrent de overtreding, ten laste gelegd aan L. Elzas, Dijkstraat N^o 9 alhier, heeft ondergetekende hieromtrent gehoord de betrokken politie-agent (1110) die verklaarde, dat door de vrouw van Elzas uit één haring zes mootjes werden gesneden en à 1 cent per stuk verkocht, waarna de agent hierop Elzas heeft attent gemaakt, doch meende deze dat het "geoorloofd" was. Overigens heeft bedoelde agent geen overtreding door Elzas of diens vrouw zien plegen en is Elzas hem van aanzien bekend als een gewillig en fatsoenlijk koopman.
Met het oog op het gezin en ziekte-toestand der vrouw, zoomede het berouw en de belofte van Elzas dat zoiets niet meer zal gebeuren, stelt ondergetekende beleefd voor, Elzas niet geheel, doch voor den tijd van zes dagen uit te schakelen van de ontvangst van regeeringsvisch, ingaande Vrijdag 18 Augustus j.l.

19-8-16
[w.g. Kommer] Dit document bevat twee afzonderlijke rapportages over de handhaving van maximumprijzen voor levensmiddelen in Amsterdam gedurende de oorlogsjaren.

  1. De zaak Koot Sr.: Hier is sprake van bewuste prijsopdrijving. De wettelijke prijs voor een schoongemaakte regeeringsharing was 4,5 cent. Koot rekende 5 cent per stuk. Wanneer een klant (de 16-jarige Weiss) hem hierop aansprak, verzon de winkelier een listig voorwendsel: de extra halve cent zou voor het "perkament" (het pakpapier) zijn.
  2. De zaak Elzas: Hier werd een haring in zes "mootjes" gesneden en voor 1 cent per mootje verkocht. Hoewel de totale opbrengst (6 cent) waarschijnlijk boven de toegestane prijs voor een hele haring lag, toont de controleur zich hier menselijk. Vanwege de ziekte van Elzas' vrouw en het feit dat de man als "fatsoenlijk" bekendstond, wordt een relatief lichte disciplinaire straf voorgesteld: een tijdelijke schorsing van de levering van overheidsharing gedurende zes dagen.

Het taalgebruik is zakelijk-ambtelijk, typisch voor politie- en controlerapporten uit het begin van de 20e eeuw, met nauwkeurige vermelding van tijden, leeftijden en adressen (inclusief verdiepingen/etages in superscript). Hoewel Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) neutraal bleef, had de bevolking zwaar te lijden onder de Britse zeeblokkade en de Duitse duikbotenoorlog. Dit leidde tot enorme schaarste aan basisbehoeften. Om hongersnood te voorkomen en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de Nederlandse overheid het distributiestelsel in.

"Regeeringsharing" was vis die door het Rijksbureau voor de Distributie van Vis was opgekocht en tegen strikt vastgestelde, lage prijzen aan de bevolking werd verkocht via erkende handelaren. Het toezicht hierop was streng; controleurs zoals de in dit document genoemde heren Joethout en Kommer patrouilleerden de stad om te controleren of winkeliers zich aan de maximumprijzen hielden. Overtredingen konden leiden tot boetes of uitsluiting van het distributiesysteem, wat voor een kleine handelaar in die tijd rampzalig kon zijn.

Samenvatting

Dit document bevat twee afzonderlijke rapportages over de handhaving van maximumprijzen voor levensmiddelen in Amsterdam gedurende de oorlogsjaren.

  1. De zaak Koot Sr.: Hier is sprake van bewuste prijsopdrijving. De wettelijke prijs voor een schoongemaakte regeeringsharing was 4,5 cent. Koot rekende 5 cent per stuk. Wanneer een klant (de 16-jarige Weiss) hem hierop aansprak, verzon de winkelier een listig voorwendsel: de extra halve cent zou voor het "perkament" (het pakpapier) zijn.
  2. De zaak Elzas: Hier werd een haring in zes "mootjes" gesneden en voor 1 cent per mootje verkocht. Hoewel de totale opbrengst (6 cent) waarschijnlijk boven de toegestane prijs voor een hele haring lag, toont de controleur zich hier menselijk. Vanwege de ziekte van Elzas' vrouw en het feit dat de man als "fatsoenlijk" bekendstond, wordt een relatief lichte disciplinaire straf voorgesteld: een tijdelijke schorsing van de levering van overheidsharing gedurende zes dagen.

Het taalgebruik is zakelijk-ambtelijk, typisch voor politie- en controlerapporten uit het begin van de 20e eeuw, met nauwkeurige vermelding van tijden, leeftijden en adressen (inclusief verdiepingen/etages in superscript).

Historische Context

Hoewel Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) neutraal bleef, had de bevolking zwaar te lijden onder de Britse zeeblokkade en de Duitse duikbotenoorlog. Dit leidde tot enorme schaarste aan basisbehoeften. Om hongersnood te voorkomen en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de Nederlandse overheid het distributiestelsel in.

"Regeeringsharing" was vis die door het Rijksbureau voor de Distributie van Vis was opgekocht en tegen strikt vastgestelde, lage prijzen aan de bevolking werd verkocht via erkende handelaren. Het toezicht hierop was streng; controleurs zoals de in dit document genoemde heren Joethout en Kommer patrouilleerden de stad om te controleren of winkeliers zich aan de maximumprijzen hielden. Overtredingen konden leiden tot boetes of uitsluiting van het distributiesysteem, wat voor een kleine handelaar in die tijd rampzalig kon zijn.

Locaties

Amsterdam.