Getypte notulen of verslag van een vergadering.
Origineel
Getypte notulen of verslag van een vergadering. Vermoedelijk begin 1942 (gezien de verwijzing naar de eerste oproepen voor de Joodse werkkampen). -2-
Gewestelijk Arbeidsbureau. Voorts kan men dit aan alle Joodsche Gemeenschappen buiten Amsterdam opdragen en in het Joodsche weekblad doen opnemen. Zijn de Joodsche arbeiders bij de Arbeidsbureaux ingeschreven, dan worden zij van hieruit opgeroepen. Spreker zal aan zijn Dienst aparte loketten openen voor de Joodsche arbeiders en deze afzonderlijk registreeren.
De Heer Cohen zal dit uitvoeren. Spreker vreest echter, dat hij op deze wijze niet alle belanghebbenden bereikt. Vele Joden zijn niet bij een genootschap aangesloten en lezen ook het Joodsche weekblad niet. Spreker zal verzoeken, een opwekking in de dagbladpers te mogen plaatsen.
De Heer Hudig wijst er op, dat de verdere oproepingen beter kunnen worden voorbereid dan dien van de afgeloopen week, die in een overhaast tempo zijn geschied. De Rijksdienst is thans bezig nieuwe objecten voor de Joodsche arbeiders aan te wijzen. Behalve de thans bezette Drentsche Kampen zullen ook het Sloterdijkermeerobject en de kampen in de Peel voor de Joden worden bestemd.
De Heer v.d. Berg deelt mede, dat hij vernomen heeft, dat de Joodsche Raad ook categorieën heeft opgeroepen, die niet bij de organen der Arbeidsbemiddeling stonden ingeschreven, zooals de wachtgelders, venters, enz. Spreker heeft aan den wnd. Secretaris-Generaal van het Departement v. Sociale Zaken de vraag voorgelegd, of de organen der Arbeidsbemiddeling ten aanzien van deze groepen, die buiten hun administratie staan, wel hun bemiddeling kunnen verleenen. De Heer Verwey heeft daarop geantwoord, dat de Arbeidsbureaux inderdaad hieraan moeten medewerken. Uit de oproepingen moet echter blijken, dat het geen gewone bemiddeling is, doch dat de oproepingen geschieden op last van de bezettende overheid.
De Heer v. Delft wijst er op, dat hij dit alleen kan doen indien hem dit vanwege het Departement v. Sociale Zaken wordt opgedragen, anders is hij verplicht, de voorgeschreven formulieren te gebruiken.
De Heer Meyer de Vries zegt toe de opgesomde maatregelen te zullen uitvoeren. Voor zoover de aangeschreven personen ondersteuning ontvangen van den Joodschen Raad, kan deze de ondersteuning stop zetten, indien de opgeroepenen niet aan de aanschrijving voldoen. Rijk en Gemeenten kunnen dit doen t.o.v. de van overheidswege gesteunden. Ten aanzien van alle overige groepen kan men slechts moreele pressie uitoefenen.
De Heer v. Delft stelt voor de gevallen, die zich de komende dagen zullen voordoen, als volgt te behandelen.
De arbeiders, die hun oproeping te laat hebben ontvangen, wier kaarten onbestelbaar zijn terugontvangen, enz. en die zich alsnog komen melden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau of de Werkverruiming moeten wederom worden verwezen naar de artsen van den Joodschen Raad. De keuringsrapporten worden aan de ambtenaren van de Werkverruiming ter hand gesteld, die van de goedgekeurden een kaartregister aanleggen om ze later bij eerste oproeping te kunnen afleveren.
De Heer Meyer de Vries vraagt hoe groot de personeelsbezetting moet zijn.
De Heer Kaan antwoordt, dat 4 artsen wel voldoende zullen zijn. De Afd. Werkverruiming zal 2 ambtenaren ter beschikking stellen, terwijl ook eenige ambtenaren van het G.A.B. op de Diamantbeurs aanwezig moeten zijn. Spreker heeft van den burgemeester ver- Dit document legt een cruciaal moment vast in de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland. Het toont de nauwe samenwerking – deels onder dwang, deels uit administratieve gewoonte – tussen de Joodsche Raad en Nederlandse overheidsinstanties zoals de Arbeidsbureaux en het Departement van Sociale Zaken.
De kern van de bespreking is de uitbreiding van de inzet van Joodse mannen voor gedwongen tewerkstelling in werkkampen (de "werkverruiming"). Opvallend is de discussie over hoe men Joden kan bereiken die niet officieel geregistreerd staan bij Joodse gemeenten, en de mededeling dat de oproepen geschieden "op last van de bezettende overheid" om het onderscheid met reguliere arbeidsbemiddeling te markeren.
Er wordt expliciet gesproken over dwangmiddelen: het stopzetten van de financiële ondersteuning voor degenen die weigeren gehoor te geven aan de oproep. De genoemde locaties (Drenthe, Sloterdijk, de Peel) waren de eerste bestemmingen in een proces dat uiteindelijk zou leiden tot de massale deportaties naar de vernietigingskampen. De tekst dateert waarschijnlijk van januari of februari 1942. In januari 1942 werden de eerste groepen werkloze Joodse mannen naar werkkampen in met name Drenthe gestuurd. Dit verslag toont de logistieke uitwerking daarvan in Amsterdam. De "Diamantbeurs" aan het Weesperplein werd door de nazi's gevorderd en gebruikt als centraal punt voor de registratie en keuring van Joodse dwangarbeiders. De hier genoemde personen, zoals David Cohen (voorzitter van de Joodsche Raad) en R.A. Verwey (Secretaris-Generaal van Sociale Zaken), speelden sleutelrollen in de administratieve afhandeling van deze maatregelen. R.A. Verwey