Ambtsbericht / Adviesnota
Origineel
Ambtsbericht / Adviesnota 26 augustus 1940 Onleesbaar (mogelijk J. v.d. Meulen of v.d. Molen), ambtenaar bij het Marktwezen. Advies op No 25/750/1 M/h.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van A. van Bruijn,
oorspronkelijk No. 1/750 van de sollicitantenlijst, diene het
volgende:
Op 19 Sept. 39 is van Bruijn een voorkeurkaart uit-
gereikt, waarvan t/m 23 Nov. '39 geregeld gebruik is
gemaakt.
In de daaropvolgende weken bezette v. Bruijn geen plaats,
zoodat hij op 16 Dec. '39 werd gerapporteerd wegens het
onvoldoende bezetten van zijn plaats.
Op 27 Dec. jl. heeft v. Bruijn om uitstel van plaatsbezetten
verzocht, hetgeen hem tot 1 Jan. '40 werd verleend.
Na 1 Jan. '40 t/m 6 Juni '40 werd slechts acht malen van
het voorkeurrecht gebruik gemaakt, zoodat na rapporteering
voor de periode van 1 t/m 13 April, 15 t/m 27 April en 29 Apr. t/m 25 Mei '40
hem op 1 Juni '40 het voorkeurrecht werd ontnomen (zie No 652).
Het komt mij om markttechnische redenen ongewenscht
voor deze intrekking, die m.i. hier terecht is geschied,
ongedaan te maken, mitsdien ik adviseer het verzoek
niet in te willigen.
Amst. 26 Aug. '40
[Handtekening] * Inhoud: Het document betreft een negatief advies over het verzoek van een marktkoopman, A. van Bruijn, om zijn ingetrokken voorkeurrecht (een recht op een vaste standplaats) terug te krijgen. De ambtenaar zet uiteen dat Van Bruijn herhaaldelijk heeft nagelaten zijn plaats in te nemen, ondanks eerdere waarschuwingen en verleend uitstel.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "zoodat", "mitsdien", "ongewenscht").
* Toestand: Het document is geschreven op gelinieerd papier met een duidelijk handschrift. Er zijn enkele doorhalingen en verbeteringen zichtbaar (bijvoorbeeld boven "sollicitantenlijst"). Dit document stamt uit augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie in het land drastisch was veranderd, bleef de dagelijkse gemeentelijke administratie, zoals het beheer van de Amsterdamse markten, aanvankelijk op de oude voet doorgaan.
De marktsector was strikt gereguleerd: standplaatsen waren schaars en gebonden aan strenge regels. Het "voorkeurrecht" was essentieel voor een koopman om een vaste broodwinning te garanderen. Uit dit advies blijkt dat de regels omtrent aanwezigheid strikt werden gehandhaafd; wie zijn plaats niet bezette, verloor zijn rechten ten gunste van anderen op de wachtlijst ("de sollicitantenlijst"). De term "markttechnische redenen" suggereert dat de effectieve bezetting en doorstroming op de markt voorrang hadden op individuele verzoeken om clementie.