Getypt rapport / officiële mededeling.
Origineel
Getypt rapport / officiële mededeling. 8e Mededeeling omtrent de opdracht tot plaatsing van
een aantal Amsterdamsche Joden in de Werkverruiming.
Op 5 Maart deelde de Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau
in een bijeenkomst met het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken
en het Bureau van den Joodschen Raad mede, dat de Duitsche auto-
riteiten hem hadden opgedragen 3000 Amsterdamsche Joden in de
leeftijden van 18 - 55 jaar te doen keuren voor plaatsing in de
Werkverruiming. In tegenstelling met de vorige opdracht, zouden
thans ook werkenden in aanmerking komen. Aan den Joodschen Raad
werd verzocht de namen en adressen der te keuren personen op te
geven.
Op 9 Maart werd een aanvang gemaakt met de keuringen.
Op 27 Maart waren de keuringen geeindigd.
In totaal werden opgeroepen 3600 personen
Hiervan werden gekeurd 3000 "
Waarvan goedgekeurd voor zwaar werk 1250 personen
" " " licht " 150 "
" definitief afgekeurd 1100 "
" goedgekeurd voor omgeving
Amsterdam 100 "
" voorloopig afgekeurd 400 "
Terwijl niet werden gekeurd (dub-
beltellingen, niet-jood, overleden,
hadden ernstige bezwaren enz.) 600 "
Van de gekeurden moesten ingevolge opdracht van de Duitsche
autoriteiten 850 personen geplaatst worden in de werkkampen
VLEDDER, RUINEN, ECHTEN, GEESBRUG, KREMBOONG en LANDWEER.
Voor deze plaatsing werden aangewezen om te vertrekken 852
personen, waarvan 762 op Dinsdag 31 Maart en
90 op Woensdag 1 April.
Hiervan vertrokken resp. 678 en 78 personen, zoodat nog een
aanvulling van 94 tewerkgestelden zal volgen.
Een aantal gekeurden werd vrijgesteld van uitzending krachtens
een daartoe door de bevoegde instanties genomen besluit.
In een bespreking op 1 April 1942 van den Directeur van het
Gewestelijk Arbeidsbureau met den Directeur van het Gemeentelijk
Bureau voor Sociale Zaken en het Hoofd van de Afdeeling Werk-
verruiming van dezen Dienst en vertegenwoordigers van den Joodschen
Raad, deelde de Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau mede,
dat de Duitsche autoriteiten thans als eisch hadden gesteld, dat
niet 3000 mannelijke Joden gekeurd moesten zijn, maar dat men de
beschikbaarstelling wenschte van 3000 goedgekeurden voor eventu-
eele plaatsing in een Rijkswerkkamp.
Boven de ruim 1000 goedgekeurden zullen er dus nog 2000 personen
moeten komen.
De Joodsche Raad zal op dezelfde wijze als tot dusver is geschied,
voortgaan met aanwijzen. Men zal thans een aanvang maken met de
aanwijzing van de gehuwden, die daarvoor in aanmerking komen.
In verband met de Paaschdagen en de heropening der niet-Joodsche
werkobjecten, zal men in de volgende week slechts op 10 April
kunnen keuren en eerst per 13 April regelmatig met de keuringen
voortgaan. In de eerste plaats zullen worden opgeroepen zij, die
bij vorige gelegenheden werden opgeroepen maar niet werden ge-
plaatst. Dit document is een administratief verslag van de bureaucratische processen rondom de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele opvallende punten:
- Escalatie van de maatregelen: Waar voorheen wellicht alleen werklozen werden opgeroepen, specificeert dit document dat "thans ook werkenden in aanmerking komen". Dit wijst op een verbreding van de groep die voor gedwongen arbeid werd geselecteerd.
- Kwantitatieve benadering: De Duitsers veranderden hun eis van 3000 gekeurde personen naar 3000 goedgekeurde personen. Dit betekende dat er veel meer mensen opgeroepen moesten worden om de quota te halen, aangezien een groot deel bij de keuring afviel.
- Betrokkenheid van instanties: Het document toont de samenwerking tussen het Nederlandse ambtenarenapparaat (Gewestelijk Arbeidsbureau en Sociale Zaken) en de Joodsche Raad onder dwang van de Duitse bezetter. De Joodsche Raad werd gedwongen de adressenlijsten aan te leveren.
- Bestemmingen: De genoemde kampen (Vledder, Ruinen, Echten, Geesbrug, Kremboong en Landweer) waren werkkampen in Noord- en Oost-Nederland, die functioneerden als voorstadium van de latere deportaties naar de vernietigingskampen. In januari 1942 begonnen de eerste transporten van Joodse mannen naar werkkampen in Nederland onder het mom van de "Werkverruiming". Dit systeem was oorspronkelijk opgezet tijdens de crisis van de jaren '30 voor werklozen, maar werd door de bezetter gekaapt voor de Jodenvervolging.
Ten tijde van dit document (april 1942) was de grootschalige deportatie naar Auschwitz nog niet begonnen (die startte in juli 1942). De werkkampen dienden echter om Joodse mannen te isoleren van hun gezinnen, hun moreel te breken en hen te concentreren op locaties die makkelijk te controleren waren. In oktober 1942 werden de meeste van deze kampen ontruimd en werden de mannen direct naar kamp Westerbork gestuurd, en vandaar naar het oosten. Dit document legt het precieze moment vast waarop de netto-vangst van de bezetter werd verhoogd door ook gehuwden en werkenden op te roepen.