Verwijzingsbiljet voor het Arbeidsbureau (Model No. 4).
Origineel
Verwijzingsbiljet voor het Arbeidsbureau (Model No. 4). De handgeschreven invullingen zijn tussen vierkante haken [ ] geplaatst.
WERKVERRUIMING
No. [190055]
VERWIJZINGSBILJET No. 4
VOOR HET ARBEIDSBUREAU
Naam: [Cronenberg]
Voornamen: [Isaak Alexander]
Geboorte-datum: [2 September 1913]
Adres: [Westermarkt 52]
Gemeente: [Amsterdam]
Beroep:
Nevenberoep:
Plaatsing ing.:
Te
Plaats van vertrek:
Aanvang werk-vertrek: [Trein / Autobus] uur.
Huisvesting te:
[Rechterkolom/Kader:]
Geh. kostw. ongeh.
Samenst. gezin
1 Betrokkene
2.
3.
[...]
12.
Rentekaart No.
[Tabel onderzijde:]
Object | Geplaatst | Teruggekeerd | Aanteekeningen
Stadsdrukkerij Amsterdam
*** 28475-11-41-2000 stel à 4 Dit document is een administratief formulier van de dienst 'Werkverruiming'. Het is opgesteld voor Isaak Alexander Cronenberg**, geboren in 1913 en woonachtig op de Westermarkt 52 in Amsterdam. De kaart is grotendeels oningevuld wat betreft de feitelijke plaatsing en vertrekgegevens, wat kan betekenen dat dit een dossier-exemplaar is of dat de feitelijke tewerkstelling op dat moment nog niet was geëffectueerd.
De datering van het formulier (november 1941) is cruciaal. In deze periode van de Duitse bezetting werd de werkverschaffing (Werkverruiming) door de nazi's gesystematiseerd om Joodse mannen te registreren en af te zonderen van hun sociale omgeving, als voorbereiding op hun deportatie. De historische context van dit biljet is verbonden aan de Holocaust in Nederland. Isaak Alexander Cronenberg was een Joodse man uit Amsterdam. Vanaf begin 1942 werden Joodse mannen via de 'Werkverruiming' naar werkkampen in Nederland gestuurd (zoals in Drenthe en Overijssel). Deze kampen dienden als voorportaal voor transport naar kamp Westerbork en uiteindelijk naar de vernietigingskampen in het oosten.
Volgens de registers van het Joods Monument is Isaak Alexander Cronenberg op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische 'papieren weg' die aan de fysieke deportatie voorafging. Het toont aan hoe reguliere gemeentelijke instanties en het Arbeidsbureau werden ingeschakeld in het vervolgingsapparaat van de bezetter.