Getypte pagina uit een officieel besluit of register (mogelijk een Staatsblad of een gemeentelijke verordening).
Origineel
Getypte pagina uit een officieel besluit of register (mogelijk een Staatsblad of een gemeentelijke verordening). -43-
voor zooveel betreft een strook ter breedte van 40 meter
langs de grens der perceelen B 1520 en B 209.
Kessel B 231
voor zooveel betreft een strook ter breedte van 40 meter
langs de grens der perceelen B 210 en B 211
Kessel B 232
voor zooveel betreft een strook ter breedte van 40 meter
langs de grens van perceel B. 211.
Utrecht (lauwerecht) C 340
voor zoover betreft het gedeelte, gelegen aan de Zuidoost-
zijde, ter breedte van 60 meter en ter lengte van 100 meter,
gerekend van het Zuiden naar het Noorden.
de teelte van aardappelen slechts is toegestaan op voor-
waarde, dat niet zullen worden geteeld de navolgende rassen:
Andijker muis Industrie
Bintje Institut de Beauvais
Bremer Roode King Edward VII
Brielsche Kralen Knigge
Centifolia Koh I Nohr
Eigenheimer Koksiaan
Blauwe Eigenheimer Lena
Bonte Eigenheimer Milord
Eclipse Monopol
Eersteling Ninetyfold
Breedblad Eersteling Nijmeegsche Roode
Volgeling Opperdoesche Ronde
Roode Eersteling Paarsput
Element Paul Kruger
Enorm Pieter
Epicure Present
Evergood Roermondsche Roode
Wilde Duc Royal Kidney
Eureka Schoolmeester
Excellent Schijndelsche grofroode
Sharpe's Express Saksische Roode
Extase Soucisse Het document betreft een wettelijke beperking op het gebruik van landbouwgrond. Voor specifieke kadastrale percelen in de gemeenten Kessel en Utrecht wordt bepaald dat de aardappelteelt enkel is toegestaan onder de strikte voorwaarde dat bepaalde rassen niet worden gepoot.
Er worden exact 44 rassen opgesomd die verboden zijn in de genoemde zones. De zones worden zeer nauwkeurig omschreven als stroken van 40 of 60 meter breed langs specifieke perceelsgrenzen. Dit wijst op een zeer lokale aanpak van een landbouwkundig probleem.
De genoemde rassen zijn een mix van bekende klassiekers (zoals Bintje, Eigenheimer en Opperdoesche Ronde) en rassen die inmiddels nagenoeg verdwenen zijn of enkel nog als historisch erfgoed bestaan. Deze lijst is vrijwel zeker opgesteld in het kader van de bestrijding van de aardappelwratziekte (Synchytrium endobioticum). Deze schimmelziekte vormde in de vroege 20e eeuw een enorme bedreiging voor de Nederlandse aardappelteelt.
De overheid stelde destijds strikte regels op: op besmette grond of in "bufferzones" rondom besmette haarden mochten alleen aardappelrassen worden geteeld die resistent waren tegen de wratziekte. De lijst in dit document bevat de rassen die destijds als vatbaar werden beschouwd en die dus verboden waren op de specifiek aangewezen (vermoedelijk besmette of risicovolle) percelen.
De spelling en de lijst van rassen suggereren een tijdsbestek waarin de wratziektebestrijding een cruciaal onderdeel was van het landbouwbeleid (ca. 1920-1940). De nauwkeurige omschrijving van de stroken land (bijv. 40 meter langs een grens) is typerend voor de wijze waarop de Plantenziektenkundige Dienst (PD) infectiehaarden isoleerde.