Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
Nº 25/148/s M. 1940 n/o
L.M. 738 -1940-
[Linksboven, handgeschreven in paars/blauw potlood:]
Gezien
[Paraaf/Handtekening]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
DU
10 Augustus 1940.
[Midden boven, handgeschreven in rood potlood met pijl naar links:]
pres. [?]
14/8/40
[Paraaf]
[Hoofdtekst, getypt:]
Wij deelen U mede, dat wij in onze vergadering van 9 Augustus 1940 hebben besloten U wegens ernstig wangedrag het recht om een plaats op een der markten hier ter stede te bezetten te ontnemen voor den tijd van drie maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte ten uitvoer zal worden gebracht. Aan U kan n.l. op 8 September 1940 wederom toegang tot een der markten worden verleend.
Het overige gedeelte der straf zal echter onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd, indien U zich vóór 22 Augustus 1943 opnieuw aan eenig strafbaar feit op een der markten zoudt schuldig maken.
VM
A
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Gestempeld:]
get. DE VLUGT
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Onder aan document, gestempeld en handgeschreven:]
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[Handtekening: Van Lier]
[Linksonder, getypt adres:]
den heer P. Gootjes,
Ceintuurbaan 194 III,
A L H I E R (Z). Dit document is een officiële kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd door het Amsterdamse gemeentebestuur aan een marktkoopman, de heer P. Gootjes.
De kernpunten van het besluit zijn:
1. Sanctie: Het recht om een marktplaats te bezetten wordt voor drie maanden ontzegd.
2. Reden: "Ernstig wangedrag" (de aard van het wangedrag wordt niet gespecificeerd).
3. Voorwaardelijke uitvoering: De straf wordt deels voorwaardelijk opgelegd. Hoewel de straf drie maanden bedraagt, mag de heer Gootjes na één maand (vanaf 8 september 1940) weer op de markt staan.
4. Proeftijd: De rest van de straf blijft boven zijn hoofd hangen als een soort proeftijd tot 22 augustus 1943. Indien hij voor die tijd opnieuw een overtreding begaat op de markt, wordt de resterende twee maanden uitsluiting alsnog uitgevoerd.
De ondertekening geschiedt namens Burgemeester Willem de Vlugt en de Secretaris Van Lier. Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Opvallend is dat de reguliere civiele administratie van de stad Amsterdam op dit punt nog functioneerde volgens de vooroorlogse structuren. Burgemeester De Vlugt bleef in functie tot begin 1941, waarna hij door de bezetter werd ontslagen en vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte.
Het gebruik van de term "wangedrag" in de context van markten had vaak te maken met het overtreden van de marktverordening, zoals het niet naleven van prijsvoorschriften, ruzie met marktmeesters of andere marktkooplieden, of onhygiënische praktijken. Gezien de vroege datum in de oorlog is er in dit document geen directe aanwijzing dat de straf politiek of antisemitisch gemotiveerd was, maar dergelijke administratieve documenten geven wel een inkijk in de strenge handhaving en disciplinering van burgers door de lokale overheid in die tijd. P. Gootjes Gemeente Amsterdam