Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 61
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/memo.

3 augustus 1910 (gebaseerd op de inkt, hoewel rode potloodnotities '20' suggereren). Van: Waarschijnlijk G.J. Moerkerk (gezien de handtekening). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/memo. 3 augustus 1910 (gebaseerd op de inkt, hoewel rode potloodnotities '20' suggereren). Waarschijnlijk G.J. Moerkerk (gezien de handtekening). De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam ("Alhier"). Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

In verband met bijgaand verzoek
van P. Vreesen, pe 33/1 ac betreffende
assistentie, bericht ik U, dat
het zijn bedoeling zich te doen bij-
staan door diens zoon:
A. Vreesen, geb. 22 Apr. 20 ??
Voorzoover d.w. is na te gaan betreft
het hier een gewoon bijstand-
geval.
Tegen inwilliging van het verzoek
bestaat mij dan ook geen bezwaar.

Amst. 3 Aug '10

G.J. Moerkerk [handtekening] De brief is een kort, formeel advies binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie. Een marktkoopman genaamd P. Vreesen heeft een verzoek ingediend om zich te laten bijstaan door zijn zoon, A. Vreesen. De rapporterende ambtenaar stelt vast dat het een standaardgeval van bijstand betreft en geeft een positief advies ("geen bezwaar"). Opvallend zijn de latere toevoegingen in rood potlood bij de geboortedatum "22 Apr. 20 ??", wat wijst op een latere administratieve controle of twijfel over de leeftijd van de zoon ten tijde van de aanvraag. De afkorting "pe 33/1 ac" verwijst vermoedelijk naar een specifieke standplaats of dossiercode. Begin 20e eeuw was het Marktwezen in Amsterdam onderworpen aan strikte regelgeving. Vergunninghouders mochten niet zomaar personeel of familieleden laten werken op hun standplaats zonder officiële toestemming. Dit was bedoeld om illegale handel en onderverhuur van schaarse marktplekken tegen te gaan. Documenten als deze geven inzicht in de bureaucratische processen die gepaard gingen met de dagelijkse handel op bekende Amsterdamse markten zoals de Albert Cuypmarkt of het Waterlooplein. De ondertekenaar maakte waarschijnlijk deel uit van het toezichthoudend personeel van de Dienst van het Marktwezen.

Samenvatting

De brief is een kort, formeel advies binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie. Een marktkoopman genaamd P. Vreesen heeft een verzoek ingediend om zich te laten bijstaan door zijn zoon, A. Vreesen. De rapporterende ambtenaar stelt vast dat het een standaardgeval van bijstand betreft en geeft een positief advies ("geen bezwaar"). Opvallend zijn de latere toevoegingen in rood potlood bij de geboortedatum "22 Apr. 20 ??", wat wijst op een latere administratieve controle of twijfel over de leeftijd van de zoon ten tijde van de aanvraag. De afkorting "pe 33/1 ac" verwijst vermoedelijk naar een specifieke standplaats of dossiercode.

Historische Context

Begin 20e eeuw was het Marktwezen in Amsterdam onderworpen aan strikte regelgeving. Vergunninghouders mochten niet zomaar personeel of familieleden laten werken op hun standplaats zonder officiële toestemming. Dit was bedoeld om illegale handel en onderverhuur van schaarse marktplekken tegen te gaan. Documenten als deze geven inzicht in de bureaucratische processen die gepaard gingen met de dagelijkse handel op bekende Amsterdamse markten zoals de Albert Cuypmarkt of het Waterlooplein. De ondertekenaar maakte waarschijnlijk deel uit van het toezichthoudend personeel van de Dienst van het Marktwezen.