Administratief advies / ambtelijke notitie.
Origineel
Administratief advies / ambtelijke notitie. 30 augustus 1940. Een ambtenaar van de gemeente Amsterdam (ondertekening lijkt op J. Smulders). Advies op nr. 25/73/1940
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van
M. Melkman, v.k. 493/Ie, bericht ik u, dat
de termijn, waarvoor uitstel wordt verzocht,
nl. 14 dagen voor ruim de helft reeds verstreken
is.
M. i. bestaat tegen inwilliging geen bezwaar
en kan het verzoek als afgedaan worden beschouwd.
Amst. 30 Aug '40
[Handtekening J. Smulders] In dit korte schrijven adviseert een ambtenaar de Inspecteur van het Marktwezen over een binnengekomen verzoek van een burger genaamd M. Melkman. De afkorting "v.k." achter de naam verwijst zeer waarschijnlijk naar een 'ventkaart' of 'verkoopkaart' met het bijbehorende nummer 493/Ie. Dit was een vergunning die nodig was om op de markt te mogen staan of handel te drijven op straat.
Melkman heeft blijkbaar om 14 dagen uitstel gevraagd (waarschijnlijk voor een betaling of het inleveren van bescheiden). De ambtenaar merkt droogjes op dat van die veertien dagen op het moment van schrijven al meer dan de helft voorbij is ("ruim de helft reeds verstreken"). Om die reden ziet hij geen bezwaar in het formeel toewijzen van het verzoek ("M.i. [Mijns inziens] bestaat tegen inwilliging geen bezwaar") en stelt hij voor het dossier als afgehandeld te beschouwen. Het document is gedateerd op 30 augustus 1940, ruim drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in deze periode grotendeels door op de oude voet.
De naam 'Melkman' is een veelvoorkomende Joodse achternaam in het Amsterdamse van die tijd. Gezien de context van het Marktwezen — een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren — is het aannemelijk dat de verzoeker deel uitmaakte van deze gemeenschap. In de jaren die volgden op dit document, zouden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder worden beperkt en uiteindelijk geheel uit het economische leven worden verbannen. Dit document toont echter nog een alledaags, bijna banaal moment van ambtelijke correspondentie vlak voordat de grote uitsluiting begon.