Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 13
Dossier 75
Jaar 1944
Stadsarchief

Administratieve brief / ambtelijk advies.

19 maart 1914. Van: Waarschijnlijk de secretarie van Burgemeester en Wethouders (of een relevante afdeling).

Origineel

Administratieve brief / ambtelijk advies. 19 maart 1914. Waarschijnlijk de secretarie van Burgemeester en Wethouders (of een relevante afdeling). (Kantlijn, potlood/notitie: Committé Vast om advies)

Amsterdam, 19 Maart 1914.

Onder terugzending van het schrijven d.d. 27 Februari l.l., van de ambtenaren in algemeenen dienst J.J. de Vries c.s., ons in handen gesteld om bericht en advies, hebben wij de eer U het volgende mede te deelen.

Ingevolge raadsbesluit van 21 December 1904 n°. 1008, werden bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 30 December 1904 n°. 117, met ingang van 1 Januari 1905 vijf ambtenaren in algemeenen dienst aangesteld, waarvan de bedoeling was hen allerlei werkzaamheden op te dragen, in het bijzonder echter van die, welke voorheen werden verricht door de ambtenaren van sluizen en bruggen.

(Kantlijn: Gemeenteblad 1904 afd I blz 1941)

Blijkens de betrekkelijke voordracht van Burgemeester en Wethouders, welke hierbij wordt overgelegd, werd het niet meer wenschelijk geacht die werkzaamheden te blijven opdragen aan laatstgenoemde categorie van ambtenaren.

Van af laatstgenoemden datum, werd toen de vervanging van marktmeesters en marktopzichters, hetzij bij ziekte of verlof, zoomede het verleenen van assistentie aan de markten, aan deze vijf ambtenaren in algemeenen dienst opgedragen, welk aantal later is uitgebreid tot acht.

Dat met ingang van 1 Februari, het beheer van het marktwezen is opgedragen aan den Directeur der Handelsinrichtingen en in verband hiermede, het marktpersoneel administratief gebracht is onder de afdeeling Handelsinrichtingen, is, onsziens, feitelijk van geen invloed op den bestaanden toestand, daar, voor wat betreft de assistentie, deze geheel moet beschouwd worden als een dienst, verricht voor de afdeeling Belastingen en, voor zoover betreft de werkzaamheden te verrichten bij vervanging, deze voor verre weg het grootste deel geschieden voor genoemde afdeeling.

Immers, de assistentie verleend aan de z.g. Beverwijkermarkt, ressorteerende onder den marktmeester der 2e marktafdeeling, alsmede die verleend op maandag op de weekmarkt

op

Den Heer Directeur
der gemeentebelastingen. Het document is een ambtelijke uiteenzetting over de rechtspositie en de feitelijke inzet van een specifieke groep ambtenaren ("ambtenaren in algemeenen dienst"). De kern van het betoog is als volgt:

  1. Historische context: In 1905 werden vijf ambtenaren aangesteld om taken over te nemen die voorheen bij de afdeling Sluizen en Bruggen lagen.
  2. Taakverschuiving: Sinds 1905 is hun focus verschoven naar het marktwezen (vervanging van marktmeesters bij ziekte en algemene assistentie). Het team groeide van vijf naar acht personen.
  3. Bestuurlijke reorganisatie: Per 1 februari (1914) is het beheer van het marktwezen overgegaan naar de 'Directeur der Handelsinrichtingen'.
  4. Het geschilpunt: De schrijver betoogt dat, hoewel de marktmeesters nu administratief onder 'Handelsinrichtingen' vallen, hun werkzaamheden feitelijk nog steeds ten dienste staan van de 'afdeeling Belastingen'. Dit is waarschijnlijk relevant voor de begroting of de hiërarchische aansturing (wie betaalt en wie bepaalt). In het begin van de 20e eeuw groeide de stad Amsterdam snel, wat leidde tot een verdere professionalisering en bureaucratisering van de gemeentelijke diensten. Markten waren in die tijd cruciale knooppunten van handel, maar ook belangrijke bronnen van inkomsten voor de stad via marktgelden (vandaar de betrokkenheid van de afdeling Belastingen).

De brief illustreert de frictie die kan ontstaan bij reorganisaties: wanneer de administratieve structuur verandert (naar Handelsinrichtingen), maar de feitelijke werkzaamheden (belastinginning/handhaving) ongewijzigd blijven. Het document geeft een inkijkje in hoe de gemeente Amsterdam haar 'vliegende keep'-ambtenaren inzette om gaten in de bezetting op te vullen op strategische plekken zoals de Beverwijkermarkt.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke uiteenzetting over de rechtspositie en de feitelijke inzet van een specifieke groep ambtenaren ("ambtenaren in algemeenen dienst"). De kern van het betoog is als volgt:

  1. Historische context: In 1905 werden vijf ambtenaren aangesteld om taken over te nemen die voorheen bij de afdeling Sluizen en Bruggen lagen.
  2. Taakverschuiving: Sinds 1905 is hun focus verschoven naar het marktwezen (vervanging van marktmeesters bij ziekte en algemene assistentie). Het team groeide van vijf naar acht personen.
  3. Bestuurlijke reorganisatie: Per 1 februari (1914) is het beheer van het marktwezen overgegaan naar de 'Directeur der Handelsinrichtingen'.
  4. Het geschilpunt: De schrijver betoogt dat, hoewel de marktmeesters nu administratief onder 'Handelsinrichtingen' vallen, hun werkzaamheden feitelijk nog steeds ten dienste staan van de 'afdeeling Belastingen'. Dit is waarschijnlijk relevant voor de begroting of de hiërarchische aansturing (wie betaalt en wie bepaalt).

Historische Context

In het begin van de 20e eeuw groeide de stad Amsterdam snel, wat leidde tot een verdere professionalisering en bureaucratisering van de gemeentelijke diensten. Markten waren in die tijd cruciale knooppunten van handel, maar ook belangrijke bronnen van inkomsten voor de stad via marktgelden (vandaar de betrokkenheid van de afdeling Belastingen).

De brief illustreert de frictie die kan ontstaan bij reorganisaties: wanneer de administratieve structuur verandert (naar Handelsinrichtingen), maar de feitelijke werkzaamheden (belastinginning/handhaving) ongewijzigd blijven. Het document geeft een inkijkje in hoe de gemeente Amsterdam haar 'vliegende keep'-ambtenaren inzette om gaten in de bezetting op te vullen op strategische plekken zoals de Beverwijkermarkt.

Locaties

Amsterdam.