Getypte notulen of rapportverslag (pagina 3).
Origineel
Getypte notulen of rapportverslag (pagina 3). -3-
nomen, dat de Joodsche arbeiders, die zich nu nog melden
moeten worden tewerkgesteld bij het Sloterdijkermeerplan.
Is er een voldoende aantal aanwezig, dat wordt er een
nieuwe groep geformeerd, die per trein naar Drenthe vertrekt.
Na eenige discussie zegt de Heer v. Delft, dat hij de bezwaren,
die zijn gemaakt door degenen, die niet in ondersteuning zijn,
zal onderzoeken en de rapporten naar het Departement v. Sociale
Zaken zenden, waar de Rijksdienst voor de Werkverruiming zal
beslissen, wat er met de betrokkenen moet geschieden.
Het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken zal daarnaast
nog de bezwaren van de gesteunden onderzoeken en eventueel
de ondersteuning stopzetten.
Hierna wordt de bijeenkomst gesloten. * Inhoud: Het fragment beschrijft de administratieve afhandeling van de tewerkstelling van Joodse mannen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden in Amsterdam (Sloterdijkermeerplan) en transport naar kampen in Drenthe.
* Instanties: Er worden verschillende officiële instanties genoemd die betrokken waren bij de uitvoering van de maatregelen tegen de Joodse bevolking: de Rijksdienst voor de Werkverruiming (onderdeel van het Departement van Sociale Zaken) en het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken (vrijwel zeker van de gemeente Amsterdam).
* Dwangmiddelen: De tekst maakt melding van het onderzoeken van "bezwaren". Een dreigement is expliciet aanwezig: voor degenen die financiële steun ontvangen ("de gesteunden"), kan de ondersteuning worden stopgezet als zij niet meewerken aan de tewerkstelling.
* Terminologie: Het gebruik van de term "Joodsche arbeiders" en de verwijzing naar transporten per trein naar Drenthe zijn typerend voor de bureaucratische taal waarin de vervolging werd gegoten. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen op grote schaal tewerkgesteld in zogenaamde "Joodse werkkampen", vaak gelegen in Noord- en Oost-Nederland (waaronder Drenthe). Deze kampen werden aangestuurd door de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
Het Sloterdijkermeerplan was een lokaal Amsterdamse werkverschaffingsproject (grondverzet voor de latere Sloterplas). De verwijzing naar Drenthe duidt op de kampen die als voorstadium dienden voor de latere deportaties naar de vernietigingskampen. De genoemde "Heer v. Delft" was waarschijnlijk een ambtenaar betrokken bij de sociale diensten of de werkverschaffing die de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen coördineerde. De bureaucratische efficiëntie en de financiële chantage (het stopzetten van steun) waren effectieve instrumenten van de bezetter en hun meewerkende instanties om de Joodse bevolking te isoleren en te deporteren.