Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun vloeipapier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun vloeipapier). 3 augustus 1940. Een onbekende directeur (mogelijk van een andere gemeentelijke dienst). De Heer Directeur der Publieke Werken, Afdeling Bestratingen, Amsterdam (gezien de locatie Albert Cuypstraat en de vermelding 'Raadhuis'). Extra (handgeschreven)
den Heer Directeur der Publieke Werken,
Afdeeling Bestratingen,
Raadhuis,
Alhier.
25/150/1 M 3 Augustus 1940.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken op de
markt aan de Albert Cuypstraat voor perceel 152 een gat in de
bestrating te doen herstellen.
De Directeur, Dit document is een formeel, ambtelijk verzoek gericht aan de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. De toon is uiterst beleefd en afstandelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken").
Het betreft een zeer specifiek onderhoudsverzoek: een gat in de bestrating ter hoogte van perceel 152 aan de Albert Cuypstraat. Gezien de vermelding van "de markt", betreft het een locatie met veel voetgangersverkeer, wat de noodzaak voor herstel verklaart. De handgeschreven aantekening "Extra" duidt mogelijk op een prioriteitsstatus of een specifieke archiefcategorie. De brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het document illustreert dat de dagelijkse gemeentelijke bureaucratie en het onderhoud van de stad (de "civiele" taken) in de beginfase van de bezetting gewoon doorgingen.
De Albert Cuypmarkt was en is een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het onderhouden van de bestrating was essentieel voor de veiligheid van de marktkooplieden en het publiek. Het gebruik van termen als "Afdeeling Bestratingen" en "Raadhuis, Alhier" bevestigt dat dit een interne communicatie is binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. De brief biedt een klein inkijkje in het routineuze werk van stadsbeheer in een roerige historische periode.