Officiële brief / oproeping voor tewerkstelling.
Origineel
Officiële brief / oproeping voor tewerkstelling. Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam, Afdeling Werkverruiming. [Rechtsboven, handgeschreven:]
bijl 14
GEWESTELIJK ARBEIDSBUREAU
Afd. Werkverruiming,
Galerij 15—26,
AMSTERDAM CENTRUM
Nr. 4778 AB Wv.
AMSTERDAM, April 1942.
Bijlage
Hiermede bericht ik U, dat gij in opdracht van de bezettende autoriteiten zijt aangewezen voor plaatsing in een kamp van den Rijksdienst voor de Werkverruiming.
Het is mij bekend, dat gij reeds eerder daartoe bent opgeroepen en toen niet behoefde te vertrekken uit hoofde van de door U gemaakte bezwaren.
Deze bezwaren geven thans geen recht meer op vrijstelling, zoodat U dus verplicht bent voor de keuring te verschijnen. Het niet voldoen aan bijgaande lastgeving wordt beschouwd als een weigering om een van Overheidswege gegeven bevel op te volgen en is strafbaar gesteld.
Ik raad U daarom in Uw eigen belang aan, onverwijld aan bijgaande oproeping gevolg te geven.
De Directeur van het Gew. Arbeidsbureau,
Aan den Heer
[Linksonder, kleine letters:]
Stadsdrukkerij Amsterdam
7648-4-42-3000 Deze brief is een dwingende oproep van het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) aan een (niet met naam genoemde) burger om zich te laten keuren voor plaatsing in een werkkamp. De toon van de brief is formeel, autoritair en dreigend.
Kernpunten van de inhoud:
1. Expliciete verwijzing naar de bezetter: Er wordt direct vermeld dat de aanwijzing gebeurt "in opdracht van de bezettende autoriteiten".
2. Intrekking van eerdere vrijstellingen: De ontvanger had blijkbaar eerder met succes bezwaar gemaakt, maar de brief stelt onomwonden dat deze bezwaren "thans geen recht meer op vrijstelling" geven. Dit duidt op een verharding van het beleid.
3. Strafrechtelijke consequenties: De brief benadrukt dat weigering wordt gezien als het niet opvolgen van een overheidsbevel en strafbaar is gesteld.
4. "Eigen belang": Het advies om "in Uw eigen belang" gehoor te geven aan de oproep is een klassieke retorische vorm van intimidatie die werd gebruikt om verzet te ontmoedigen. Dit document stamt uit april 1942, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De 'Rijksdienst voor de Werkverruiming' (R.W.) was oorspronkelijk een vooroorlogs instituut bedoeld om werklozen via openbare werken (zoals ontginning en wegenbouw) weer aan de slag te helpen. Onder invloed van de bezetter werd dit systeem echter getransformeerd tot een instrument voor gedwongen tewerkstelling.
Vanaf 1942 nam de druk op de Nederlandse bevolking om arbeid te leveren voor de Duitse (oorlogs)economie sterk toe. In deze fase werden werkkampen in Nederland vaak gebruikt als een tussenstap of als een vorm van repressie voor degenen die 'werkloos' waren of niet meewerkten. Niet veel later in 1942 zou de grootschalige inzet van de Arbeidseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland zelf) en de deportatie van Joodse mannen naar zogenaamde Joodse werkkampen (eveneens onder de vlag van de Werkverruiming) een aanvang nemen.
Het Gewestelijk Arbeidsbureau speelde een faciliterende en uitvoerende rol in dit proces. Hoewel de ambtenaren vaak Nederlands waren, stonden zij onder direct bevel van de bezetter. Dit document illustreert de bureaucratische efficiëntie waarmee de bezetter en de meewerkende instanties de vrijheden van burgers inperkten.