Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 224
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel rapport / ambtelijk schrijven.

19 mei 1939.

Origineel

Officieel rapport / ambtelijk schrijven. 19 mei 1939. R A P P O R T.

J.J.v.Bentem, oud 51 jaar, wonende Berberistraat 4 verzoekt erkenning als kleinhandelaar met groenten en fruit. Uit zijn eigen verklaringen en uit de artikelen welke zijn ventvergunning Serie 2 No 25 vanaf 1 Sept. 1934 heeft aangegeven (brandstoffen, wit zand en bloemen) is echter gebleken dat hij met groenten en fruit handelde in den tijd dat de handel nog vrij was. Dit is dus geweest voor 1 Sept. 1934. De laatste jaren heeft hij zich met dezen handel dan ook niet beziggehouden. De verkoop van fruit heeft destyds bestaan uit het handelen in de omgeving van de Tolhuispont. De laatste maanden heeft v. Bentem bijsteun gehad en werd hem toegestaan met zand te blyven venten. Voor zoover kan worden beoordeeld zijn de door de Nederl. Groenten-en Fruitcentrale gestelde vragen naar waarheid door den betrokkene beantwoord.

Den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.

Amsterdam, 19 Mei 1939
[Handtekening: L. Ruys (?)]
Marktopzichter.

[Handgeschreven aantekeningen onderaan]

Verklaring stempelen en doorzenden naar den Raad.

Doorgezonden 20/5-'39 [Initialen]

Akkoord: 23/5 - '39 [Initialen] Het document betreft een screening van de heer J.J. van Bentem, die in 1939 een officiële erkenning probeert te krijgen als kleinhandelaar in groenten en fruit. Uit het rapport blijkt een strikte scheiding tussen de periode vóór en na 1 september 1934. Vóór die datum was de handel "vrij", maar nadien traden er strengere regels en vergunningsplichten in werking (waarschijnlijk gerelateerd aan de vestigingswetgeving of crisismaatregelen uit de jaren '30).

Belangrijke observaties:
* Handelsverleden: Van Bentem ventte voor 1934 in de buurt van de Tolhuispont (Amsterdam-Noord). Na 1934 stonden op zijn vergunning enkel brandstoffen, zand en bloemen.
* Economische status: De betrokkene ontving in de maanden voorafgaand aan het rapport "bijsteun" (sociale uitkering), wat duidt op financiële nood. Hij had wel toestemming om met zand te blijven venten om in zijn levensonderhoud te voorzien.
* Bureaucratische gang: De marktopzichter oordeelt dat de aanvrager de waarheid spreekt. De handgeschreven noten laten zien dat het rapport binnen vier dagen door de ambtelijke molen ging: van de opzichter naar de Raad, met een finaal "akkoord" op 23 mei 1939. Dit document is een treffend voorbeeld van de gereguleerde economie in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 probeerde de overheid de markt te ordenen om wildgroei en "oneerlijke concurrentie" tegen te gaan, vaak ten nadele van kleine zelfstandigen die probeerden te overleven tijdens de economische crisis.

De locatie Berberistraat en de Tolhuispont situeren de aanvrager in Amsterdam-Noord. De Tolhuispont was destijds een cruciaal knooppunt voor arbeiders die de oversteek maakten naar de stad, wat het een lucratieve plek maakte voor straathandel (venten). De betrokkenheid van de "Nederl. Groenten-en Fruitcentrale" wijst op de invloed van productschappen/centrale organen die destijds de handel in specifieke sectoren controleerden.

Samenvatting

Het document betreft een screening van de heer J.J. van Bentem, die in 1939 een officiële erkenning probeert te krijgen als kleinhandelaar in groenten en fruit. Uit het rapport blijkt een strikte scheiding tussen de periode vóór en na 1 september 1934. Vóór die datum was de handel "vrij", maar nadien traden er strengere regels en vergunningsplichten in werking (waarschijnlijk gerelateerd aan de vestigingswetgeving of crisismaatregelen uit de jaren '30).

Belangrijke observaties:
* Handelsverleden: Van Bentem ventte voor 1934 in de buurt van de Tolhuispont (Amsterdam-Noord). Na 1934 stonden op zijn vergunning enkel brandstoffen, zand en bloemen.
* Economische status: De betrokkene ontving in de maanden voorafgaand aan het rapport "bijsteun" (sociale uitkering), wat duidt op financiële nood. Hij had wel toestemming om met zand te blijven venten om in zijn levensonderhoud te voorzien.
* Bureaucratische gang: De marktopzichter oordeelt dat de aanvrager de waarheid spreekt. De handgeschreven noten laten zien dat het rapport binnen vier dagen door de ambtelijke molen ging: van de opzichter naar de Raad, met een finaal "akkoord" op 23 mei 1939.

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van de gereguleerde economie in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 probeerde de overheid de markt te ordenen om wildgroei en "oneerlijke concurrentie" tegen te gaan, vaak ten nadele van kleine zelfstandigen die probeerden te overleven tijdens de economische crisis.

De locatie Berberistraat en de Tolhuispont situeren de aanvrager in Amsterdam-Noord. De Tolhuispont was destijds een cruciaal knooppunt voor arbeiders die de oversteek maakten naar de stad, wat het een lucratieve plek maakte voor straathandel (venten). De betrokkenheid van de "Nederl. Groenten-en Fruitcentrale" wijst op de invloed van productschappen/centrale organen die destijds de handel in specifieke sectoren controleerden.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela