Doorslag of kopie van een verzendlijst voor een officiële waarschuwingsbrief.
Origineel
Doorslag of kopie van een verzendlijst voor een officiële waarschuwingsbrief. 9 augustus 1940. [Handgeschreven, rechtsboven:]
C. v. d. Meer
[Handgeschreven, middenboven:]
verzonden 9/8
[Getypte tekst, vervaagd:]
9 augustus 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Vrijdag 2 augustus jl. op de markt Albert Cuypstraat te veel plaatsruimte hebt inge-nomen.
Ik waarschuw U hierbij ernstig dit voortaan na te laten.
De Directeur,
[Lijst met geadresseerden:]
Gezonden aan:
25/152/5 M. Ch.J. Zon, Albert Cuypstraat 192 hs
6 A. Meijer, 1e Jan Steenstraat 70 III
7 A. Carança, Swammerdamstraat 52
8 I. Vierra, Ruyschstraat 17 II
9 W. Schouwenaar, Korte Marnixstraat 7 II
10 P. Scheep, Van Ostadestraat 330 III
11 D.J. Ojevaar, Rustenburgerdwarsstraat 6 I
12 H. Padberg, Rustenburgerstraat 362 I
13 Mej. N. Kruimel, Albert Cuypstraat 215
14 G. Slikker, Govert Flinckstraat 192 belet.
15 J.F. Kesting, H. de Keyzerstraat 25 III
16 P. v. Hilten, Heerengracht 359
17 J.W. v. Delden, Govert Flinckstraat 187 II
18 M. v. Emden, Ben Viljoenstraat 9 III
19 L. Spreekmeester, Archimedeslaan 23 hs
20 G. v. Hilten, Albert Cuypstraat 203 I
21 J. Jansen, Sloterdijkstraat 13 I Dit document is een administratief overzicht van verzonden waarschuwingen door de Directeur van de Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam). De kern van de brief is een berisping aan zeventien individuen die op vrijdag 2 augustus 1940 de regels omtrent de toegewezen ruimte op de Albert Cuypmarkt hebben overtreden.
De lijst bevat namen en adressen van de kooplieden. Het valt op dat een aanzienlijk deel van de namen op deze lijst van Joodse origine is (zoals Carança, Vierra, Spreekmeester en Van Emden). Dit is representatief voor de demografie van de Amsterdamse marktkooplieden in die tijd, maar krijgt een extra lading door de datum van het document.
De handgeschreven notitie "verzonden 9/8" duidt op de datum van verzending van de individuele brieven. De signatuur "C. v. d. Meer" kan verwijzen naar de ambtenaar die verantwoordelijk was voor de verzending of de opmaak van de lijst. Het document dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de waarschuwing een reguliere gemeentelijke handhavingskwestie lijkt (het naleven van de marktvoorschriften), vond dit plaats in een periode waarin de controle op de bevolking, en specifiek op de Joodse bevolking, werd aangescherpt.
De Albert Cuypmarkt was een centraal punt in de Amsterdamse Pijp, een buurt met een grote Joodse gemeenschap. In de loop van 1941 zouden de bezettingsautoriteiten specifieke anti-Joodse maatregelen treffen voor de markten, waarbij Joodse kooplieden uiteindelijk werden verbannen naar speciale "Jodenmarkten" en later geheel van hun middelen van bestaan werden beroofd. Dit document toont de bureaucratische gang van zaken in de vroege fase van de bezetting, waarbij de normale stadsadministratie nog functioneerde binnen het kader van de nieuwe verhoudingen.