Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 26
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven handtekening en archiefstempels.

12 augustus 1940. Van: A. Wijnschenk.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven handtekening en archiefstempels. 12 augustus 1940. A. Wijnschenk. [Linksboven:]
A. Wijnschenk

[Rechtsboven:]
Amsterdam, 12 Augustus 1940.
Ceintuurbaan 290

[Stempel linksboven:]
No 25/147/3 M. 1940 [8]

[Handgeschreven rechtsboven:]
Wijnschenk

no.25/147/2 M.

WelEd.Heer,

Uw schryven dd .9.dezer kwam in myn bezit en deel U in beleefd antwoord hierop mede dat het ook in myn bedoeling ligt persoonlyk van de my toegewezen marktplaats gebruik te maken.

Myn verzoek houdt echter in , my , in verband met myn slecht gezichtsvermogen, te laten assisteren door den Heer H.Kloots , die als zodanig reeds circa 3 jaar by my werkzaam is, .

Over een en ander kan de Marktmeester van de Alb.Cuypstraat U ook inlichtingen geven.

Vertrouwende dat een en ander thans in orde zal worden bevonden, verblyf ik,

Hoogachtend,

[Handtekening:]
A. Wijnschenk * Inhoud: De heer Wijnschenk reageert op een schrijven van 9 augustus 1940. Hij bevestigt dat hij van plan is zijn toegewezen marktplaats persoonlijk te exploiteren. Hij verzoekt echter om dispensatie/toestemming om zich te laten bijstaan door een vaste medewerker, de heer H. Kloots, vanwege zijn eigen slechte gezichtsvermogen. Hij verwijst voor verificatie naar de marktmeester van de Albert Cuypstraat.
* Taal en Stijl: Formeel-zakelijk Nederlands, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "myn", "schryven", "WelEd.Heer").
* Administratieve sporen: De brief is voorzien van een registratienummer en een officieel stempel, wat duidt op verwerking door een gemeentelijke instantie, waarschijnlijk de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam. Deze brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. In deze periode begon de bureaucratische voorbereiding van anti-Joodse maatregelen, hoewel de grote uitsluiting van de markten pas later in de oorlog (1941) zijn dieptepunt bereikte.

De achternaam Wijnschenk is een bekende Joodse naam in Amsterdam. Veel Joodse kooplieden waren actief op de Albert Cuypmarkt. Documenten als deze zijn vaak terug te vinden in oorlogsarchieven omdat ze de strijd van individuen tonen om hun nering en zelfstandigheid te behouden onder steeds strenger wordende regelgeving. De noodzaak om "persoonlijk" aanwezig te zijn was een strikte voorwaarde voor het behoud van een marktvergunning; het aanstellen van een assistent vereiste uitdrukkelijke toestemming van de autoriteiten.

Samenvatting

  • Inhoud: De heer Wijnschenk reageert op een schrijven van 9 augustus 1940. Hij bevestigt dat hij van plan is zijn toegewezen marktplaats persoonlijk te exploiteren. Hij verzoekt echter om dispensatie/toestemming om zich te laten bijstaan door een vaste medewerker, de heer H. Kloots, vanwege zijn eigen slechte gezichtsvermogen. Hij verwijst voor verificatie naar de marktmeester van de Albert Cuypstraat.
  • Taal en Stijl: Formeel-zakelijk Nederlands, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "myn", "schryven", "WelEd.Heer").
  • Administratieve sporen: De brief is voorzien van een registratienummer en een officieel stempel, wat duidt op verwerking door een gemeentelijke instantie, waarschijnlijk de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam.

Historische Context

Deze brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. In deze periode begon de bureaucratische voorbereiding van anti-Joodse maatregelen, hoewel de grote uitsluiting van de markten pas later in de oorlog (1941) zijn dieptepunt bereikte.

De achternaam Wijnschenk is een bekende Joodse naam in Amsterdam. Veel Joodse kooplieden waren actief op de Albert Cuypmarkt. Documenten als deze zijn vaak terug te vinden in oorlogsarchieven omdat ze de strijd van individuen tonen om hun nering en zelfstandigheid te behouden onder steeds strenger wordende regelgeving. De noodzaak om "persoonlijk" aanwezig te zijn was een strikte voorwaarde voor het behoud van een marktvergunning; het aanstellen van een assistent vereiste uitdrukkelijke toestemming van de autoriteiten.