Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 129
Dossier 2C
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

18 februari 1916 Van: P. Dekker (waarschijnlijk een handelaar of veilingfunctionaris) Aan: Den Heer C.W. Claassen te Amsterdam

Origineel

18 februari 1916 P. Dekker (waarschijnlijk een handelaar of veilingfunctionaris) Den Heer C.W. Claassen te Amsterdam Warmenhuizen 18 Febr. 16

aan den Heer C.W. Claassen
te Amsterdam.

M.

In antwoord op uw schrijven van 14 dezer om
informatiën over D. Paarlberg het volgende:

Over het algemeen staan de z. g. Amsterdamsche schippers
dat zijn die schippers die hier hun groenten van de veiling
of 's winters uit de huizen betrekken en ze zelf naar Amsterdam
of een andere stad varen en verkoopen en tot welk gilde
ook den heer P. behoort, niet zeer ^hoog^ gunstig aangeschreven bij
de groentenverbouwers, omdat ze altijd, en weleens op een
manier die met eerlijkheid op een niet zeer goeden voet staat,
trachten zooveel mogelijk naar zich toe te halen.
Een gunstige uitzondering maakt hierop echter schipper P.
Vaak heb ik zelf ook zaken met hem gedaan en nooit
last gehad, en bovendien nooit gehoord (en men
hoort zoo iets uit den aard der zaak altijd spoedig) dat hij zijn
leveranciers op de een of andere manier benadeelde of niet
eerlijk met hen zaken deed. Hij heeft hier de reputatie
van een schipper te zijn waar men even graag zaken mee
doet als met de meeste exporteurs. Uw vraag omtrent soliditeit
is toch ook bedoeld als koopman zeker. Anders kan ik nog mededeelen
dat hij geen vaste goederen bezit en op zijn motorschuit een hypotheek
heeft staan. Hij is echter in het bezit van een som waarmee hij ruimschoots
kan handel drijven en aan zijn verplichtingen voldoet hij altijd stipt.

Hoogachtend
P. Dekker De kern van deze brief is een integriteits- en kredietwaardigheidscheck. De schrijver signaleert een heersend wantrouwen onder groentetelers in Warmenhuizen tegenover de zogenaamde "Amsterdamsche schippers", die de reputatie hebben niet altijd even eerlijk te zijn en enkel op eigen gewin uit te zijn.

De briefschrijver maakt voor D. Paarlberg echter een expliciet voorbehoud. Hij typeert hem als een eerlijk zakenman wiens reputatie even goed is als die van de grote exporteurs. Opvallend is de gedetailleerde financiële informatie: de schrijver meldt dat Paarlberg weliswaar geen onroerend goed bezit en een schuld (hypotheek) op zijn boot heeft, maar dat hij over voldoende cashflow beschikt en een betrouwbare betaler is. Dit type persoonlijke aanbeveling was in die tijd cruciaal voor het verkrijgen van krediet of handelsruimte. In 1916 was de regio rond Warmenhuizen een vitaal tuinbouwgebied (de "Langedijk"). De groententeelt was gericht op de export en de bevoorrading van grote steden. Schippers waren de onmisbare schakel: zij kochten producten direct op de veiling of uit de winteropslag ("uit de huizen") en vervoerden deze naar Amsterdam.

De vermelding van de "motorschuit" is historisch interessant; het markeert de overgangsperiode waarin de traditionele zeilvaart werd verdrongen door gemotoriseerde binnenvaart. De brief geeft tevens een inkijkje in de sociale dynamiek van de vroege 20e-eeuwse handel: in een gesloten gemeenschap zoals de West-Friese tuinbouwstreek was iemands "reputatie" (wat men "hoort uit den aard der zaak") het belangrijkste kapitaal.

Samenvatting

De kern van deze brief is een integriteits- en kredietwaardigheidscheck. De schrijver signaleert een heersend wantrouwen onder groentetelers in Warmenhuizen tegenover de zogenaamde "Amsterdamsche schippers", die de reputatie hebben niet altijd even eerlijk te zijn en enkel op eigen gewin uit te zijn.

De briefschrijver maakt voor D. Paarlberg echter een expliciet voorbehoud. Hij typeert hem als een eerlijk zakenman wiens reputatie even goed is als die van de grote exporteurs. Opvallend is de gedetailleerde financiële informatie: de schrijver meldt dat Paarlberg weliswaar geen onroerend goed bezit en een schuld (hypotheek) op zijn boot heeft, maar dat hij over voldoende cashflow beschikt en een betrouwbare betaler is. Dit type persoonlijke aanbeveling was in die tijd cruciaal voor het verkrijgen van krediet of handelsruimte.

Historische Context

In 1916 was de regio rond Warmenhuizen een vitaal tuinbouwgebied (de "Langedijk"). De groententeelt was gericht op de export en de bevoorrading van grote steden. Schippers waren de onmisbare schakel: zij kochten producten direct op de veiling of uit de winteropslag ("uit de huizen") en vervoerden deze naar Amsterdam.

De vermelding van de "motorschuit" is historisch interessant; het markeert de overgangsperiode waarin de traditionele zeilvaart werd verdrongen door gemotoriseerde binnenvaart. De brief geeft tevens een inkijkje in de sociale dynamiek van de vroege 20e-eeuwse handel: in een gesloten gemeenschap zoals de West-Friese tuinbouwstreek was iemands "reputatie" (wat men "hoort uit den aard der zaak") het belangrijkste kapitaal.

Locaties

Warmenhuizen