Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 13
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.

31 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 31 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven]: M. de Haas
[Handgeschreven midden boven]: verzonden 31/7

[Getypt]:
den Heer M. de Haas,
Weesperstraat 2B,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.

25/145/2 M 31 Juli 1940

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 Juli jl. be-
richt ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwil-
liging in aanmerking kan komen. Indien U niet tenminste twee
maal per week een plaats op de markt Albert Cuypstraat bezet,
zal de U verleende voorkeurskaart worden ingetrokken, over-
eenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op
de Markten.

De Directeur, Het betreft een zakelijke, dwingende mededeling aan een marktkoopman, de heer M. de Haas. In de brief wordt een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer De Haas (gedateerd 25 juli 1940) afgewezen. Tevens wordt hij gewaarschuwd: hij moet minimaal twee keer per week zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt innemen. Indien hij dit verzuimt, wordt zijn ‘voorkeurskaart’ (een bewijs dat recht geeft op een vaste staanplaats) ingetrokken op basis van het marktreglement. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de handgeschreven aantekening "verzonden 31/7". De datum van de brief, 31 juli 1940, is saillant: dit is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde woonde aan de Weesperstraat, een straat die in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt lag. De naam 'De Haas' was een veelvoorkomende Joodse achternaam in die periode.

Hoewel de brief strikt formeel lijkt en over algemene marktreglementen gaat, is het bekend dat de bezetter en het collaborerende stadsbestuur al vroeg begonnen met het bureaucratisch onder druk zetten van Joodse ondernemers en marktkooplieden. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden geweerd en verbannen worden naar specifieke 'Joodse markten', alvorens zij geheel hun recht op handel en uiteindelijk hun vrijheid verloren. Deze brief kan een vroeg voorbeeld zijn van de strikte handhaving van regels die het voor Joodse Amsterdammers steeds moeilijker maakte om in hun levensonderhoud te voorzien.

Samenvatting

Het betreft een zakelijke, dwingende mededeling aan een marktkoopman, de heer M. de Haas. In de brief wordt een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer De Haas (gedateerd 25 juli 1940) afgewezen. Tevens wordt hij gewaarschuwd: hij moet minimaal twee keer per week zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt innemen. Indien hij dit verzuimt, wordt zijn ‘voorkeurskaart’ (een bewijs dat recht geeft op een vaste staanplaats) ingetrokken op basis van het marktreglement. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de handgeschreven aantekening "verzonden 31/7".

Historische Context

De datum van de brief, 31 juli 1940, is saillant: dit is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde woonde aan de Weesperstraat, een straat die in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt lag. De naam 'De Haas' was een veelvoorkomende Joodse achternaam in die periode.

Hoewel de brief strikt formeel lijkt en over algemene marktreglementen gaat, is het bekend dat de bezetter en het collaborerende stadsbestuur al vroeg begonnen met het bureaucratisch onder druk zetten van Joodse ondernemers en marktkooplieden. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden geweerd en verbannen worden naar specifieke 'Joodse markten', alvorens zij geheel hun recht op handel en uiteindelijk hun vrijheid verloren. Deze brief kan een vroeg voorbeeld zijn van de strikte handhaving van regels die het voor Joodse Amsterdammers steeds moeilijker maakte om in hun levensonderhoud te voorzien.