Verslag van een vergadering/ambtelijke notulen.
Origineel
Verslag van een vergadering/ambtelijke notulen. Vermoedelijk begin januari 1942 (gezien de referentie naar "Woensdag 7 Januari"). De Heer v.d. Berg deelt mede, dat de Rijks- en Gemeente-instellingen zooveel mogelijk de plaatsing dezer arbeiders zullen bevorderen. Het Gewestelijk Arbeidsbureau te Amsterdam is door de Duitsche autoriteiten aangewezen om de plaatsing van alle Joodsche arbeiders uit het geheele land te verzorgen. Het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken kan de verdere verstrekkingen uitreiken en de administratie voeren. De Heer Stefani van de Geschäftsgruppe für Soziale Verwaltung heeft medegedeeld, dat voor de Joden geen bijzondere voorwaarden mogen gelden. Alle verplichtingen, die voor werkverruimingsarbeiders zijn vastgesteld, gelden ook voor hen.
De Heer Meyer de Vries informeert hoe hoog de loonen zullen zijn. De Heer v.d. Berg antwoordt, dat ook ten aanzien van de loonen de bepalingen van het Besluit Loonbepaling Werkverruiming zullen worden gevolgd, met dien verstande, dat het basis-uurloon 20% lager is dan voor de overige arbeiders. De woonplaatstoelage, de verblijfkosten enz. zijn gelijk.
De Heer Kaan vraagt of het de bedoeling is, dat alleen gesteunde Joodsche werkloozen in deze werkverruiming worden geplaatst. De Heer Rodegro antwoordt, dat alle Joden, die geen werk hebben, moeten worden tewerkgesteld, ook dan wanneer zij ongesteund zijn.
(De Heer Rodegro verlaat de bijeenkomst)
De Heer v.d. Berg deelt mede, dat de gevraagde 1402 arbeiders uitsluitend uit de werkloozen mogen worden gekozen. Zij, die reeds in de werkverruiming werkzaam zijn, moeten op hun werkobject blijven werken. Voor de arbeiders, die in geen geval in een kamp kunnen verblijven, zal een werkobject in de buurt van Amsterdam worden uitgekozen. Spreker zal trachten zoo spoedig mogelijk een groot object in uitvoering te brengen.
De Heer van Delft wijst er op, dat men bij de Joodsche werkloozen drie groepen kan onderscheiden.
a. de van Overheidswege ondersteunde werkloozen;
b. de bij het Gewestelijk Arbeidsbureau ingeschreven niet-ondersteunde werkloozen;
c. de niet ingeschreven werkloozen, wier namen op de ontslaglijsten voorkomen.
Alle drie groepen zullen zoo spoedig mogelijk worden opgeroepen en gekeurd.
De Heer Kaan neemt op zich alle ondersteunde Joodsche werkloozen op Woensdag 7 Januari op te roepen en naar den keuringsarts te verwijzen. Hij zal zijn ambtenaren voor dit werk vrij maken en vraagt aan den Joodschen Raad om eenige administratieve krachten, die bij dit werk kunnen helpen. Tevens wil hij weten hoeveel doktoren er beschikbaar zijn voor het keuringswerk.
De Heer Meyer de Vries zegt toe, dat hij nog dienzelfden middag 8 hulpkrachten voor het administratieve werk te zullen zenden. Spreker zal voorts een aantal artsen uitnoodigen voor het keuringswerk. De keuringen zullen plaats vinden in de Beurs voor den Diamanthandel.
De Heer Kaan vraagt hoe laat de treinen zullen vertrekken. Ook zou hij gaarne willen vernemen of de distributiebescheiden in Amsterdam moeten worden ingeleverd of bij den kokbeheerder.
De Heer van Zant antwoordt, dat hij de treinregeling dienzelfden middag met de Nederlandsche Spoorwegen zal bespreken. Spreker verwacht, dat de treinen voor Drenthe te ca. 9 3/4 uur zullen vertrekken. Zoodra de juiste uren bekend zijn, zal hij hiervan opgave doen.
-De- Dit document is een huiveringwekkend voorbeeld van de bureaucratische precisie waarmee de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland werd georganiseerd. Enkele opvallende punten uit de tekst:
- Institutionele collaboratie: Het document toont de nauwe samenwerking tussen de Duitse bezetter (Stefani), Nederlandse overheidsinstanties (Arbeidsbureau, Sociale Zaken, NS) en de Joodsche Raad (vertegenwoordigd door Meyer de Vries).
- Loon-discriminatie: Er wordt expliciet vermeld dat Joodse arbeiders 20% minder loon zullen ontvangen dan niet-Joodse arbeiders voor hetzelfde werk.
- Uitbreiding van de doelgroep: Aanvankelijk was de "werkverruiming" bedoeld voor werklozen met een uitkering, maar hier wordt besloten dat alle Joden zonder werk (ook degenen zonder uitkering of die recent ontslagen zijn) moeten worden tewerkgesteld.
- Logistiek van de uitsluiting: De keuringen vonden plaats in de Beurs voor de Diamanthandel, een symbolische plek in de Amsterdamse Jodenbuurt. De treinen vertrokken naar "Drenthe", wat in deze context verwijst naar de Joodse werkkampen die als voorportaal dienden voor Kamp Westerbork.
- Datum: 7 januari 1942 was inderdaad een woensdag. Dit bevestigt dat de grootschalige inzet van Joodse mannen in de werkkampen in januari 1942 begon. In januari 1942 begon de Duitse bezetter met het wegvoeren van Joodse mannen naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland. Officieel was het doel "werkverruiming" (werkverschaffing), maar in werkelijkheid was het een methode om Joodse mannen te isoleren van hun gezin en te concentreren.
De Joodsche Raad werd gedwongen mee te werken aan de administratie en de oproepen voor deze kampen. De mannen in deze kampen werden later, vanaf de zomer van 1942, bijna allemaal gedeporteerd naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in Polen (Auschwitz en Sobibor). Dit specifieke document legt het moment vast waarop de administratieve machine die tot deze massamoord zou leiden, in volle gang werd gezet.