Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 159
Dossier 106
Stadsarchief

Getypte officiële mededeling/verslag.

9 januari 1942.

Origineel

Getypte officiële mededeling/verslag. 9 januari 1942. 3e Mededeeling omtrent de opdracht tot tewerkstelling van
een aantal Joodsche arbeiders op Zaterdag 10 Januari 1942.


Vrijdag, 9 Januari 1942.

Op Vrijdag 9 Januari waren opgeroepen
1e ingeschreven werkloozen bij het G.A.B. .. .. .. .. 315
2e werkloozen voorkomende op de "ontslaglijsten" 235
3e voorts verschenen van de venters wier
ventvergunning was ingetrokken .. .. .. .. .. .. .. 200
---
750
personen

Bovengenoemde venters ontvingen van den Joodschen Raad een
oproeping om zich voor plaatsing in de werkverruiming aan te
melden (Bijlage 8).
In den loop van den dag werd besloten, daar het zich liet
aanzien, dat geen voldoend aantal voor plaatsing geschikte
personen zou worden bereikt, ook de ambtenaren en werklieden
op te roepen, die uit den Dienst van de Overheid waren ont-
slagen. Onmiddellijk werden derhalve maatregelen getroffen
op het Pensioensbureau ten Gemeentehuize de namen en adressen
der wachtgelders op oproepkaarten (bijlage 1) over te nemen.
Aangezien van de ontslagen arbeidscontractanten de adressen
niet op het Pensioensbureau doch op de Diensten bekend waren,
moesten deze eerst nog op de Diensten worden overgenomen.
Hierna zijn de oproepkaarten huis aan huis bezorgd door
ambtenaren van de Afdeeling Werkverruiming en door personeel
van den Joodschen Raad. Aangezien met het bezorgen van deze
kaarten eerst laat in den middag een aanvang kon worden ge-
maakt, sommige opgeroepenen niet thuis waren, enz. kon deze
oproeping op den Vrijdag weinig resultaat meer opleveren.
Evenmin was dit het geval met de poging van den Joodschen
Raad om nog dien middag een aantal Duitsche Joden op te roepen,
waartoe men inmiddels van den Beauftragte für die Stadt Amster-
dam opdracht had gekregen.
Van de in den aanhef vermelde 750 opgeroepen arbeiders werden er
526 gekeurd, waarbij 211 ongeschikt bleken voor alle werkzaam-
heden in de werkverruiming en 315 werden goedgekeurd.
De overige arbeiders hadden werk, waren ziek, overleden, enz.
terwijl van een deel de oproepkaarten onbestelbaar werden
terugontvangen. Voorts werden aangewezen voor tewerkstelling
ca. 130 werklooze arbeiders, die wegens den vorst niet in
andere werkkampen konden werken en die weer in den steun zouden
worden opgenomen.
Toen te omstreeks 7 uur de laatste arbeiders van een vervoer-
bewijs waren voorzien, bleken er in totaal 1075 personen voor
tewerkstelling te zijn aangewezen. Al deze arbeiders hadden
een exemplaar van de arbeidsvoorwaarden (bijlage 9) en een
reisbon (bijlage 10). * Doel van het document: Het document dient als een administratief verslag van de vorderingen en hindernissen bij het verzamelen van een quotum Joodse arbeiders voor gedwongen tewerkstelling.
* Groepen opgeroepenen: De nadruk ligt op werklozen, voormalige straatventers (wier vergunning was ingetrokken als anti-Joodse maatregel) en ontslagen Joodse ambtenaren ('wachtgelders').
* Organisatorische chaos: De tekst getuigt van een gehaaste en moeizame operatie. Adressen moesten van verschillende diensten worden overgenomen en de kaarten werden pas laat op de dag bezorgd, waardoor veel mensen niet thuis waren.
* Resultaat: Van de eerste groep van 750 werden slechts 315 personen medisch goedgekeurd. Om de aantallen aan te vullen, werden extra groepen aangewezen, wat uiteindelijk leidde tot een totaal van 1075 personen.
* Dwang: Hoewel de term 'werkverruiming' wordt gebruikt (een term uit de werkloosheidsbestrijding van de jaren '30), is hier sprake van gedwongen tewerkstelling op bevel van de Duitse bezetter. Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de vervolging van Joden in Nederland. In deze periode begon de grootschalige tewerkstelling van Joodse mannen in werkkampen binnen Nederland. In het begin werd dit gepresenteerd als een vorm van werkverschaffing, maar het was een direct voorstadium van de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen die later in 1942 zouden beginnen.

De rol van de Joodsche Raad is hier pijnlijk zichtbaar: zij werden door de bezetter ingezet om de oproepen uit te voeren en te bezorgen. De genoemde "Beauftragte für die Stadt Amsterdam" was Hans Böhmcker, de Duitse functionaris die direct toezicht hield op het Amsterdamse stadsbestuur en de Joodsche Raad. De term 'wachtgelders' verwijst naar Joodse ambtenaren die eerder in de oorlog op last van de bezetter waren ontslagen en nu als een van de eersten werden opgeroepen voor de kampen.

Samenvatting

  • Doel van het document: Het document dient als een administratief verslag van de vorderingen en hindernissen bij het verzamelen van een quotum Joodse arbeiders voor gedwongen tewerkstelling.
  • Groepen opgeroepenen: De nadruk ligt op werklozen, voormalige straatventers (wier vergunning was ingetrokken als anti-Joodse maatregel) en ontslagen Joodse ambtenaren ('wachtgelders').
  • Organisatorische chaos: De tekst getuigt van een gehaaste en moeizame operatie. Adressen moesten van verschillende diensten worden overgenomen en de kaarten werden pas laat op de dag bezorgd, waardoor veel mensen niet thuis waren.
  • Resultaat: Van de eerste groep van 750 werden slechts 315 personen medisch goedgekeurd. Om de aantallen aan te vullen, werden extra groepen aangewezen, wat uiteindelijk leidde tot een totaal van 1075 personen.
  • Dwang: Hoewel de term 'werkverruiming' wordt gebruikt (een term uit de werkloosheidsbestrijding van de jaren '30), is hier sprake van gedwongen tewerkstelling op bevel van de Duitse bezetter.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de vervolging van Joden in Nederland. In deze periode begon de grootschalige tewerkstelling van Joodse mannen in werkkampen binnen Nederland. In het begin werd dit gepresenteerd als een vorm van werkverschaffing, maar het was een direct voorstadium van de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen die later in 1942 zouden beginnen.

De rol van de Joodsche Raad is hier pijnlijk zichtbaar: zij werden door de bezetter ingezet om de oproepen uit te voeren en te bezorgen. De genoemde "Beauftragte für die Stadt Amsterdam" was Hans Böhmcker, de Duitse functionaris die direct toezicht hield op het Amsterdamse stadsbestuur en de Joodsche Raad. De term 'wachtgelders' verwijst naar Joodse ambtenaren die eerder in de oorlog op last van de bezetter waren ontslagen en nu als een van de eersten werden opgeroepen voor de kampen.