Getypte notulen/verslag van een vergadering.
Origineel
Getypte notulen/verslag van een vergadering. De Heer v.d. Willigen voegt hier aan toe, dat de arbeiders hun distributiebescheiden conform de oude regeling bij den kok-beheerder kunnen inleveren. Spreker stelt tevens de vraag of deze arbeiders zonder vergunning mogen reizen.
De Heer v.d. Berg antwoordt, dat deze arbeiders op bevel van de Overheid reizen. Bovendien worden zij in speciale treinen vervoerd, zoodat naar sprekers’ meening geen bijzondere vergunningen noodig zijn.
De Heer Cohen informeert naar de mogelijkheid van ritueele voeding.
De Heer v.d. Willigen deelt mede, dat dit voor een beperkt aantal arbeiders mogelijk zal zijn (Besloten wordt in het kamp Mantinge een ritueele keuken in te richten). Voorts deelt spreker mede, dat het hulppersoneel voor de keuken eveneens uit Joden zal moeten bestaan. Deze kunnen uit de tewerkgestelden worden aangewezen. De beheerder van het kamp blijft echter iemand, die door den Rijksdienst voor de Werkverruiming wordt aangesteld.
De Heer van Delft dankt de aanwezigen voor de door hen allen toegezegde medewerking en sluit de bijeenkomst. * Inhoud: Het fragment beschrijft de logistieke afwikkeling van de tewerkstelling van Joodse arbeiders. De discussiepunten betreffen de inname van distributiestamkaarten (bonnen), het transport per speciale treinen (zonder individuele reisvergunning) en de voedselvoorziening.
* Kernpunt: Er wordt besloten om in Kamp Mantinge een rituele (koosjere) keuken in te richten, die bemand zal worden door de Joodse tewerkgestelden zelf, terwijl het algemene kampbeheer in handen blijft van de Rijksdienst voor de Werkverruiming (RIW).
* Toon: De toon is ambtelijk en zakelijk, waarbij de grootschalige beperking van de bewegingsvrijheid van een specifieke bevolkingsgroep wordt behandeld als een louter administratief en logistiek proces. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (waarschijnlijk 1942). Het beschrijft de organisatie van de Joodse werkkampen. In deze periode werden Joodse mannen via de Rijksdienst voor de Werkverruiming (RIW) gedwongen te werken in kampen in met name Noord- en Oost-Nederland (zoals Kamp Mantinge in Drenthe).
De aanwezigheid van "De Heer Cohen" verwijst vrijwel zeker naar David Cohen, een van de twee voorzitters van de Joodsche Raad. De Joodsche Raad probeerde in deze fase de omstandigheden in de werkkampen nog enigszins te beïnvloeden, bijvoorbeeld door te pleiten voor rituele voeding.
De "speciale treinen" en het reizen "op bevel van de Overheid" markeren de overgangsfase waarin de Joodse bevolking werd geïsoleerd en geconcentreerd, kort voordat de grootschalige deportaties naar doorgangskamp Westerbork en de vernietigingskampen in het oosten begonnen. De werkkampen fungeerden in de praktijk vaak als een verzamelpunt voor deze latere deportaties.