Gedrukt pamflet of open brief.
Origineel
Gedrukt pamflet of open brief. Het document refereert aan een schrijven van 15 januari 1915 en een vergadering op 6 januari 1915. Aan de leden
van den Gemeenteraad en van de Voedings-Commissie te Amsterdam.
De Gemeentelijke Aardappelverkoop.
Er is reeds heel wat te doen geweest over den gemeentelijken aardappelverkoop, maar toch moeten wij nog eens op deze zaak terugkomen, ten einde te voorkomen dat de fouten die o.i. thans gemaakt zijn, eventueel in de toekomst niet herhaald zullen worden.
Wij mogen de beweegredenen, welke het stadsbestuur van Amsterdam hebben genoopt om aardappelen in te slaan als bekend veronderstellen: n.l. in het bezit te zijn van een grooten voorraad van dit volksvoedsel in verband met een mogelijk beleg van de hoofdstad.
Dit is zeer zeker een lofwaardig streven. Wie toch zal er iets tegen hebben dat een stad zich van voedingsmiddelen voorziet als een belegering verwacht kan worden. Doch dadelijk dringt zich dan de vraag op waarom men uitvoer van aardappelen naar het buitenland heeft toegestaan.
De heer Nolting heeft hierop in den Raad dan ook zeer terecht de aandacht gevestigd. Doch wat antwoordde de wethouder, de heer Wibaut? Dat indien dit werkelijk heeft plaats gehad, waarvan hij evenwel niets wist, zulks geschied is zonder goedvinden en medeweten van het college van Burgemeester en Wethouders. Het is natuurlijk mogelijk dat er wel eens wat gebeurd in zaken waarvan de gemeente de bemoeiing tot zich getrokken heeft, dat aan B. en W niet bekend is maar had men in dit geval niet een categorisch antwoord van wethouder Wibaut mogen verwachten, m. a. w. had men ten Stadhuize niet op de hoogte behooren te zijn of er al dan niet gemeente-aardappelen naar het buitenland zijn verzonden geworden?
Een andere grief betreft de wijze van uitvoering. Waarom heeft men zich bij het inslaan en inkuilen der aardappelen niet van deskundige voorlichting verzekerd? Waarom niet om advies gevraagd bij menschen die volkomen op de hoogte zijn met dit vak, zoodat verrotting van aardappelen voorkomen had kunnen worden en de gemeente om dit zooveel mogelijk tegen te gaan niet genoodzaakt zou zijn geweest om aardappelen op geforceerde wijze van de hand te doen?
Trouwens in het volgend schrijven gericht tot den wethouder den heer F. M. Wibaut tevens voorzitter der commissie voor de Levensmiddelen is daarop op 15 Januari 1915 reeds de aandacht gevestigd:
WelEdele Heer,
Ondergeteekenden commissie-leden, benoemd in de vergadering van 6 Januari der Vereeniging van Kooplieden en Winkeliers in aardappelen genaamd „Wederzijdsch Belang” hebben de opdracht gekregen na de op genoemde vergadering gehouden besprekingen, UEd met onderstaand schrijven in kennis te stellen.
Door de vele vraag naar aardappelen voor het Buitenland en voor diverse Gemeenten zijn de prijzen der Aardappelen in de maanden September en October voortdurend omhoog gegaan. Ook tot op heden houden de boeren nog aan die hooge prijzen vast, waardoor vele Kooplieden en Winkeliers genoodzaakt waren, ook voor hoogen prijs hun wintervoorraad op te slaan.
Door samenloop van omstandigheden is de handel in aardappelen aan de aardappelmarkt te Amsterdam zeer slecht. De vraag evenaart niet het aanbod, waaruit blijkt dat ook de winkeliers zeer slecht verkoopen. Aangezien ons bekend is dat onze Gemeente nog een zeer groote hoeveelheid aardappelen heeft liggen, die ter tijd ook verkocht zullen moeten worden, vreezen Kooplieden en Winkeliers zeer voor den buitengewonen druk op den handel, die door hen ondervonden zal worden wanneer een geforceerde verkoop dezer Gemeente-Aardappelen zal plaats hebben; dientengevolge zullen ook vele Kooplieden en Winkeliers hunne waren ver beneden inkoopsprijs moeten verkoopen, de aanvoer aan de Amsterdamsche Aardappelmarkt zal verminderen, waardoor ook de vele werklieden, vooral zij die reeds jaren aan de markt hun brood hebben kunnen verdienen, niet meer het noodige voor hun huisgezin kunnen bekomen.
Voor een groot deel zou de zaak voor bovenbedoelde werklieden veel verbeteren, wanneer de te verkoopen aardappelen aan de aardappelmarkt worden aangevoerd; tevens zouden de winkeliers die daartoe in de gelegenheid zijn, en tot nog toe trouwe bezoekers van de aardappelmarkt waren, in staat zijn hun zaken meerdere uitbreiding te geven. Wij hopen en vertrouwen om deze redenen dat de Amsterdamsche Aardappelmarkt voor den verkoop der aardappelen, voor zoover noodig, zal worden aangewezen. De tekst is een formeel protest tegen het gemeentelijk aardappelbeleid in Amsterdam aan het begin van 1915. De kern van de kritiek is drieledig:
1. Inconsistentie: De gemeente legde voorraden aan voor noodsituaties, maar liet tegelijkertijd export naar het buitenland toe, wat de prijzen opdreef.
2. Onkunde: Er wordt beweerd dat door gebrek aan deskundigheid bij het 'inkuilen' (bewaren) van de aardappelen, een deel van de voorraad is gaan rotten.
3. Economische ontregeling: De vrees bestaat dat de gemeente deze (rottende) voorraden nu gedwongen ('geforceerd') op de markt dumpt tegen lage prijzen. Dit zou de reguliere handelaren (verenigd in "Wederzijdsch Belang") ruïneren, omdat zij hun voorraad eerder duur hebben ingekocht.
De toon is zakelijk maar scherp, waarbij de verantwoordelijkheid direct bij wethouder Wibaut wordt neergelegd. Dit document stamt uit de vroege fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, ontstonden er direct grote zorgen over de voedselvoorziening en prijsstijgingen. Amsterdam, onder leiding van de bekende socialistische wethouder Floor Wibaut, voerde een actieve bemoeizorg in de distributie van basisbehoeften.
Dit leidde echter tot wrijving met de particuliere sector. Handelaren zagen de gemeente als een oneerlijke concurrent die door mismanagement de markt verstoorde. De genoemde "voedings-commissie" had de taak om de stad van proviand te voorzien in geval van een omsingeling of schaarste. Het document illustreert de spanning tussen overheidsingrijpen in crisistijd en de belangen van de vrije markt en middenstand.