Archiefdocument
Origineel
27 Augustus 1940 De Directeur (gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Marktwesen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier voldaan.
De Directeur,
[Handtekening: M. de Boer]
VP/HG.
25/148/8 M.
1
27 Augustus 1940.
Verzoek van marktkoopman P.Gootjes om kwijtschelding van straf.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no. 738 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressant, bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 9 dezer (No.738 L.M.1940), in aansluiting op een dezerzijds opgelegde straf van twee weken, met ingang van 22 Augustus 1940 is gestraft met ontneming van het recht om een plaats op een der markten hier ter stede te bezetten voor den tijd van drie maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte, namelijk 17 dagen, zal worden ten uitvoer gelegd, terwijl het overige gedeelte in werking zal treden, indien Gootjes voornoemd binnen den tijd van drie jaren wederom een strafbaar feit op de markten zal plegen. Hij verzoekt thans de hem onvoorwaardelijk opgelegde straf kwijt te schelden, omdat hij spijt van het gebeurde heeft. Mijns inziens bestaat voor inwilliging van dit verzoek geen aanleiding, weshalve ik de eer heb U te adviseeren hem te doen berichten, dat daaraan niet kan worden voldaan.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak betreft een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman genaamd P. Gootjes.
Gootjes was reeds gestraft met een schorsing van twee weken, gevolgd door een zwaardere sanctie van het College van B&W: een ontzegging van de marktplaats voor drie maanden. Van deze drie maanden was 17 dagen onvoorwaardelijk en de rest voorwaardelijk (met een proeftijd van drie jaar). Gootjes verzoekt om kwijtschelding van het onvoorwaardelijke deel op basis van berouw ("spijt van het gebeurde").
De Directeur adviseert de Wethouder negatief op dit verzoek. De toon is zakelijk, strikt en bureaucratisch, wat gebruikelijk is voor formele correspondentie tussen gemeentelijke diensten en het bestuur in die tijd. De brief is gedateerd op 27 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de controle op de voedselvoorziening en de markten aangescherpt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de distributie en regulering van schaarse goederen.
Handhaving van de regels op de markt was essentieel om de orde en de officiële distributiekanalen te waarborgen. Hoewel de aard van het "strafbaar feit" van Gootjes niet expliciet wordt genoemd, duidt de zwaarte van de straf op een serieuze overtreding van de marktverordeningen, mogelijk gerelateerd aan prijsvorming of distributieregels die in het eerste oorlogsjaar steeds strikter werden. De afwijzende houding van de directeur past in het beleid van strenge handhaving tijdens de crisisjaren.