Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 174
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Verzoekschrift (handgeschreven brief).

5 maart 1939 (datum opgesteld), 10 maart 1939 (datum stempel wethouder). Van: Frederick Melis, kleinhandelaar en venter, wonende aan de Govert Flinckstraat 245-I, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (via de Wethouder voor de Levensmiddelen).

Origineel

Verzoekschrift (handgeschreven brief). 5 maart 1939 (datum opgesteld), 10 maart 1939 (datum stempel wethouder). Frederick Melis, kleinhandelaar en venter, wonende aan de Govert Flinckstraat 245-I, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (via de Wethouder voor de Levensmiddelen). [Bovenaan de pagina]
№ 219 L.M. 1939 7/3

[Rechtsboven]
Amsterdam 5 Maart 1939

[Midden]
I
Wel Edel Gestrenge Heer,

Geeft met verschuldigden eerbied te kennen,
Frederick Melis, Kleinhandelaar en Venter
Govert Flinckstraat 245-I
dat hij gaarne een Erkenning zou hebben
voor de verkoop van Groenten en Fruit op den
Albert Cuijpmarkt.
Vanaf 1920 tot en met 1931 ben ik
Venter en Marktkoopman in de Ten Katestraat
en Plan West geweest.
Nu heb ik naar de Laan Copes van Kattenburg 68
geschreven en bericht ontvangen, dat ik moet
overleggen dat ik de laatste twee jaar in de
handel geweest ben, maar dat kan ik niet.
Nu ben ik steuntrekker, al zeven jaar
en kan nergens geen werk krijgen.
Vader van zes kinderen, waarvan de twee
oudste in de verdienste zijn, mijn steun is
nu zoo laag dat ik het in de handel altijd
kan verdienen, dus graag van de steun afwil.

[Linkermarge, verticaal stempel]
№ 2/3/37/ M. 1939 7/3

[Linksonder, rechthoekig stempel]
De Wethouder vóór de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur, van het Markt-
wezen om advies. ter behandeling
A’dam, 10 Maart. 39

[Rechtsonder]
2 De brief is een aangrijpend voorbeeld van een persoonlijk verzoekschrift uit de late crisisjaren dertig. Frederick Melis, een ervaren marktkoopman die tussen 1920 en 1931 actief was, probeert een officiële vergunning ("erkenning") te krijgen voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt.

De kern van het probleem is bureaucratisch: om een vergunning te krijgen, moet hij bewijzen dat hij de afgelopen twee jaar in de handel werkzaam is geweest. Melis kan dit niet, omdat hij door de economische malaise al zeven jaar werkloos is en afhankelijk is van de "steun" (sociale uitkering). Hij voert zijn gezinssituatie (zes kinderen) en zijn lage uitkering aan als motivatie om weer aan het werk te gaan en de staatskas niet langer te belasten. De brief toont de vicieuze cirkel aan waarin werklozen in die tijd verkeerden: men had werkervaring nodig om te mogen werken, maar kon die ervaring niet opdoen juist omdát men werkloos was. * Economische Crisis: In 1939 bevond Nederland zich nog steeds in de nasleep van de Grote Depressie. De werkloosheid was hoog en het systeem van de "Steun" was sober en streng gereguleerd.
* Marktwezen: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het verkrijgen van een officiële standplaats was strikt gebonden aan regels van het Marktwezen en brancheorganisaties.
* Locatie: De Govert Flinckstraat, waar de afzender woonde, ligt direct parallel aan de Albert Cuypstraat in de Pijp, wat zijn verzoek om juist daar te mogen venten logisch maakt vanuit logistiek oogpunt.
* Laan Copes van Cattenburch 68: Dit adres in Den Haag was destijds de zetel van de "Rijksinspectie van de Handel en de Dienstverlening" of een aanverwant orgaan dat toezag op de vestigingswetten voor de kleinhandel. Marktwezen

Samenvatting

De brief is een aangrijpend voorbeeld van een persoonlijk verzoekschrift uit de late crisisjaren dertig. Frederick Melis, een ervaren marktkoopman die tussen 1920 en 1931 actief was, probeert een officiële vergunning ("erkenning") te krijgen voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt.

De kern van het probleem is bureaucratisch: om een vergunning te krijgen, moet hij bewijzen dat hij de afgelopen twee jaar in de handel werkzaam is geweest. Melis kan dit niet, omdat hij door de economische malaise al zeven jaar werkloos is en afhankelijk is van de "steun" (sociale uitkering). Hij voert zijn gezinssituatie (zes kinderen) en zijn lage uitkering aan als motivatie om weer aan het werk te gaan en de staatskas niet langer te belasten. De brief toont de vicieuze cirkel aan waarin werklozen in die tijd verkeerden: men had werkervaring nodig om te mogen werken, maar kon die ervaring niet opdoen juist omdát men werkloos was.

Historische Context

  • Economische Crisis: In 1939 bevond Nederland zich nog steeds in de nasleep van de Grote Depressie. De werkloosheid was hoog en het systeem van de "Steun" was sober en streng gereguleerd.
  • Marktwezen: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het verkrijgen van een officiële standplaats was strikt gebonden aan regels van het Marktwezen en brancheorganisaties.
  • Locatie: De Govert Flinckstraat, waar de afzender woonde, ligt direct parallel aan de Albert Cuypstraat in de Pijp, wat zijn verzoek om juist daar te mogen venten logisch maakt vanuit logistiek oogpunt.
  • Laan Copes van Cattenburch 68: Dit adres in Den Haag was destijds de zetel van de "Rijksinspectie van de Handel en de Dienstverlening" of een aanverwant orgaan dat toezag op de vestigingswetten voor de kleinhandel.

Locaties

Albert Cuypmarkt Ten Katemarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Dieren: Kat Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela