Getypt verslag/mededeling van een administratieve instantie (vermoedelijk de Rijksdienst voor de Werkverruiming of een aanverwante afdeling).
Origineel
Getypt verslag/mededeling van een administratieve instantie (vermoedelijk de Rijksdienst voor de Werkverruiming of een aanverwante afdeling). Vrijdag 16 t/m Dinsdag 20 Januari 1942. 6e mededeeling omtrent de opdracht tot plaatsing van
Joodsche werkloozen in de werkverruiming.
Vrijdag 16 t/m Dinsdag 20 Januari 1942.
Aan den Joodschen Raad werd een opgave verstrekt van de namen en adressen diergenen, die voor tewerkstelling in Drenthe waren opgeroepen, maar om een of andere reden niet waren vertrokken. Vanwege den Joodschen Raad werd hen een circulaire gezonden, waarin werd verzocht deze reden met bewijzen gestaafd in te zenden bij een der bureaux van dien Raad (bijlage 13).
De afdeeling Werkverruiming werkte inmiddels voortdurend aan haar kaartregister, boekte de opgegeven redenen van niet-vertrek op de persoonskaarten van de geregistreerde Joodsche arbeiders, stelde vast, welke dubbeltellingen hadden plaats gevonden, enz.
Voorts werden voorbereidingen getroffen voor het derde transport Joodsche arbeiders ter bezetting van de nog opengebleven plaatsen. Hiervoor werden, na verkregen goedkeuring van den Beauftragte voor de stad Amsterdam, die arbeiders aangewezen, die wegens de weersomstandigheden niet in de werkverruiming konden werken en daardoor in ondersteuning moesten worden opgenomen. Uit deze groep vertrokken op Dinsdag 20 Januari 380 arbeiders. Na gehouden appel in de kampen bleken aan het vereischte aantal van 1403 nog 25 arbeiders te ontbreken, welke voor vertrek op Vrijdag 23 Januari werden aangewezen.
Voorts werd nagegaan aan de hand van de persoonsbewijzen hoeveel Joodsche arbeiders in de werkverruiming waren geplaatst. Bij deze controle bleek, dat op de onderscheiden objecten 2166 Joden waren geplaatst. Voorzoover deze niet in de Joodsche objecten in de provincie Drenthe, het kamp Sellingerbeetse of het object Betlem zijn geplaatst, zullen voor de overblijvenden door den Rijksdienst voor de Werkverruiming nieuwe objecten worden aangewezen.
Aan den Joodschen Raad werd een opgave verstrekt van de namen der tewerkgestelde arbeiders om aan de achtergebleven verwanten een circulaire te kunnen zenden, waarin dezen wordt medegedeeld, dat het brengen van bezoek aan de werkkampen niet geoorloofd is. (bijlage 14).
Met den leider van de medische afdeeling van den Joodschen Raad werd een regeling getroffen inzake de keuring van de Joodsche werkloozen, die zich nog zouden melden voor plaatsing in de werkverruiming.
Van den Beauftragte voor de stad Amsterdam werd op 21 Januari 1942 een opgave ontvangen van 87 Joden die op de zgn. "Verwaltersliste" voorkwamen en waarvoor aan den Joodschen Raad opdracht was gegeven deze op 27 Januari 1942 in de werkverruiming te plaatsen. Deze 87 werden door de afdeeling Werkverruiming per 22 Januari opgeroepen ten einde hun plaatsing verder te bewerkstelligen.
Verder werd bij het Bevolkingsregister een onderzoek ingesteld naar de adressen van hen, wier oproepkaarten als onbestelbaar waren teruggezonden, alsmede naar de gezinssamenstelling van de geplaatste arbeiders, waarvoor men deze gegevens noodig had om de loonbelasting en het kostgeld te berekenen.
Voorts werd aan de vrouwen der tewerkgestelde arbeiders bericht op welk tijdstip en op welke plaats het in de werkverruiming verdiende loon in ontvangst zou moeten worden genomen.
-Van- Dit document is een kil, ambtelijk verslag van de bureaucratische processen achter de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland. De focus ligt volledig op de logistieke en administratieve kant van de tewerkstelling.
- Systematiek: De tekst laat zien hoe nauwkeurig de bezetter en de meewerkende instanties te werk gingen. Er wordt melding gemaakt van "kaartregisters", "dubbeltellingen", en controles aan de hand van het bevolkingsregister.
- Rol van de Joodsche Raad: De documentatie bevestigt de rol van de Joodsche Raad als doorgeefluik van de Duitse bevelen. Zij moesten verklaringen opeisen bij degenen die niet verschenen en de familie informeren dat bezoek aan de kampen verboden was.
- Terminologie: Mensen worden gereduceerd tot aantallen en "arbeiders". De kampen worden aangeduid met de term "objecten".
- Uitsluiting en isolatie: De mededeling over het verbod op bezoek (paragraaf 5) onderstreept de bewuste isolatie van de mannen van hun families.
- Verwaltersliste: De vermelding van deze lijst (paragraaf 7) is saillant; het betrof Joodse beheerders van in beslag genomen bedrijven die nu ook naar de kampen werden gestuurd. De datum van dit document (januari 1942) is historisch uiterst relevant. Het is de periode waarin de nazi-bezetter begon met het grootschalig inzetten van Joodse mannen in werkkampen in Noord- en Oost-Nederland. Hoewel dit officieel werd gepresenteerd als "werkverruiming" (een voortzetting van een vooroorlogs werkgelegenheidsproject), was het in werkelijkheid een voorstadium van de deportaties naar de vernietigingskampen.
In diezelfde week, op 20 januari 1942, vond de Wannseeconferentie plaats, waar de nazi-top de praktische uitvoering van de "Endlösung" (de uitroeiing van de Joden) besprak. Dit document toont hoe op datzelfde moment de lokale bureaucratie in Nederland op volle toeren draaide om de Joodse bevolking in kaart te brengen, te concentreren en te isoleren. De werkkampen waarin zij terechtkwamen (zoals Sellingerbeetse en de kampen in Drenthe), zouden later in 1942 vrijwel allemaal worden ontruimd, waarna de gevangenen via kamp Westerbork naar de concentratiekampen in het oosten werden gestuurd.